Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 376
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte beleidsnota (pagina 5 van een groter geheel).

Van: Wethouder (aangeduid als "Nota Weth.").

Origineel

Getypte beleidsnota (pagina 5 van een groter geheel). Wethouder (aangeduid als "Nota Weth."). Blz.5 Nota Weth.

Naar myn meening dient ook vervanging, die steeds ad libitum
vernieuwd wordt, in het vervolg te worden geweigerd.
Indien n.l. uit het geneeskundig onderzoek, ingesteld na-
dat reeds byvoorbeeld 2 jaar achtereen vervanging is verleend,
zou blyken, dat de vergunninghouder door blyvende invaliditeit
niet meer in staat is zyn beroep uit te oefenen, ware deze fa-
ciliteit niet meer te verleenen.
Het heeft dan ook geen zin meer aan een blyvend invalide
venter, by het ingaan van een nieuw boekjaar, opnieuw een vent-
vergunning te verstrekken, waarvan hy in feite geen gebruik
kan maken.
Ten einde den venter/standplaatshouder, voor wien uiteraard
de beslissing van groot belang is, een groote rechtszekerheid
te geven, zou ik de mogelykheid geopend willen zien, dat hy in
beroep kan gaan by een geneeskundige commissie (conform de rege-
ling voor het Gemeentepersoneel) bestaande uit den Directeur
van den Gemeentelyken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst, de
gemeentearts die afkeurde en een door den venter aan te wyzen
geneeskundige, waarby de uitspraak van deze commissie als bin-
dend dient te worden aanvaard.

Ik stel my derhalve thans de volgende leidraad voor,
waarnaar ik het vervolg gehandeld kan worden.
1o. Vanwege de Secretarie worde aandrang uitgeoefend dat, om zooveel
mogelyk de inkomsten in het gezin te houden, alsmede de uitgaven
van den venter te beperken, in de eerste plaats wordt omgezien
naar vervanging of bystand van familieleden, die in het bezit
zyn van een ventvergunning, daarna kunnen familieleden zonder
ventvergunning in aanmerking komen en ten slotte vreemden.
2o. De reeds voor onbepaalden tyd verleende vergunningen aan stand-
plaatshouders om vervanging of bystand om gezondheidsredenen
worden ingetrokken en de in aanmerking komende voor een bepaal-
den tyd, b.v. 6 maanden, opnieuw uitgereikt. Na deze 6 maanden
worde een nieuw onderzoek ingesteld.
De vergunningen van voorgoed invalide venters en stand-
plaatshouders, worden resp. niet meer verleend of ingetrokken. In deze nota pleit een wethouder voor een strenger en meer gestructureerd beleid rondom ventvergunningen, specifiek wanneer de houder door gezondheidsproblemen niet zelf kan werken. De kernpunten zijn:

  • Inperking van privileges: De wethouder wil stoppen met het "ad libitum" (naar believen) verlengen van tijdelijke vervangingsregelingen. Als iemand na twee jaar nog steeds niet zelf kan venten, moet de faciliteit worden stopgezet.
  • Invaliditeit: Er wordt gesteld dat het onzinnig is om vergunningen te verlenen aan mensen die fysiek blijvend niet meer in staat zijn het beroep uit te oefenen.
  • Rechtsbescherming: Om willekeur te voorkomen, wordt een medische beroepscommissie voorgesteld, vergelijkbaar met de regeling voor gemeenteambtenaren.
  • Sociale prioritering: Bij noodzakelijke vervanging gaat de voorkeur uit naar gezins- of familieleden. Dit is een sociale maatregel om het gezinsinkomen te waarborgen en kosten te drukken.
  • Van onbepaalde naar bepaalde tijd: Bestaande vergunningen voor onbepaalde tijd op basis van gezondheid worden ingetrokken en omgezet naar termijnen van 6 maanden met verplichte herkeuring. Dit document past in de bredere geschiedenis van de ordening van de straathandel in Nederlandse gemeenten in de eerste helft van de 20e eeuw. De gebruikte spelling wijst op een periode waarin de spelling-De Vries en Te Winkel nog dominant was (vóór de hervorming van 1947).

Het document illustreert de verschuiving van een informeel beleid naar een meer gebureaucratiseerde aanpak, waarbij medische keuringen door de GGD (Gemeentelijke Geneeskundige- en Gezondheidsdienst) een centrale rol kregen. Tevens weerspiegelt het de toenmalige zorg voor de 'kleine man' door te proberen inkomsten binnen het gezin te houden, terwijl men tegelijkertijd probeerde de administratieve wildgroei aan 'eeuwigdurende' vervangingsvergunningen te beteugelen.

Samenvatting

In deze nota pleit een wethouder voor een strenger en meer gestructureerd beleid rondom ventvergunningen, specifiek wanneer de houder door gezondheidsproblemen niet zelf kan werken. De kernpunten zijn:

  • Inperking van privileges: De wethouder wil stoppen met het "ad libitum" (naar believen) verlengen van tijdelijke vervangingsregelingen. Als iemand na twee jaar nog steeds niet zelf kan venten, moet de faciliteit worden stopgezet.
  • Invaliditeit: Er wordt gesteld dat het onzinnig is om vergunningen te verlenen aan mensen die fysiek blijvend niet meer in staat zijn het beroep uit te oefenen.
  • Rechtsbescherming: Om willekeur te voorkomen, wordt een medische beroepscommissie voorgesteld, vergelijkbaar met de regeling voor gemeenteambtenaren.
  • Sociale prioritering: Bij noodzakelijke vervanging gaat de voorkeur uit naar gezins- of familieleden. Dit is een sociale maatregel om het gezinsinkomen te waarborgen en kosten te drukken.
  • Van onbepaalde naar bepaalde tijd: Bestaande vergunningen voor onbepaalde tijd op basis van gezondheid worden ingetrokken en omgezet naar termijnen van 6 maanden met verplichte herkeuring.

Historische Context

Dit document past in de bredere geschiedenis van de ordening van de straathandel in Nederlandse gemeenten in de eerste helft van de 20e eeuw. De gebruikte spelling wijst op een periode waarin de spelling-De Vries en Te Winkel nog dominant was (vóór de hervorming van 1947).

Het document illustreert de verschuiving van een informeel beleid naar een meer gebureaucratiseerde aanpak, waarbij medische keuringen door de GGD (Gemeentelijke Geneeskundige- en Gezondheidsdienst) een centrale rol kregen. Tevens weerspiegelt het de toenmalige zorg voor de 'kleine man' door te proberen inkomsten binnen het gezin te houden, terwijl men tegelijkertijd probeerde de administratieve wildgroei aan 'eeuwigdurende' vervangingsvergunningen te beteugelen.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1