Proces-verbaal (getuigenverklaring en verhoor van verdachte).
Origineel
Proces-verbaal (getuigenverklaring en verhoor van verdachte). Op 4 Maart 1900negenendertig nog gehoord Hyman van Cleef, oud 34 jaar, knecht, wonende Tilanusstraat 51 III te Amsterdam (Oost), die verklaarde: "Toen ik my hedenmorgen te ongeveer 9.30 uur voormiddags ophield voor het pakhuis van myn patroon B. van Thyn, hetwelk zich in de hal bevindt en gemerkt is Hal I, zag ik dat de fruitgrossier S. Blik, die tegenover dit pakhuis op ongeveer 8 meter afstand een plaats bezet, een minder prettig gesprek voeren met een van zyn klanten. Hierdoor wond hy zich op en in dezen toestand kwam hy eenige oogenblikken later in onze richting loopen. Hy vloekte en zei dat alle klanten die na 9 uur op de markt komen, konden afsterven. De kleinhandelaar S. van Gelderen, die klant is by myn patroon en die de eenige koopman was die zich in onze omgeving ophield en bovendien steeds na 9 uur op de markt verschynt, trok zich deze woorden aan. Hy wendde zich althans tot Blik met de woorden: Dat moet je maar meenemen voor je vrouw en kinderen. Hierop gaf Blik van Gelderen een klap op zyn wang. De sigaar, welke hy in zyn mond had, viel op den grond en zyn hoed vloog af. Van Gelderen is vervolgens weggegaan om de assistentie van het Marktwezen in te roepen nadat myn patroon erger had voorkomen."
Naar aanleiding van vorenstaande verklaringen heb ik, verbalisant op 4 Maart 1900negenendertig voorloopig verhoord een persoon, die my desgevraagd opgaf te zyn genaamd
SALOMON BLIK,
geboren te Amsterdam 4 Januari 1800een en tachtig, fruitgrossier, wonende 2e Boerhaavestraat 17 II te Amsterdam (Oost). Hy verklaarde het volgende: "Hedenmorgen te ongeveer 9.30 uur onderhandelde ik op myn verkoopplaats, welke zich bevindt in de hal op de terreinen van de Centrale Markt, met een van myn klanten. Hy deed me een bod op een partytje handel dat wel zoo gek was dat ik er door ontstemd raakte. De klant liep weg en ik liep zoo in mezelf te vloeken. Onder meer heb ik toen hardop gezegd dat alle klanten die na 9 uur op de markt komen me afgestorven kunnen worden. Terwijl ik deze woorden bezigde liep ik in de richting van het pakhuis van den grossier B. van Thyn, hetwelk zich tegenover myn verkoopplaats bevindt. Hier hield zich de kleinhandelaar van Gelderen op, die blykbaar meende dat de door my gebezigde woorden voor hem bestemd waren. Hy voegde my toe dat ik hetgeen ik hem zou hebben toegewenscht maar moest meenemen voor myn vrouw en kinderen, die dan tenminste voor het Purimfeest ook wat hadden. (Het Purimfeest was namelyk op 5 Maart.) Hierop werd ik zoo kwaad dat ik myn beheersching verloor en van Gelderen een klap op zyn wang gaf. Ik heb niet gezien dat zyn sigaar uit zyn mond viel en dat ik zyn hoed heb afgeslagen."
Ik, verbalisant heb Blik voornoemd een proces-verbaal aangezegd.
Hiervan op ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt te Amsterdam, den dertienden Maart 1900negenendertig.
Gezien:
De Commissaris van Politie
in de 2e Sectie: Het document is een verslag van een geweldsincident op de werkvloer van de Amsterdamse Centrale Markt in maart 1939. De aanleiding was een zakelijk conflict tussen fruitgrossier Salomon Blik en een klant, dat escaleerde in een fysieke confrontatie met een omstander, de kleinhandelaar Van Gelderen.
De kern van het conflict ligt in een verbale belediging ("klanten die na 9 uur komen mogen afsterven"), die door Van Gelderen persoonlijk werd opgevat. De escalatie naar een fysieke klap werd getriggerd door een opmerking van Van Gelderen over het gezin van Blik in relatie tot het naderende Purimfeest. Opvallend is de gedetailleerde weergave van de getuige (de klap, de vallende sigaar en hoed) versus de gedeeltelijke ontkenning van de verdachte (erkent de klap, ontkent de sigaar en hoed). Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de omgangsvormen binnen de Joodse handelsgemeenschap in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt was een cruciaal economisch knooppunt.
De vermelding van het Purimfeest (5 maart 1939) is historisch significant; het toont aan dat de betrokkenen deel uitmaakten van de Joodse gemeenschap. De spanningen op de markt, de vroege uren en de scherpe concurrentie zorgden blijkbaar voor een kruitvat aan emoties. De datering (maart 1939) plaatst dit incident in een tijd waarin de Joodse gemeenschap in Amsterdam reeds onder grote druk stond door de politieke ontwikkelingen in buurland Duitsland, hoewel daar in dit specifieke politieverslag over een 'eenvoudige' mishandeling niets van terug te vinden is. B. van Thyn S. Blik S. van Gelderen Marktwezen Politie