Handgeschreven briefkaart/notitie.
Origineel
Handgeschreven briefkaart/notitie. 25 mei 1939. M.J. Meijs. [Linksboven, diagonaal geschreven in een ander handschrift/met pen:]
zie br. Muller.
[Rechtsboven:]
A’dam 25-5-39
[Midden:]
Mijnheer
Naar aanleiding van uw
schrijven bericht ik u alsdat
mijn ventvergunning al is
betaald aan Maatschap-
pelijk Steun wat natuur-
lijk controleerbaar is.
Hoogachtend
M.J. Meijs.
Mannenverband
31-40 Zaal 37
Binnengasthuis
Amsterdam * Inhoud: De afzender, de heer M.J. Meijs, reageert op een ontvangen brief (waarschijnlijk een herinnering of factuur). Hij stelt dat de kosten voor zijn ‘ventvergunning’ (een vergunning om goederen op straat te verkopen) reeds voldaan zijn via de instantie Maatschappelijk Steun. Hij geeft expliciet aan dat dit gecontroleerd kan worden.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel, enigszins archaïsch Nederlands (gebruik van "alsdat"). Het handschrift is goed leesbaar en wijst op een zekere mate van geletterdheid.
* Status afzender: De afzender bevindt zich op het moment van schrijven in het "Mannenverband" van het Binnengasthuis, wat duidt op een ziekenhuisopname. De vermelding van "Maatschappelijk Steun" suggereert dat de afzender waarschijnlijk afhankelijk was van de gemeentelijke sociale bijstand. Dit document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Dienst der Gemeentelijke Maatschappelijk Steun was in die tijd in Amsterdam verantwoordelijk voor de ondersteuning van armlastigen en werklozen. Dat de vergunning via deze weg betaald is, kan betekenen dat de kosten werden ingehouden op een uitkering of als vorm van werkverschaffing/ondersteuning werden vergoed.
Het Binnengasthuis was een groot ziekenhuiscomplex in de oude binnenstad van Amsterdam. Het feit dat de heer Meijs vanuit zijn ziekbed correspondeert over zijn vergunning, getuigt van de noodzaak om zijn administratieve zaken en zijn recht om in zijn levensonderhoud te voorzien (als hij weer hersteld is) op orde te houden.