Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. 19 juli 1939. [Paarse stempel linksboven:] Nº 72/20/1 M. 1939 20/7
[Handgeschreven rechtsboven:] DMH / ten b. Muller
Afschrift
No. 68/37 L. M. 193.
[Paarse stempel links:] Gezien
[Handgeschreven paraaf:] Whar
[Afbeelding: Wapen van Amsterdam]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Gelet op het verzoek van de Wed. C. Abrahams-Frankvoorder, wonende 3e Oosterparkstraat 35, waarbij van de ventvergunning Serie 1, No. 23 ten name van haar op 14 Juni 1939 overleden echtgenoot M. Abrahams, terugbetaling wordt verzocht van het ventgeld, waarvan op 15 Mei 1939 bij vooruitbetaling voor het dienstjaar 1939/1940 de storting plaats vond;
Verleenen aan Wed. C. Abrahams-Frankvoorder voornoemd volgens art. 36 der Verordening op de invordering van Markt-, standplaats- en ventgelden, restitutie van het ventgeld, ten bedrage van ƒ 4,-.
VM
Amsterdam, 19 Juli 1939.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
[Stempel:] DE VLUGT.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS,
[Handtekening in paarse inkt:] Van Lier Dit document is een formeel besluit tot terugbetaling (restitutie) van een betaalde vergunning voor straathandel (ventvergunning). De aanvraag is ingediend door de weduwe van de heer M. Abrahams. Uit de tekst blijkt dat de heer Abrahams op 14 juni 1939 is overleden, slechts een maand nadat het ventgeld voor het nieuwe dienstjaar (1939/1940) was voldaan. De gemeente Amsterdam besluit hierop een bedrag van 4 gulden terug te geven, conform de geldende verordeningen. Het document is ondertekend namens Willem de Vlugt, die van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam was. Het document dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De namen Abrahams en Frankvoorder, in combinatie met het adres in de 3e Oosterparkstraat (een buurt met destijds een aanzienlijke Joodse populatie), suggereren dat het hier om een Amsterdams-Joods gezin gaat. Dergelijke documenten in archieven zijn vaak van groot belang voor genealogisch onderzoek en het reconstrueren van het dagelijks leven van Amsterdammers in de vooravond van de bezetting. De bureaucratische afhandeling van een relatief klein bedrag (4 gulden) toont de precisie van de toenmalige gemeentelijke administratie aan.