Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 384
Dossier 76
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag (doorslag van notulen).

Origineel

Getypt verslag (doorslag van notulen). -9-

gunningen aan venters verleend. De venters zullen hier-
door zooveel mogelyk worden geholpen; naar spreker's mee-
ning is het innemen van een standplaats veelal minder
hinderlyk voor het verkeer, dan het venten.
In de tweede plaats zou spreker artikel 344a der Algemee-
ne Politie Verordening gewyzigd willen zien, voor zoover
het op den openbaren weg betrekking heeft. Het artikel
kome te luiden, dat het innemen van standplaatsen verboden
is in door Burgemeester en Wethouders by openbare kennis-
geving aangegeven straten, naar analogie van wat artikel
3 lid 1 der Ventverordening ten aanzien van ventverboden
bepaalt. Het innemen van standplaatsen wordt dus alleen
verboden in straten, waar het verkeer vry druk is, doch
niet zoo druk, dat een ventverbod wenschelyk zou zyn. In
de derde plaats blyven dan zeer vele straten over, waar
het verkeer geenerlei hinder heeft van het innemen van
standplaatsen; het venten zoowel als het innemen van
standplaatsen kunnen daar dus worden toegelaten, behou-
dens de bepalingen der Ventverordening. Naar spreker's
meening is het bovenstaande een schema voor een oplossing
die wellicht bevrediging zal schenken in de toekomst.
De heer Seegers deelt mede, dat den winkeliers in de Jan Evertsenstraat
een petionnement is aangeboden door menschen, die met
den straathandel in deze straat niets te maken hadden.
Er waren twee lysten, namelyk een, waarop men tegen het
instellen van een markt van Maandag tot en met Vrydag kon
teekenen en een, waarop men zich ervoor kon verklaren.
Het is opmerkelyk, dat de winkeliers in het algemeen niet
afwyzend tegenover het instellen van een markt voor ven-
ters van Maandag tot en met Vrydag zyn. De winkeliers
kunnen ook moeilyk bezwaar maken, omdat momenteel de ven-
ters zich ook reeds in deze straat plegen op te houden.
De heer Neeter hecht niet veel waarde aan het petitionnement. De win-
keliers durven zich nooit goed uitspreken in dergelyke ge-
vallen.
De heer Seegers wyst erop, dat in de Van Limburg Stirumstraat oorspron-
kelyk zeven à acht venters regelmatig clandestien een
standplaats innamen. Deze menschen hebben eenige jaren Dit document betreft een verslag van een beraadslaging (vermoedelijk een gemeenteraadscommissie) over de wijziging van de Algemeene Politie Verordening (APV) met betrekking tot straathandel.

De kern van het betoog in de eerste alinea is een pleidooi voor pragmatisme: in plaats van een algeheel verbod op standplaatsen, zou men deze enkel moeten verbieden in zeer drukke straten. In rustiger straten zou zowel venten als het innemen van standplaatsen toegestaan moeten worden om de ambulante handel te faciliteren zonder de verkeersdoorstroming te belemmeren.

In het tweede deel van de tekst wordt een specifiek conflict besproken in de Jan Evertsenstraat. Er is sprake van een petitie ("petionnement") over de komst van een doordeweekse markt. De discussie onthult een interessante sociale dynamiek: de heer Seegers merkt op dat winkeliers niet per se tegen zijn, omdat de handel feitelijk al "clandestien" plaatsvindt. De heer Neeter trekt de betrouwbaarheid van de petitie echter in twijfel, suggererend dat winkeliers zich onder sociale druk niet eerlijk durven uitlaten. Het document stamt uit een periode waarin de moderne stedelijke ordening van Amsterdam vorm kreeg (vermoedelijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw, gelet op de spelling en de ontwikkeling van de Jan Evertsenstraat). De overgang van ongeorganiseerde straathandel naar gereguleerde markten en standplaatsen zorgde destijds voor veel discussie tussen de gemeente, de gevestigde middenstand (winkeliers) en de ambulante handelaren (venters). De genoemde straten (Jan Evertsenstraat en Van Limburg Stirumstraat) waren en zijn vitale aders voor lokale handel in de stad. De genoemde heren Seegers en Neeter waren waarschijnlijk betrokkenen bij het gemeentebestuur of vertegenwoordigers van belangenverenigingen.

Samenvatting

Dit document betreft een verslag van een beraadslaging (vermoedelijk een gemeenteraadscommissie) over de wijziging van de Algemeene Politie Verordening (APV) met betrekking tot straathandel.

De kern van het betoog in de eerste alinea is een pleidooi voor pragmatisme: in plaats van een algeheel verbod op standplaatsen, zou men deze enkel moeten verbieden in zeer drukke straten. In rustiger straten zou zowel venten als het innemen van standplaatsen toegestaan moeten worden om de ambulante handel te faciliteren zonder de verkeersdoorstroming te belemmeren.

In het tweede deel van de tekst wordt een specifiek conflict besproken in de Jan Evertsenstraat. Er is sprake van een petitie ("petionnement") over de komst van een doordeweekse markt. De discussie onthult een interessante sociale dynamiek: de heer Seegers merkt op dat winkeliers niet per se tegen zijn, omdat de handel feitelijk al "clandestien" plaatsvindt. De heer Neeter trekt de betrouwbaarheid van de petitie echter in twijfel, suggererend dat winkeliers zich onder sociale druk niet eerlijk durven uitlaten.

Historische Context

Het document stamt uit een periode waarin de moderne stedelijke ordening van Amsterdam vorm kreeg (vermoedelijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw, gelet op de spelling en de ontwikkeling van de Jan Evertsenstraat). De overgang van ongeorganiseerde straathandel naar gereguleerde markten en standplaatsen zorgde destijds voor veel discussie tussen de gemeente, de gevestigde middenstand (winkeliers) en de ambulante handelaren (venters). De genoemde straten (Jan Evertsenstraat en Van Limburg Stirumstraat) waren en zijn vitale aders voor lokale handel in de stad. De genoemde heren Seegers en Neeter waren waarschijnlijk betrokkenen bij het gemeentebestuur of vertegenwoordigers van belangenverenigingen.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1