Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 362
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of beleidsstuk (pagina 3).

Origineel

Getypte ambtelijke nota of beleidsstuk (pagina 3). -3-

houders, twee vergunningen verkreeg, welke gedeeltelyk
op dezelfde dagen en uren kunnen worden ingenomen. De
hierbedoelde vergunning betreft een vergunning voor de
geheele week en een vergunning voor een ander punt, (Nw.
Keizersgracht by het Ned. Isr. Ziekenhuis), gedurende 4
dagen per week 2 1/2 uur per dag. Op die tyden maakt zy geen
gebruik van haar andere vergunning.

Het wil my voorkomen, dat met het verstrekken van
een tweede standplaatsvergunning eenige voorzichtigheid
moet worden betracht en dus niet kan worden volstaan met
de gebruikelijke beoordeeling.

Een aanvrage om een tweede standplaats kan o.a. wor-
den verwacht in de volgende gevallen:
1. een tweede standplaats wordt aangevraagd voor dagen en
uren, waarop van de eerste standplaats geen gebruik mag
worden gemaakt;
2. een vergunninghouder vraagt een tweede standplaats voor
bepaalde dagen en uren, omdat hy op die tydstippen op de
hem verleende standplaats niets of slechts weinig kan
verdienen;
3. een vergunninghouder vraagt een tweede standplaats voor
bepaalde dagen en uren, omdat hy op die tydstippen daar
meer zal kunnen verdienen dan op de hem reeds verleende
standplaats, niettegenstaande de verkoop aldaar redelyk
kan worden geacht.

By de beoordeeling van dit soort aanvragen zou ik
allereerst in overweging willen nemen, of de aangevraagde
tweede standplaats op zich zelf reeds een volle bestaans-
mogelykheid op de gewone uren biedt aan een standplaats-
houder. Is dat het geval, dan dient te worden overwogen,
dat door toewyzing, aan anderen de gelegenheid wordt
ontnomen, een standplaats te verkrygen. Daarom zal die
plaats alleen kunnen worden toegewezen tot tyd en wyle
een andere aanvrager komt, waarbij de eerste verkryger na-
tuurlyk moet worden gewaarschuwd by het uitreiken van zyn
tweede vergunning.

Is die bestaansmogelykheid niet aanwezig en is de
plaats alleen geschikt voor verkoop op bepaalde dagen en
uren, dan zou ik slechts in de eerste twee bovengenoemde De kern van dit document is een ambtelijk advies over de regulering van standplaatsen. De schrijver pleit voor een strikt en rechtvaardig beleid bij het toekennen van een tweede vergunning aan één persoon. Het centrale argument is het concept van "bestaansmogelijkheid":
* Als een specifieke standplaats voldoende inkomen kan genereren voor één persoon (een "volle bestaansmogelijkheid"), mag deze niet zomaar als extraatje aan een reeds bestaande vergunninghouder worden gegeven. Dit zou immers de kans voor een ander ontnemen om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien.
* Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie scenario's voor een aanvraag: tijden waarop men op de eerste plek niet mag staan, gebrek aan inkomsten op de eerste plek, of simpelweg méér winstbejag op een andere plek.
* De voorgestelde oplossing voor populaire plekken is een tijdelijke toewijzing: de houder krijgt de tweede plek totdat er een nieuwe gegadigde komt die nog geen standplaats heeft. Dit document biedt inzicht in de fijnmazige distributie van economische kansen in een stedelijke omgeving (zeer waarschijnlijk Amsterdam) tijdens een periode van schaarste of strikte regulering. De specifieke vermelding van de Nieuwe Keizersgracht bij het Nederlands-Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ) plaatst de handeling in de Amsterdamse Jodenbuurt. Het NIZ was een belangrijk ziekenhuis dat tot 1943 functioneerde (en tijdens de bezetting werd gebruikt als ziekenhuis voor Joden). De archaïsche spelling met "y" in plaats van "ij" wijst op een datering voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), hoewel dit type spelling in ambtelijke stukken soms langer bleef hangen. Het document illustreert hoe de overheid trachtte sociale rechtvaardigheid te waarborgen door te voorkomen dat individuen monopolies op lucratieve handelslocaties kregen ten koste van werklozen of andere kleine zelfstandigen.

Samenvatting

De kern van dit document is een ambtelijk advies over de regulering van standplaatsen. De schrijver pleit voor een strikt en rechtvaardig beleid bij het toekennen van een tweede vergunning aan één persoon. Het centrale argument is het concept van "bestaansmogelijkheid":
* Als een specifieke standplaats voldoende inkomen kan genereren voor één persoon (een "volle bestaansmogelijkheid"), mag deze niet zomaar als extraatje aan een reeds bestaande vergunninghouder worden gegeven. Dit zou immers de kans voor een ander ontnemen om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien.
* Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie scenario's voor een aanvraag: tijden waarop men op de eerste plek niet mag staan, gebrek aan inkomsten op de eerste plek, of simpelweg méér winstbejag op een andere plek.
* De voorgestelde oplossing voor populaire plekken is een tijdelijke toewijzing: de houder krijgt de tweede plek totdat er een nieuwe gegadigde komt die nog geen standplaats heeft.

Historische Context

Dit document biedt inzicht in de fijnmazige distributie van economische kansen in een stedelijke omgeving (zeer waarschijnlijk Amsterdam) tijdens een periode van schaarste of strikte regulering. De specifieke vermelding van de Nieuwe Keizersgracht bij het Nederlands-Israëlietisch Ziekenhuis (NIZ) plaatst de handeling in de Amsterdamse Jodenbuurt. Het NIZ was een belangrijk ziekenhuis dat tot 1943 functioneerde (en tijdens de bezetting werd gebruikt als ziekenhuis voor Joden). De archaïsche spelling met "y" in plaats van "ij" wijst op een datering voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), hoewel dit type spelling in ambtelijke stukken soms langer bleef hangen. Het document illustreert hoe de overheid trachtte sociale rechtvaardigheid te waarborgen door te voorkomen dat individuen monopolies op lucratieve handelslocaties kregen ten koste van werklozen of andere kleine zelfstandigen.

Locaties

Amsterdam (verwijzing naar Nw. Keizersgracht).

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1