Brief op voorgedrukt formulier (Model No. 45).
Origineel
Brief op voorgedrukt formulier (Model No. 45). 19 juli 1939. Herman Wijnschenk (geb. 17-03-1910), gedetineerd in het Huis van Bewaring, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Gedrukte tekst linksboven]
LEES DIT!
Model No. 45. (Hsd.)
Bij briefwisseling met verpleegden en gevangenen moeten de naam en voornaam bovenaan IN den brief vermeld staan; op het adres mag de naam NIET voorkomen.
Het adres is: AAN No. BvC - 404 [handgeschreven]
[Gedrukte tekst rechtsboven]
S.G.S. 8105 - 1938
Ongefrankeerde brieven aan verpleegden en gevangenen worden NIET aangenomen. - POSTZEGELS en COUPONS mogen NIET worden toegezonden. - De toezending van geld geschiedt per POSTWISSEL.
De veroordeelden mogen vóór ontslag slechts in bepaalde gevallen en als regel NIET voor aankoop van kantine-artikelen over de toegezonden gelden beschikken.
[Gedrukte koptekst met doorhalingen]
~~GEVANGENIS~~
~~RIJKSWERKINRICHTING~~ te ............................................................
HUIS VAN BEWARING - - AMSTERDAM.
[Handgeschreven tekst in paarse/blauwe inkt]
Nº 72 / 73 / M. 1239 24/3
[Hoofdtekst - Handgeschreven]
Amsterdam 19 Juli 1939
Den Weledele Heer Directeur van het Marktwezen.
Mijnheer
Ondergetekende Wijnschenk Herman Geb 17/3 1910
thans wonende Bergstraat No. 7 voorheen Langestraat No. 48¹
Deelt U hierbij mede dat ik sinds 10 Juni 1939 ben ingesloten
in het huis v Bewaring te Amsterdam. Voor hoe lang kan
ik nog niet zeggen, aangezien mijn zaak nog niet is berecht.
Nu heb ik een vriendelijk verzoek aan U, of U mijn ventver,,
gunning volgens reglement van het Marktwezen wil bewaren
mijn ventvergunning luid visventer.
In afwachting
Teeken ik U Hoogachtende Uw Dn
H. Wijnschenk.
[Rechtsonder in potlood]
72 * Vorm: Het betreft een officieel verzoekschrift geschreven op een standaardformulier van het gevangeniswezen. Het handschrift is duidelijk en de toon is formeel en beleefd ("Weledele Heer", "vriendelijk verzoek").
* Inhoud: Herman Wijnschenk schrijft vanuit voorlopige hechtenis (Huis van Bewaring). Hij is daar opgesloten sinds 10 juni 1939 en wacht op zijn rechtszaak. Zijn grote zorg is zijn levensonderhoud: hij vraagt de directeur van het Marktwezen om zijn "ventvergunning" (voor de verkoop van vis) aan te houden zodat hij deze niet kwijtraakt tijdens zijn detentie.
* Administratieve sporen: De verschillende nummers en aantekeningen bovenin (waaronder mogelijk een paraaf "ni Hr. Müller") wijzen op de administratieve verwerking door zowel het gevangeniswezen als de gemeentelijke instantie (Marktwezen). * Tijdsperiode: De brief is geschreven in juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland.
* Sociaal-economisch: De afzender, Herman Wijnschenk, is een "visventer". In die tijd was straathandel streng gereguleerd door het gemeentelijke Marktwezen. Het verlies van een vergunning betekende het verlies van de mogelijkheid om een inkomen te verdienen.
* Persoonlijke achtergrond: De achternaam Wijnschenk is een veelvoorkomende Nederlands-Joodse naam. Gezien de datum en de locatie is dit document vaak terug te vinden in archieven die te maken hebben met de Joodse geschiedenis van Amsterdam vlak voor de Shoah. In deze brief is daar echter nog geen sprake van; het betreft een reguliere administratieve kwestie van een burger die in aanraking is gekomen met justitie en zijn burgerlijke zaken probeert te regelen. H. Wijnschenk Marktwezen