Ambtsbrief / Officiële correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief / Officiële correspondentie. 19 december 1939. De Directeur (van een ongenoemde gemeentelijke dienst, waarschijnlijk Marktwezen of Voedselvoorziening). [Handgeschreven rechtsboven:] Ter. M. de Boer.
[Getypt:]
VP/HG.
[Handgeschreven centraal boven:] extra
72/101/2 M.
1
19 December 1939.
Opnieuw verleenen van vent-
vergunning aan C.van Riel.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift
te doen toekomen van een op 15 December jl. door contrôleur
Sj.Dijkema van mijn dienst opgemaakt rapport. De in dit rap-
port genoemde koopman C.van Riel was destijds houder van
ventvergunning serie 19 nummer 211, welke op 4 April 1936
wegens wanbetaling van het verschuldigde ventgeld is inge-
trokken. Van Riel is uit dien hoofde nog het ventgeld schul-
dig over de maanden October 1935 tot en met April 1936, tot
een totaal bedrag van ƒ 4,90; deze vordering is inmiddels
verjaard.
Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven
wel te willen bevorderen, dat aan Van Riel voornoemd andermaal
een ventvergunning wordt uitgereikt.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een directeur adviseert aan de wethouder om een straatverkoopvergunning (ventvergunning) opnieuw toe te kennen aan een zekere C. van Riel. Uit de tekst blijkt dat Van Riel in 1936 zijn vergunning was kwijtgeraakt omdat hij zijn leges (het ventgeld) niet had betaald.
De kern van het argument is juridisch-administratief: hoewel de schuld van ƒ 4,90 (omgerekend naar koopkracht nu ongeveer € 50,-) nog steeds openstaat, is de vordering formeel "verjaard". Hierdoor vormt de oude schuld geen wettelijke belemmering meer voor het verlenen van een nieuwe vergunning. De toon is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer U beleefd in overweging te geven"), wat kenmerkend is voor de bestuurlijke cultuur van die tijd. Het document dateert van december 1939, een periode van grote maatschappelijke spanning. Hoewel Nederland nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, was de mobilisatie in volle gang. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal; in tijden van (dreigende) schaarste werd de distributie en verkoop van voedsel strakker gereguleerd door de overheid.
Venters (straatverkopers) speelden een belangrijke rol in de voedselvoorziening van de burgerbevolking, zeker in de volksbuurten. Voor een kleine zelfstandige als Van Riel was het bezit van een dergelijke vergunning van levensbelang voor zijn inkomen. Het feit dat de schuld werd kwijtgescholden door verjaring, kan erop duiden dat de gemeente coulant wilde zijn om de lokale economie en voedseldistributie draaiende te houden aan de vooravond van de oorlog.