Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 46
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (ambtelijk schrijven).

3 juni 1939. Van: De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst, zoals Marktwezen of Stadsreiniging). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (plaatselijk).

Origineel

Getypte brief (ambtelijk schrijven). 3 juni 1939. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst, zoals Marktwezen of Stadsreiniging). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (plaatselijk). extra [handgeschreven]

vP/HG.

72/44/2 M.
1
3 Juni 1939.

Klacht van Vereeniging
"Winkeliersbelangen Zuid"
inzake standplaatsen op
hoeken der straten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 23 Mei jl. om advies ontvangen stuk no.408 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat de in dat stuk vervatte klacht in het algemeen als juist moet worden erkend. Het contrôleerende personeel van mijn dienst heeft opdracht om streng tegen overtreders op te treden, die in strijd met de hun verleende standplaatsvergunning te dicht bij hoeken van straten gaan staan. In de standplaatsvergunningen is de toegewezen plaats steeds duidelijk omschreven; het aanbrengen van een merkteeken op de straat, teneinde de bedoelde plaats aan te duiden, lijkt mij daarom nutteloos.

Uiteraard kan het kleine aantal contrôleurs, dat dezerzijds voor den straatdienst beschikbaar kan worden gesteld, ten deze niet op afdoende wijze tegen overtredingen waken. Ik geef U mitsdien beleefd in overweging terzake eveneens het advies in te winnen van den Hoofdcommissaris van Politie.

De Directeur, In deze brief reageert een directeur van een gemeentelijke dienst op een klacht van de vereniging "Winkeliersbelangen Zuid". De winkeliers maken bezwaar tegen straatverkopers die hun kramen of karren te dicht op de hoeken van straten plaatsen. De directeur erkent dat deze klacht gegrond is; de vergunningen schrijven immers specifieke plekken voor om de doorgang en het zicht niet te belemmeren.

Interessant is de pragmatische maar ook ietwat machteloze houding van de directeur. Hij geeft aan dat zijn personeel opdracht heeft om streng te controleren, maar hij geeft direct toe dat er simpelweg te weinig controleurs zijn om dit effectief te doen ("het kleine aantal contrôleurs [...] ten deze niet op afdoende wijze tegen overtredingen waken"). Hij wijst het idee af om markeringen op de straat aan te brengen, omdat hij dit "nutteloos" vindt; de regels zijn immers al duidelijk genoeg in de vergunning omschreven. Als oplossing suggereert hij om de hulp of het advies van de politie in te roepen. Het document dateert van juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er in grote Nederlandse steden (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de wijk 'Zuid') een voortdurende spanning tussen de gevestigde winkeliers en de mobiele straathandel. Winkeliers ervoeren de straathandel vaak als oneerlijke concurrentie en een bron van overlast.

De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke bestuurlijke inrichting die in die jaren in grote steden bestond om de voedselvoorziening en de markthandel te reguleren. Het document geeft een goed inkijkje in de dagelijkse ambtelijke rompslomp en de handhavingsproblematiek van de openbare ruimte in het interbellum.

Samenvatting

In deze brief reageert een directeur van een gemeentelijke dienst op een klacht van de vereniging "Winkeliersbelangen Zuid". De winkeliers maken bezwaar tegen straatverkopers die hun kramen of karren te dicht op de hoeken van straten plaatsen. De directeur erkent dat deze klacht gegrond is; de vergunningen schrijven immers specifieke plekken voor om de doorgang en het zicht niet te belemmeren.

Interessant is de pragmatische maar ook ietwat machteloze houding van de directeur. Hij geeft aan dat zijn personeel opdracht heeft om streng te controleren, maar hij geeft direct toe dat er simpelweg te weinig controleurs zijn om dit effectief te doen ("het kleine aantal contrôleurs [...] ten deze niet op afdoende wijze tegen overtredingen waken"). Hij wijst het idee af om markeringen op de straat aan te brengen, omdat hij dit "nutteloos" vindt; de regels zijn immers al duidelijk genoeg in de vergunning omschreven. Als oplossing suggereert hij om de hulp of het advies van de politie in te roepen.

Historische Context

Het document dateert van juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er in grote Nederlandse steden (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de wijk 'Zuid') een voortdurende spanning tussen de gevestigde winkeliers en de mobiele straathandel. Winkeliers ervoeren de straathandel vaak als oneerlijke concurrentie en een bron van overlast.

De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke bestuurlijke inrichting die in die jaren in grote steden bestond om de voedselvoorziening en de markthandel te reguleren. Het document geeft een goed inkijkje in de dagelijkse ambtelijke rompslomp en de handhavingsproblematiek van de openbare ruimte in het interbellum.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1