Ambtelijke notitie / intern memo op een "Bijblad".
Origineel
Ambtelijke notitie / intern memo op een "Bijblad". [In kader linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 73/3/1 1939.
DOORGEZONDEN : 20/9 - '39
[Hoofdtekst:]
20/9 met Hr. Brinkhorst getelefoneerd: andere
reclame dan affiches - mits behoorlijk betalend - is
ook welkom. - denkt bijv. ook nog aan een
centrale markt - tot nog toe afgestuit op
aesthetische bezwaren - hiervoor moeten we niet
meer zoo gauw uit den weg gaan - op het oogenblik
weinig perspectief daar op het oogenblik
verschillende reclameobjecten juist worden opgezegd.
[Rechtsonder:]
29/9 '39 [onleesbaar paraaf, mogelijk Hz]
[Middenonder:]
af [met grote haal doorstreept]
[Onderaan:]
gb
5/10 '39 [onleesbaar paraaf]
[Links onderaan, gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een kort verslag van een telefonisch overleg op 20 september 1939 met een zekere de heer Brinkhorst over de mogelijkheden voor reclame-uitingen (waarschijnlijk in de openbare ruimte of op overheidsbezit).
De kernpunten zijn:
1. Verruiming: Er wordt geopperd om naast affiches ook andere vormen van reclame toe te staan, mits deze financieel rendabel zijn ("behoorlijk betalend").
2. Locatie: Een specifieke locatie die wordt genoemd is een "centrale markt".
3. Beleidsverandering: Voorheen werden dergelijke reclames tegengehouden vanwege "aesthetische bezwaren". De schrijver merkt op dat men hier "niet meer zoo gauw" voor moet wijken, wat duidt op een verschuiving van esthetische naar economische prioriteiten.
4. Economische realiteit: Ondanks de bereidheid tot verruiming is de directe verwachting ("perspectief") somber. Er wordt opgemerkt dat er op dat moment juist veel reclamecontracten worden opgezegd. De datum van het document, september 1939, is zeer cruciaal. De Tweede Wereldoorlog was net uitgebroken (1 september 1939). Hoewel Nederland nog neutraal was, zorgde de algemene mobilisatie en de internationale spanning voor grote economische onzekerheid.
Dit verklaart de opmerking aan het eind van de notitie: bedrijven zegden hun reclamecontracten op vanwege de onzekere toekomst en de noodzaak tot bezuinigen. De bereidheid van de betreffende instantie om "aesthetische bezwaren" opzij te schuiven voor "behoorlijk betalende" reclame suggereert dat ook de (semi-)overheid in die tijd naarstig op zoek was naar extra inkomstenbronnen om de crisis het hoofd te bieden. De heer Brinkhorst was mogelijk een ambtenaar of een exploitant van reclameobjecten. Brinkhorst was (De heer) M. No M. No