Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 14 juli 1939. [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
№ 72/78/M. 1939
[Daaronder:]
No. 44/31 A.Z. 1939.
440 Lm. 1939
[Rechtsboven, handgeschreven:]
346
Marktw Hkn
m. Insp.
[Rechtsboven, getypt:]
Verzoek van de Nederlandsche Vereeniging tot behartiging van de belangen van jonge meisjes, afd. Amsterdam, tot het mogen verkoopen van zakjes lavendel tijdens straatcollecte.
[Rechtsmidden, handgeschreven aantekeningen:]
Voorstel
H + Besl
20 exempl. a.u.b.
10/8/39 HP
9/10/39
[Centraal:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 14 Juli 1939.
De Voorzitter brengt ter tafel een verzoek van de Nederlandsche Vereeniging tot behartiging van de belangen van jonge meisjes, afd. Amsterdam, tot het mogen verkoopen van zakjes lavendel tijdens de door deze vereeniging te houden straatcollecte, alsmede een ter zake door het Hoofd der Afdeeling Algemeene Zaken uitgebrachte nota.
Uit genoemde nota blijkt, dat de Hoofdcommissaris van Politie tegen dezen verkoop geen bezwaar heeft, aangezien dit volgens hem eigenlijk niet het karakter van venten draagt, doch in wezen als een geldinzameling is te beschouwen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen meent echter, dat in het onderhavige geval wel degelijk sprake is van koop en verkoop van een bepaald artikel. Genoemde Wethouder vreest o.m., dat protesten van winkeliers- en venterszijde bij het toestaan van dergelijke verzoeken niet zullen uitblijven en dat klachten van den kleinhandel tegen deze concurrentie zullen inkomen. Voormelde Wethouder acht dan ook het onderhavige verzoek niet voor inwilliging vatbaar en zou in het algemeen soortgelijke aanvragen afgewezen willen zien.
[Rechtsonder, handgeschreven:]
72 Dit document betreft een intern verslag (extract) van een vergadering van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) in Amsterdam in de zomer van 1939. De kern van het geschil is de definitie van een liefdadigheidsactie:
- Het verzoek: Een vereniging voor de belangen van jonge meisjes wil lavendelzakjes verkopen tijdens een collecte om geld in te zamelen.
- Het standpunt van de Politie: De Hoofdcommissaris ziet hier geen probleem in. Hij beschouwt het niet als 'venten' (commerciële straathandel), maar als een vorm van fondsenwerving.
- Het bezwaar van de Wethouder: De Wethouder van onder andere Levensmiddelen is fel tegen. Hij hanteert een strikte definitie: als er een product tegen betaling wordt overhandigd, is het handel. Hij is bang voor precedentwerking en vreest dat reguliere winkeliers en marktkooplieden zullen klagen over oneerlijke concurrentie.
De tekst weerspiegelt de ambtelijke voorzichtigheid in de jaren '30 om de kwetsbare economische positie van de middenstand te beschermen tegen alternatieve verkoopkanalen, zelfs als die een goed doel dienden. De datum, 14 juli 1939, is historisch saillant. Het is slechts anderhalve maand voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland verkeert op dat moment in een staat van economische crisis en mobilisatiedreiging. De bescherming van de lokale kleinhandel was een groot politiek thema; de 'Vestigingswet Bedrijven' uit 1937 was nog vers en bedoeld om de wildgroei aan kleine winkels en venters in te dammen.
De Nederlandsche Vereeniging tot behartiging van de belangen van jonge meisjes was een sociaal-maatschappelijke organisatie (onderdeel van de internationale 'Amies de la Jeune Fille') die zich richtte op de bescherming van jonge vrouwen die voor werk naar de stad trokken, vaak om te voorkomen dat zij in de prostitutie of in slechte werkomstandigheden terechtkwamen. Het feit dat zelfs voor een dergelijk moreel verheven doel geen uitzondering werd gemaakt op de handelsregels, tekent de bureaucratische strengheid van het vooroorlogse Amsterdamse bestuur.