Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 100
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift (brief).

28 maart 1939. Van: G. Oudhof, Eerste Helmerstraat 105 II, Amsterdam. Aan: Doctor v.d. Laan (vermoedelijk een functionaris bij het marktwezen of sociale zaken).

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift (brief). 28 maart 1939. G. Oudhof, Eerste Helmerstraat 105 II, Amsterdam. Doctor v.d. Laan (vermoedelijk een functionaris bij het marktwezen of sociale zaken). Amsterdam 28 Maart 1939
$N^o . 77/17/4$ M. 1939 $\frac{28}{3}$
Zeer Weledele Geleerden Heer
Doctor v d Laan

Ondergeteekende G. Oudhof
Verzoekt beleefd om toegang op de groentemarkt
Het is nu ongeveer 2 jaar geleden, dat mij de
toegang op de groentemarkt werdt verboden, waarvan ik
bovendien nog 2 maanden in de gevangenis moest. Nu ben ik steun-
trekker, wat mij sterk tegen de borst stuit, want dat gelanter
flanter langs de straat verveelt mij vreeslijk, Bovendien wordt
een pracht kans geboden, door mijn neef C. Oudhof.
P. C. Hooftstraat 109 welke mij aan geld wil helpen om te begginnen
En mij zelf in staat acht om voor mij en mijn gezin mijn brood te verdienen
Eenmaal hoop ik dat U het nog eens met mij wil proberen, Ik
beloof U dat waarvoor ik nu zoo zwaar gestraft ben, dat het
niet meer zal voorkomen. Komt U er eens goed in wat het
voor mij betekent, om steuntrekker te zijn. Terwijl ik mijn
leven lang op de groentemarkt geweest ben, Probeert U het nog
eens met mij en ik zal maken dat U tevreden over mij bent?

Hoogachtent
U.ed.dw. dr.
G Oudhof

Eerste Helmerstraat 105 II De brief is een persoonlijk verzoek om rehabilitatie. De schrijver, G. Oudhof, is twee jaar eerder de toegang tot de groentemarkt ontzegd naar aanleiding van een incident waarvoor hij ook een gevangenisstraf heeft uitgezeten.

De kernpunten van zijn verzoek zijn:
* Arbeidsethos: Oudhof ervaart het leven als "steuntrekker" (ontvanger van een werkloosheidsuitkering) als moreel bezwaarlijk en saai ("gelanterflanter").
* Economisch perspectief: Hij heeft de kans om met financiële hulp van zijn neef (C. Oudhof uit de P.C. Hooftstraat) opnieuw een eigen zaak te beginnen en zijn gezin te onderhouden.
* Berouw: Hij erkent zijn fouten uit het verleden en belooft beterschap.
* Vakkennis: Hij voert aan dat hij zijn hele leven al op de markt werkt en daar dus thuis hoort.

De brief is geschreven in de spelling van vóór de wijzigingen van 1947 (bijv. "ondergeteekende") en bevat enkele spelfouten (zoals "begginnen" en "Hoogachtent"), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse die probeert een formele, eerbiedige toon aan te slaan. Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, de nadagen van de Grote Depressie in Nederland. Werkloosheid was wijdverbreid en de sociale controle op mensen in de "steun" was streng. Werken op de groentemarkt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam) was een geprivilegieerde positie waarvoor strikte vergunningen nodig waren.

De brief illustreert de sociale druk en het stigma dat destijds kleefde aan werkloosheid. Voor een Amsterdamse marktkoopman betekende de ontzegging van toegang tot de markt het verlies van zijn identiteit en bestaansmiddelen. Het document biedt een inkijkje in de wijze waarop burgers in die tijd probeerden via persoonlijke smeekbedes aan autoriteiten hun positie in de maatschappij te herwinnen. C. Hooftstraat C. Oudhof G. Oudhof P.C. Hooftstraat Marktwezen

Samenvatting

De brief is een persoonlijk verzoek om rehabilitatie. De schrijver, G. Oudhof, is twee jaar eerder de toegang tot de groentemarkt ontzegd naar aanleiding van een incident waarvoor hij ook een gevangenisstraf heeft uitgezeten.

De kernpunten van zijn verzoek zijn:
* Arbeidsethos: Oudhof ervaart het leven als "steuntrekker" (ontvanger van een werkloosheidsuitkering) als moreel bezwaarlijk en saai ("gelanterflanter").
* Economisch perspectief: Hij heeft de kans om met financiële hulp van zijn neef (C. Oudhof uit de P.C. Hooftstraat) opnieuw een eigen zaak te beginnen en zijn gezin te onderhouden.
* Berouw: Hij erkent zijn fouten uit het verleden en belooft beterschap.
* Vakkennis: Hij voert aan dat hij zijn hele leven al op de markt werkt en daar dus thuis hoort.

De brief is geschreven in de spelling van vóór de wijzigingen van 1947 (bijv. "ondergeteekende") en bevat enkele spelfouten (zoals "begginnen" en "Hoogachtent"), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse die probeert een formele, eerbiedige toon aan te slaan.

Historische Context

Dit document stamt uit het voorjaar van 1939, de nadagen van de Grote Depressie in Nederland. Werkloosheid was wijdverbreid en de sociale controle op mensen in de "steun" was streng. Werken op de groentemarkt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam) was een geprivilegieerde positie waarvoor strikte vergunningen nodig waren.

De brief illustreert de sociale druk en het stigma dat destijds kleefde aan werkloosheid. Voor een Amsterdamse marktkoopman betekende de ontzegging van toegang tot de markt het verlies van zijn identiteit en bestaansmiddelen. Het document biedt een inkijkje in de wijze waarop burgers in die tijd probeerden via persoonlijke smeekbedes aan autoriteiten hun positie in de maatschappij te herwinnen.

Genoemde Personen 4

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 4