Ambtsverslag / Rapportage van de inspectie van het Marktwezen.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage van de inspectie van het Marktwezen. 16 december 1939 (betreft incident op 4 december 1939). [Linksboven:]
Nº 72/105
Inschrijv. [?]
[Stempel midden boven:]
M. 1939
27/12
[Rechtsboven:]
Amsterdam 16/12 ’39
[Geadresseerde:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen.
[Body tekst:]
Op 4 December 1939 des
avonds om 7.30 uur werd
door mij geconstateerd
dat de strikjes- en speldjes-
venter J. Voogel, geb. 25/3 ’04
wonende Haarlemmerdijk 159,
voor het feestgebouw “Bellevue”
zijn artikel, speldjes en strikjes,
op een ongepaste en voor het
publiek hinderlijke wijze
(zijn artikel ongevraagd op de
kleeding te spelden) trachtte
te slijten.
[Handtekening, mogelijk:] Latterier
[Aantekeningen linksonder:]
Oproepen.
18-12-’39
deltner [?]
opgeroepen
20/12 ’39
22/12
[Aantekening rechtsonder:]
J. Voogel ernstig gewaarschuwd
zich voortaan beter te gedragen,
daar anders aan den Wethou-
der zal worden voorgesteld
zijn vergunning in te trekken.
23-12-’39
denat [?] Dit document is een proces-verbaal of ambtelijke rapportage betreffende een overtreding van de marktverordening of de voorwaarden van een ventvergunning in Amsterdam. De kern van de klacht is de agressieve verkoopmethode van J. Voogel. In plaats van zijn waar passief aan te bieden, speldde hij de artikelen (strikjes en speldjes) ongevraagd op de kleding van voorbijgangers bij theater Bellevue.
De tekst toont een strikte bureaucratische afhandeling:
1. Constatering: De ambtenaar stelt de overtreding vast op 4 december.
2. Rapportage: Het verslag wordt geschreven op 16 december.
3. Actie: Er volgt een bevel tot "oproepen" op 18 december.
4. Verhoor/Gesprek: De betrokkene verschijnt op 20 december.
5. Sanctie: Op 23 december wordt de zaak afgesloten met een "ernstige waarschuwing". De dreiging is expliciet: bij herhaling wordt de Wethouder geadviseerd de vergunning in te trekken, wat effectief een beroepsverbod voor de venter zou betekenen. Het incident vindt plaats in december 1939, een periode waarin de economische omstandigheden in Nederland gespannen waren door de mobilisatie en de naderende oorlogsdreiging. Straathandel was een belangrijke bron van inkomsten voor velen, maar was streng gereguleerd door de gemeente Amsterdam (het "Marktwezen").
Locatie "Bellevue" aan de Leidsekade was (en is) een prominente uitgaansgelegenheid. Het publiek dat daar kwam, vaak formeel gekleed, was een gewillig doelwit voor venters van feestartikelen, maar de autoriteiten waakten streng over de openbare orde en de "gepastheid" van de verkoop. De strikte toon van het verslag illustreert de disciplinerende houding van de overheid tegenover kleine zelfstandigen in de publieke ruimte. J. Voogel Gemeente Amsterdam Marktwezen