Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 348
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering (notulen), waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie.

Niet expliciet vermeld op de pagina, maar afgaande op de spelling ("zyn", "vyf", "wenschelyk") en de inhoud (arbeidswetgeving voor 14-jarigen) vermoedelijk daterend uit het tweede kwartaal van de 20e eeuw (ca. 1920-1940).

Origineel

Getypt verslag van een vergadering (notulen), waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie. Niet expliciet vermeld op de pagina, maar afgaande op de spelling ("zyn", "vyf", "wenschelyk") en de inhoud (arbeidswetgeving voor 14-jarigen) vermoedelijk daterend uit het tweede kwartaal van de 20e eeuw (ca. 1920-1940). -8-

De heer Gaaikema wyst in verband met den leeftyd der assistenten op
de arbeidswetgeving: men mag als men veertien jaar is
werken, ook in fabrieken en werkplaatsen. In vele ge-
vallen is dit zwaardere arbeid dan het bystaan van een
venter.

De heer Van 't Hek is voor het verleenen van bystand aan de venters
Lymer en Koning. Het verleenen van een ventvergunning
na vyf jaar acht spreker van secundair belang; het kan
later nog wel eens bekeken worden.

De heeren Neeter en Presser zyn tegen het verleenen van bystand aan
de onderhavige twee personen, omdat de assistenten den
leeftyd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.

De heeren Gaaikema en Van 't Hek hebben geen bezwaar tegen verleening
van de bedoelde assistentie.
Wat het na verloop van vyf jaren verleenen van nieuwe
ventvergunningen betreft aan de assistenten kan de Com-
missie zich nog geen eindoordeel vormen. Besloten wordt
om deze aangelegenheid zoo noodig in een volgende ver-
gadering opnieuw aan de orde te stellen; vooraf zal ech-
ter den Wethouder worden bericht, dat tegen het aan-
vaarden van zyn voorstel, naar het oordeel der Commissie
een formeel bezwaar bestaat, nog daargelaten of het om
practische redenen wel wenschelyk is. Immers er zyn
thans twaalf vergunningen voor bystand, doch indien be-
kend wordt, dat men door middel van den bystand in het
bezit van een ventvergunning kan komen, is het te ver-
wachten, dat veel meer aanvragen zullen worden inge-
diend: een dokters-attest is vry gemakkelyk te krygen.
Een en ander neemt niet weg, dat de Commissie in prin-
cipe erkent, dat iemand, die jarenlang een venter assis-
teerde, moreel wel eenig recht op een ventvergunning
krygt. Ook tegen verleening van een standplaatsvergun-
ning aan een venter, die niet kan roepen, heeft de Com-
missie in principe geen bezwaar.

Vervolgens stelt de Voorzitter punt 4 der agenda aan de
orde: De tekst behandelt een discussie binnen een commissie over de regelgeving rondom straatventers en hun assistenten. De kernpunten zijn:
* Minimumleeftijd: Er is onenigheid over de leeftijd van assistenten. Sommige leden pleiten voor 18 jaar, terwijl de heer Gaaikema opmerkt dat de arbeidswetgeving werk vanaf 14 jaar al toestaat.
* Doorstroming: Men bespreekt een voorstel van de Wethouder waarbij assistenten na vijf jaar mogelijk recht krijgen op een eigen ventvergunning. De commissie vreest dat dit zal leiden tot een overvloed aan aanvragen, mede omdat medische attesten blijkbaar eenvoudig te verkrijgen zijn.
* Uitzonderingen: Er wordt een principebesluit genomen dat trouwe assistentie moreel recht geeft op een vergunning, en dat er geen bezwaar is tegen vergunningen voor venters die niet kunnen "roepen" (waarschijnlijk doelt men op venters met een fysieke beperking die hun waren niet luidkeels kunnen aanprijzen). Dit document biedt inzicht in de lokale sociaaleconomische ordening in Nederland tijdens het interbellum. Straathandel was een cruciale vorm van levensonderhoud voor de lagere sociale klassen. De overheid probeerde dit te reguleren via vergunningsstelsels om 'overbezetting' van het beroep en overlast te voorkomen. De discussie over de leeftijd van 14 jaar weerspiegelt de overgangsfase waarin kinderarbeid aan banden werd gelegd, maar de realiteit van jonge werkenden nog zeer aanwezig was. De genoemde namen (Gaaikema, Presser) en de context suggereren een stedelijke omgeving, mogelijk Amsterdam of Groningen, waar dergelijke commissies zeer actief waren in het beheer van markten en straathandel. Gaaikema (De heer)

Samenvatting

De tekst behandelt een discussie binnen een commissie over de regelgeving rondom straatventers en hun assistenten. De kernpunten zijn:
* Minimumleeftijd: Er is onenigheid over de leeftijd van assistenten. Sommige leden pleiten voor 18 jaar, terwijl de heer Gaaikema opmerkt dat de arbeidswetgeving werk vanaf 14 jaar al toestaat.
* Doorstroming: Men bespreekt een voorstel van de Wethouder waarbij assistenten na vijf jaar mogelijk recht krijgen op een eigen ventvergunning. De commissie vreest dat dit zal leiden tot een overvloed aan aanvragen, mede omdat medische attesten blijkbaar eenvoudig te verkrijgen zijn.
* Uitzonderingen: Er wordt een principebesluit genomen dat trouwe assistentie moreel recht geeft op een vergunning, en dat er geen bezwaar is tegen vergunningen voor venters die niet kunnen "roepen" (waarschijnlijk doelt men op venters met een fysieke beperking die hun waren niet luidkeels kunnen aanprijzen).

Historische Context

Dit document biedt inzicht in de lokale sociaaleconomische ordening in Nederland tijdens het interbellum. Straathandel was een cruciale vorm van levensonderhoud voor de lagere sociale klassen. De overheid probeerde dit te reguleren via vergunningsstelsels om 'overbezetting' van het beroep en overlast te voorkomen. De discussie over de leeftijd van 14 jaar weerspiegelt de overgangsfase waarin kinderarbeid aan banden werd gelegd, maar de realiteit van jonge werkenden nog zeer aanwezig was. De genoemde namen (Gaaikema, Presser) en de context suggereren een stedelijke omgeving, mogelijk Amsterdam of Groningen, waar dergelijke commissies zeer actief waren in het beheer van markten en straathandel.

Genoemde Personen 1

Gaaikema (De heer)

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1