Getypte notulen/vergaderverslag (pagina 7).
Origineel
Getypte notulen/vergaderverslag (pagina 7). -7-
winkelstand worden vergroot. Spreker is principieel tegen het plan van den Voorzitter.
De Voorzitter antwoordt, dat reeds thans een markt van 70 à 80 kooplieden op Zaterdag bestaat in de Jan Evertsenstraat. Dit moet men niet uit het oog verliezen; bovendien komen er dagelyks verscheidene venters, die ook nu reeds concurrenten voor den winkelstand zyn.
Besloten wordt om een situatie-schets van de Vespuccistraat zoo spoedig mogelyk aan de leden te zenden, waarna dit agendapunt op de volgende vergadering opnieuw in behandeling zal worden genomen.
Vervolgens stelt de Voorzitter punt 5 der agenda aan de orde:
Brief wethouder voor de Levensmiddelen d.d. 10 Januari 1939 No. 5/282 L.M. inzake vervanging van standplaatshouders, teneinde hun in de gelegenheid te stellen de bloemenveiling te bezoeken; (den leden in afschrift gezonden).
De heer Presser zegt, dat hy deze aangelegenheid met verschillende standplaatshouders heeft behandeld, waarna hy de volgende conclusies heeft gemaakt:
Over het algemeen worden door de standplaatshouders de ochtendveilingen bezocht; daarvoor heeft men geen vervanging noodig, omdat men dan op de standplaats nog niet heeft uitgestald. Alleen 's zomers komt het wel eens voor, dat men in den middag de veiling moet bezoeken. Het is dan ook voldoende, dat men drie maal per week van 11 uur v.m. tot 2 uur n.m. vergunning krygt om zich te doen vervangen, teneinde naar de veiling te gaan en tevens het middagmaal te gebruiken. De door spreker geraadpleegde kooplieden zeggen, dat zy dan al meer dan voldoende gelegenheid hebben, om zich van hun standplaatsen te verwyderen.
De heer Neeter deelt mede, dat de standplaatshouders soms naar meer dan een veiling moeten in verband met den aard van hun handel. De standplaatshouders hebben nu eenmaal een beter gesorteerden handel dan de venters. Er zyn vyf veilingen, die alle op verschillende uren worden gehouden. Dit document biedt een gedetailleerd inkijkje in de organisatie van de Amsterdamse straathandel aan het eind van de jaren dertig. De kern van het debat op deze pagina is tweeledig:
1. Concurrentie: Er is een spanningsveld tussen de gevestigde "winkelstand" en de ambulante handel (marktkooplieden en venters). De Jan Evertsenstraat wordt hierbij specifiek genoemd als een locatie waar de druk van de markt groot is.
2. Logistiek en Regelgeving: Marktkooplieden die bloemen of verse producten verkopen, moeten fysiek aanwezig zijn op de veilingen om hun voorraad in te kopen. De discussie gaat over de juridische en praktische mogelijkheid om zich op de marktplaats te laten vervangen tijdens deze inkoopuren. Er wordt gezocht naar een balans tussen de behoefte van de handelaar (bezoek aan meerdere veilingen) en de regels van de gemeente (beperking van vervangingstijd).
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("teneinde", "in afschrift gezonden") en de spelling hanteert consequent de 'y' in plaats van 'ij', wat gebruikelijk was op veel schrijfmachines uit die periode. De vergadering vindt plaats in een tijd van economische transitie en politieke spanning. Amsterdam-West (de Baarsjes) was in deze periode een relatief nieuwe stadsuitbreiding waar veel kleine zelfstandigen en handelaren woonden en werkten.
Opvallend zijn de namen van de sprekers, de heer Presser en de heer Neeter. Dit zijn veelvoorkomende Joodse achternamen in de Amsterdamse handelswereld van die tijd. Gezien de datum, januari 1939, bevindt deze gemeenschap zich in een uiterst onzekere periode: slechts twee maanden na de Kristallnacht in buurland Duitsland en minder dan anderhalf jaar voor de Duitse bezetting van Nederland. De notulen tonen echter de 'business as usual' van de lokale marktbelangen in een stad die op dat moment nog volop in bedrijf is.