Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 255
Dossier 75
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief / correspondentie.

19 december 1939 (verzonden op 20 december 1939). Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Dienst voor het Marktwezen).

Origineel

Ambtelijke brief / correspondentie. 19 december 1939 (verzonden op 20 december 1939). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Dienst voor het Marktwezen). [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter. M. de Raadt.

[Midden boven:]
VP/HG.

[Linksboven:]
72/101/2 M.
1

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 20/12-39.

[Rechtsboven:]
19 December 1939.

[Links onder kenmerk:]
Opnieuw verleenen van vent-
vergunning aan C. van Riel.

[Rechts midden:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift
te doen toekomen van een op 15 December jl. door contrôleur
Sj. Dijkema van mijn dienst opgemaakt rapport. De in dit rap-
port genoemde koopman C. van Riel was destijds houder van
ventvergunning serie 19 nummer 211, welke op 4 April 1936
wegens wanbetaling van het verschuldigde ventgeld is inge-
trokken. Van Riel is uit dien hoofde nog het ventgeld schul-
dig over de maanden October 1935 tot en met April 1936, tot
een totaal bedrag van f 4,90; deze vordering is inmiddels
verjaard.

Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven
wel te willen bevorderen, dat aan Van Riel voornoemd andermaal
een ventvergunning wordt uitgereikt.

De Directeur, In dit document adviseert een directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder om een ventvergunning opnieuw toe te kennen aan een zekere C. van Riel. Uit de tekst blijkt dat Van Riel in 1936 zijn vergunning verloor omdat hij het verschuldigde 'ventgeld' (de leges voor het mogen verkopen op straat) niet had betaald. Hij had een schuld van 4,90 gulden openstaan over een periode van zeven maanden.

De kern van de brief is dat deze schuld inmiddels is 'verjaard' (juridisch niet meer opeisbaar). Hierdoor vormt de oude schuld geen formele belemmering meer voor het verstrekken van een nieuwe vergunning. De directeur gebruikt dit juridische feit om een positief advies uit te brengen, wat duidt op een zekere mate van ambtelijke pragmatiek om een burger weer aan het werk te helpen. Dit document stamt uit december 1939, de periode van de Nederlandse mobilisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De economische nasleep van de Grote Depressie was nog steeds merkbaar; veel mensen probeerden als kleine zelfstandige (koopman/venter) het hoofd boven water te houden.

De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' wijst op een stedelijke context waar de distributie en verkoop van voedsel en goederen strikt gereguleerd was. Het bedrag van 4,90 gulden lijkt naar moderne maatstaven klein, maar vertegenwoordigde in 1936 voor een arme straatverkoper een aanzienlijk bedrag (vergelijkbaar met meerdere daglonen voor ongeschoolde arbeid). De verjaringstermijn en de ambtelijke afhandeling geven een inkijkje in de strikte bureaucreatie rondom armoede en arbeid in het vooroorlogse Nederland.

Samenvatting

In dit document adviseert een directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder om een ventvergunning opnieuw toe te kennen aan een zekere C. van Riel. Uit de tekst blijkt dat Van Riel in 1936 zijn vergunning verloor omdat hij het verschuldigde 'ventgeld' (de leges voor het mogen verkopen op straat) niet had betaald. Hij had een schuld van 4,90 gulden openstaan over een periode van zeven maanden.

De kern van de brief is dat deze schuld inmiddels is 'verjaard' (juridisch niet meer opeisbaar). Hierdoor vormt de oude schuld geen formele belemmering meer voor het verstrekken van een nieuwe vergunning. De directeur gebruikt dit juridische feit om een positief advies uit te brengen, wat duidt op een zekere mate van ambtelijke pragmatiek om een burger weer aan het werk te helpen.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1939, de periode van de Nederlandse mobilisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De economische nasleep van de Grote Depressie was nog steeds merkbaar; veel mensen probeerden als kleine zelfstandige (koopman/venter) het hoofd boven water te houden.

De functie van 'Wethouder voor de Levensmiddelen' wijst op een stedelijke context waar de distributie en verkoop van voedsel en goederen strikt gereguleerd was. Het bedrag van 4,90 gulden lijkt naar moderne maatstaven klein, maar vertegenwoordigde in 1936 voor een arme straatverkoper een aanzienlijk bedrag (vergelijkbaar met meerdere daglonen voor ongeschoolde arbeid). De verjaringstermijn en de ambtelijke afhandeling geven een inkijkje in de strikte bureaucreatie rondom armoede en arbeid in het vooroorlogse Nederland.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1