Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 292
Dossier 76
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

18 oktober (jaartal niet vermeld op dit blad, vermoedelijk jaren '40). Van: De Directeur (van een gemeentelijke dienst, mogelijk Marktwezen).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 18 oktober (jaartal niet vermeld op dit blad, vermoedelijk jaren '40). De Directeur (van een gemeentelijke dienst, mogelijk Marktwezen). 3 18 October 8.
76/7/2 den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, alhier.

markt in de Jan Evertsenstraat.
Ik heb de eer U te adviseeren der adressante te
doen berichten, dat haar verzoek, op grond van vorenvermelde
motieven, niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
Ik moge aan Uw beter oordeel overlaten, of het
wenschelijk is, de in de Jan Evertsenstraat bestaande moei-
lijkheden aan de orde te stellen in de Permanente Commissie
van Advies inzake ventvergunningen.

                                         De Directeur, Dit document is het derde blad van een officiële correspondentie binnen het Amsterdamse gemeentebestuur. De tekst bevat het sluitstuk van een advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen.
  • Besluitvorming: Een verzoek van een vrouwelijke aanvrager ("adressante") met betrekking tot de markt in de Jan Evertsenstraat wordt negatief beoordeeld. De specifieke redenen worden hier niet herhaald, maar er wordt verwezen naar "vorenvermelde motieven".
  • Beleidsmatig advies: De directeur suggereert om de bredere problematiek rondom de markt in de Jan Evertsenstraat te bespreken in de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen". Dit wijst op structurele problemen met straathandel of marktindeling in die specifieke straat.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("Ik heb de eer U te adviseeren", "Ik moge aan Uw beter oordeel overlaten"), passend bij de ambtelijke hiërarchie van die tijd. De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke winkelstraat waar destijds ook marktactiviteiten plaatsvonden. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" plaatst dit document zeer waarschijnlijk in de periode van de Tweede Wereldoorlog of vlak daarna, toen de distributie van voedsel en de regulering van markten onder streng toezicht stonden van een specifiek wethouderschap. Tijdens de bezettingsjaren was de controle op "venten" (straathandel) zeer strikt om de zwarte handel in te dammen en de schaarse goederen via officiële kanalen te kanaliseren. De "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" was het orgaan dat besliste over wie er op straat mocht staan met handelswaar.

Samenvatting

Dit document is het derde blad van een officiële correspondentie binnen het Amsterdamse gemeentebestuur. De tekst bevat het sluitstuk van een advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen.

  • Besluitvorming: Een verzoek van een vrouwelijke aanvrager ("adressante") met betrekking tot de markt in de Jan Evertsenstraat wordt negatief beoordeeld. De specifieke redenen worden hier niet herhaald, maar er wordt verwezen naar "vorenvermelde motieven".
  • Beleidsmatig advies: De directeur suggereert om de bredere problematiek rondom de markt in de Jan Evertsenstraat te bespreken in de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen". Dit wijst op structurele problemen met straathandel of marktindeling in die specifieke straat.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("Ik heb de eer U te adviseeren", "Ik moge aan Uw beter oordeel overlaten"), passend bij de ambtelijke hiërarchie van die tijd.

Historische Context

De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was (en is) een belangrijke winkelstraat waar destijds ook marktactiviteiten plaatsvonden. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" plaatst dit document zeer waarschijnlijk in de periode van de Tweede Wereldoorlog of vlak daarna, toen de distributie van voedsel en de regulering van markten onder streng toezicht stonden van een specifiek wethouderschap. Tijdens de bezettingsjaren was de controle op "venten" (straathandel) zeer strikt om de zwarte handel in te dammen en de schaarse goederen via officiële kanalen te kanaliseren. De "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" was het orgaan dat besliste over wie er op straat mocht staan met handelswaar.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1