Getypte brief op officieel briefpapier (zonder kop).
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier (zonder kop). 23 mei 1939. Een ongenoemde "Directeur" (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer L. Denneboom, Tidorestraat 30 I, Amsterdam-Oost. [Linksboven, getypt:]
72/42/2 M. .
[Bovenaan, handgeschreven:]
Verzonden 24/5 [schuin geschreven]
W. Müller [rechtsboven]
[Rechtsboven, getypt:]
VP/G.
23 Mei 1939.
den Heer L. Denneboom,
Tidorestraat 30 I,
Amsterdam-Oost.
Wyk 18B.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 17 dezer bericht
ik U, dat by myn dienst de intrekking van Uw ventvergunning
nog niet bekend is. Uw verzoek tot teruggave van voor U door
den Dienst voor Maatschappelyken Steun gespaarde kwartjes
zal daarom ongetwyfeld niet kunnen worden ingewilligd. Overi-
gens wys ik U erop, dat een dergelyk verzoek tot den Direc-
teur van laatstgenoemden dienst behoort te worden gericht.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord aan de heer L. Denneboom op een brief die hij op 17 mei 1939 stuurde. Uit de context blijkt dat de heer Denneboom vreesde dat zijn ventvergunning (vergunning voor straathandel) was ingetrokken. Hij deed blijkbaar een verzoek om gespaard geld ("gespaarde kwartjes") terug te krijgen dat werd beheerd door de Dienst voor Maatschappelijke Steun.
De afzender (de Directeur) stelt vast dat er van een intrekking van de vergunning bij zijn dienst niets bekend is. Hierdoor vervalt de grondslag voor het verzoek tot teruggave van het spaargeld. Bovendien wijst de directeur de heer Denneboom terecht op de juiste ambtelijke weg: voor zaken betreffende het spaargeld bij de sociale dienst moet hij zich rechtstreeks tot de directeur van die specifieke dienst wenden. Het taalgebruik is formeel en typerend voor de vooroorlogse bureaucratie (gebruik van de 'y' in plaats van 'ij', naamvallen zoals "den Heer"). De brief dateert van mei 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De locatie (Tidorestraat in de Indische Buurt) en de naam Denneboom suggereren een verbinding met de Joodse geschiedenis van Amsterdam-Oost.
De "Dienst voor Maatschappelijke Steun" was de voorloper van de sociale dienst in Amsterdam, die in de jaren '30 tijdens de crisisperiode verantwoordelijk was voor de steunverlening aan armen en werklozen. Het systeem van "gespaarde kwartjes" duidt op een regeling waarbij een klein deel van de uitkering of inkomsten verplicht werd ingehouden als spaartegoed voor grote noodzakelijke uitgaven (zoals kleding of schoeisel), om te voorkomen dat mensen direct weer in diepe schulden zouden raken. Venten (straathandel) was een veelvoorkomend beroep voor Amsterdammers die geen vaste baan konden vinden of die aanvullend inkomen nodig hadden. L. Denneboom