Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 290
Dossier 76
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

1                        18 October                8.
76/7/2            den Heer Wethouder voor de
                       Levensmiddelen, alhier.

Verordening, krachtens welke voorgeschreven mag worden, dat
een tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt slechts
op een of meer bepaalde dagen der week mag worden gehouden
en dat daar slechts bepaalde artikelen ter markt mogen wor-
den gebracht. Adressante wil thans op de door haar gevraagde
tijdelijke hulpmarkt alleen plaatsen doen verleenen aan be-
paalde personen, namelijk venters van de wijk-West; aan an-
dere personen zou dus een marktplaats dienen te worden ge-
weigerd. Dit principe bestaat op geen der markten hier ter
stede, waar steeds, zoolang er plaatsen onbezet zijn, ieder
daarvoor in aanmerking kan komen. Zou men hierin verandering
willen brengen, dan zou mijns inziens de Verordening op den
dienst van het Marktwezen met een desbetreffend voorschrift
moeten worden aangevuld.

                     De vraag of dit gewenscht zou zijn, moet, naar
mijn meening, ontkennend worden beantwoord. In de Jan Evert-
senstraat komen soms, namelijk op enkele dagen per week ge-
durende enkele middaguren een tien- à vijftiental venters
bijeen; politie-agenten of contrôleurs van mijn dienst weten
in den regel wel te voorkomen, dat, met overtreding van
artikel 344 a der Algemeene Politie Verordening standplaats
wordt ingenomen. Zou men thans een markt, zooals door adres-
sante verlangd, instellen, dan zou daar door een ambtenaar
van mijn dienst voortdurend toezicht moeten worden gehouden -
niet alleen om marktgeld te innen, maar ook om te voorkomen,
dat anderen dan venters uit West een marktplaats gaan bezet-
ten - , terwijl hoogstens enkele tientallen venters uit West,
om een marktplaats zouden verzoeken. De aan het toezicht
verbonden kosten zouden dan ook verre de uit de markt te
verkrijgen inkomsten overtreffen.

                     De door adressante verlangde gelegenheid voor de
venters om in de Jan Evertsenstraat te blijven, zou trouwens
eenvoudiger kunnen worden geboden, door aan de venters, die
dit wenschen, vaste standplaatsen in de meergenoemde straat
te verleenen; daargelaten natuurlijk de vraag, of ook daar-
tegen niet verscheidene bezwaren, zoowel van het verkeer als
anderszins, bestaan.

--- Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk in Amsterdam, gezien de straatnaam) betreffende een verzoek om een tijdelijke hulpmarkt in de Jan Evertsenstraat te formaliseren.

De kernpunten van het advies zijn:
* Juridisch bezwaar: De verzoeker ("adressante") wil de markt exclusief maken voor venters uit Amsterdam-West. Dit druist in tegen het geldende marktreglement waarin staat dat iedereen recht heeft op een vrije plek. Voor deze uitzondering zou de 'Verordening op den dienst van het Marktwezen' gewijzigd moeten worden.
* Handhaving en illegaliteit: Er wordt momenteel al illegaal gevent in de Jan Evertsenstraat, wat strijdig is met artikel 344a van de Algemeene Politie Verordening (APV).
* Economisch bezwaar: De kosten voor toezicht en inning van marktgeld door een ambtenaar zouden de opbrengsten overstijgen, aangezien het slechts om 10 tot 15 venters gaat.
* Alternatief: De auteur stelt voor om geen markt in te stellen, maar individuele venters vaste standplaatsen te verlenen, mits het verkeer dit toelaat.

--- De datum "18 October 8." verwijst hoogstwaarschijnlijk naar 1918. De functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale positie tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog (waarin Nederland neutraal was, maar kampte met grote voedselschaarste en distributieproblemen). Bekende wethouders in deze rol in Amsterdam waren bijvoorbeeld de sociaaldemocraten Florens Wibaut en Josephus Jitta.

De Jan Evertsenstraat bevindt zich in de toenmalige uitbreidingswijk Amsterdam-West. In deze periode was er een grote behoefte aan georganiseerde voedselvoorziening dichtbij de bewoners. Tegelijkertijd probeerde het stadsbestuur de wildgroei aan straathandel te reguleren via de APV en specifieke marktverordeningen. Het document illustreert de spanning tussen de behoefte aan lokale marktfaciliteiten en de bureaucratische/financiële lasten van officieel toezicht. Marktwezen Politie

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk in Amsterdam, gezien de straatnaam) betreffende een verzoek om een tijdelijke hulpmarkt in de Jan Evertsenstraat te formaliseren.

De kernpunten van het advies zijn:
* Juridisch bezwaar: De verzoeker ("adressante") wil de markt exclusief maken voor venters uit Amsterdam-West. Dit druist in tegen het geldende marktreglement waarin staat dat iedereen recht heeft op een vrije plek. Voor deze uitzondering zou de 'Verordening op den dienst van het Marktwezen' gewijzigd moeten worden.
* Handhaving en illegaliteit: Er wordt momenteel al illegaal gevent in de Jan Evertsenstraat, wat strijdig is met artikel 344a van de Algemeene Politie Verordening (APV).
* Economisch bezwaar: De kosten voor toezicht en inning van marktgeld door een ambtenaar zouden de opbrengsten overstijgen, aangezien het slechts om 10 tot 15 venters gaat.
* Alternatief: De auteur stelt voor om geen markt in te stellen, maar individuele venters vaste standplaatsen te verlenen, mits het verkeer dit toelaat.


Historische Context

De datum "18 October 8." verwijst hoogstwaarschijnlijk naar 1918. De functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale positie tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog (waarin Nederland neutraal was, maar kampte met grote voedselschaarste en distributieproblemen). Bekende wethouders in deze rol in Amsterdam waren bijvoorbeeld de sociaaldemocraten Florens Wibaut en Josephus Jitta.

De Jan Evertsenstraat bevindt zich in de toenmalige uitbreidingswijk Amsterdam-West. In deze periode was er een grote behoefte aan georganiseerde voedselvoorziening dichtbij de bewoners. Tegelijkertijd probeerde het stadsbestuur de wildgroei aan straathandel te reguleren via de APV en specifieke marktverordeningen. Het document illustreert de spanning tussen de behoefte aan lokale marktfaciliteiten en de bureaucratische/financiële lasten van officieel toezicht.

Producten

Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1