Getypte brief/rapportage (vervolgpagina 2).
Origineel
Getypte brief/rapportage (vervolgpagina 2). 18 oktober (jaar onbekend, waarschijnlijk jaren '30 of '40 op basis van spelling en context). 2 18 October 8.
76/7/2 den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, alhier.
Ik meen overigens sterk te moeten betwijfelen,
of de Jan Evertsenstraat wel als marktstraat geschikt is,
speciaal wanneer daar dagelijks markt zou zijn. Des Zater-
dags is het verkeer in die straat, evenals elders in de stad,
althans na des middags ± 2 uur veel geringer dan op andere
werkdagen, aangezien het transportbedrijf dan grootendeels
stilstaat. Mij is bekend, dat de Politie ernstige verkeers-
bezwaren zou hebben, wanneer in de Jan Evertsenstraat dage-
lijks een markt zou moeten worden gehouden en dat deze be-
zwaren zich ook tegen verleening van vaste standplaatsen
zullen verzetten.
Dat verscheidene winkeliers in die straat van een
dagmarkt schade zouden ondervinden, kan ik verder buiten
beschouwing laten, nu de bovenvermelde argumenten mijns in-
ziens elk voor zich reeds afdoende zijn, om het onderhavige
verzoek van de hand te wijzen. Ik merk ten aanzien van de
winkeliers slechts op, dat het feit, dat zij op een door
adressante overgelegde lijst teekenden, weinig zegt, omdat
vele winkeliers - speciaal in een buurt als West - hun
klanten niet durven te ontstemmen door een afwijzend stand-
punt tegenover een verzoek van venters in te nemen.
Resumeerende heb ik de eer U te berichten, dat in-
williging van het onderhavige verzoek mijns inziens niet kan
worden overwogen, op grond van de navolgende motieven: ^de
1e. formeel missen Burgemeester en Wethouders be-
voegdheid om een markt uitsluitend voor een bepaalde groep
van handelaren te bestemmen;
2e. aan een markt in de Jan Evertsenstraat op an-
dere werkdagen dan des Zaterdags, bestaat voor het over-
groote deel der venters in West geen behoefte;
3e. de instelling van een dergelijke markt zou
groote kosten voor den dienst van het Marktwezen veroorzaken,
die in verband met het sub 2e aangevoerde niet verantwoord
zouden zijn;
4e. daargelaten de vraag of de vestiging van een
dagmarkt in een bestaande winkelstraat gewenscht is, verzet-
ten zich verkeersbezwaren tegen vestiging van een zoodanige Dit document is de tweede pagina van een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De tekst bevat een formele afwijzing van een verzoek (mogelijk ingediend door een groep venters of een belangenorganisatie) om een dagelijkse markt te vestigen in de Jan Evertsenstraat.
De argumentatie rust op vier pijlers:
1. Verkeersveiligheid: De politie voorziet grote problemen bij een dagelijkse markt, aangezien de straat op werkdagen druk is door transportverkeer.
2. Juridische grondslag: Het college van B&W heeft niet de bevoegdheid een markt in te stellen voor slechts één specifieke groep handelaren.
3. Gebrek aan noodzaak: Volgens de schrijver is er onder het merendeel van de venters in Amsterdam West geen behoefte aan deze markt op werkdagen.
4. Economische haalbaarheid: De kosten voor de Dienst van het Marktwezen zouden niet opwegen tegen de (vermeende) lage behoefte.
Opvallend is de sociologische observatie over de winkeliers in "een buurt als West": zij zouden hun handtekening hebben gezet op een petitie uit angst hun klanten (de achterban van de venters) tegen zich in het harnas te jagen, in plaats van uit daadwerkelijke steun voor het plan. De Jan Evertsenstraat is een belangrijke verkeers- en winkelader in de Amsterdamse wijk De Baarsjes (stadsdeel West), die in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw tot ontwikkeling kwam. De discussie over de inrichting van de openbare ruimte, de balans tussen stationaire winkels en ambulante handel (marktkramen en venters), en de groeiende druk van het gemotoriseerd verkeer zijn thema's die in deze periode veelvuldig terugkwamen in de Amsterdamse gemeenteraad. De spelling (zoals "grootendeels", "verleening") duidt op een document van vóór de spellingshervorming van Marchant (1934/1947), wat past bij de grote stadsuitbreidingen in West tijdens het interbellum. De vermelding van "de dienst van het Marktwezen" verwijst naar de specifieke gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor de marktregulering in de hoofdstad.