Archief 745
Inventaris 745-301
Pagina 325
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief of ambtelijk rapport (doorslag).

21 October (jaartal onbekend, op basis van spelling en context vermoedelijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw).

Origineel

Getypte brief of ambtelijk rapport (doorslag). 21 October (jaartal onbekend, op basis van spelling en context vermoedelijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw). 2                             21 October             9.
85/78/8          den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.    Levensmiddelen,

tegenwoordiger der kramenverhuurders-organisaties. Deze sub-
commissie beoordeelt of de koopman, die eigen materiaal
wenscht aan te schaffen, daaraan inderdaad voor zijn bedrijf
behoefte heeft. Blijkt dit het geval te zijn - en dus geen
ontduiking van kramengeld te worden beoogd - dan moet het aan
te schaffen materiaal als regel contant door den marktkoopman
worden betaald, terwijl hij het moet bergen bij den kramen-
verhuurder van wien hij tot nu toe een kraam placht te huren,
tenzij hij het materiaal in zijn eigen loods kan bergen.
       De bedoelde regeling werkt goed; alle (+ 90) kramen-
verhuurders op de markten hebben zich ermede vereenigd; alleen
adressant maakt voortdurend moeilijkheden. Ook overigens
toont hij zich trouwens van ongunstigen kant, hetgeen blijkt
uit het feit, dat hem tot nu toe dezerzijds was opgedragen de
snoeren voor de electrische marktverlichting der Ten Kate-
straat op te bergen en aan de kooplieden uit te geven (een
werkzaamheid waarvoor hij ƒ 150,- per jaar ontving), doch dat
hij dit werk dermate veronachtzaamde, dat hem heden op staan-
den voet de bedoelde taak is ontnomen. Hij verzuimde den
laatsten tijd eenvoudig om des middags voor uitreiking der
snoeren zorg te dragen en hij bleef daarmede in gebreke on-
danks herhaalde waarschuwingen. De marktkooplieden werden
hierdoor ernstig bemoeilijkt in hun zaken, zoodat ik de be-
doelde werkzaamheden aanvankelijk met ingang van 1 November
a.s. aan een anderen kramenverhuurder opdroeg; adressant ver-
waarloosde zijn taak daarna zoo zeer, dat zij hem zelfs niet
tot 1 November a.s. kon blijven opgedragen.
       Ad c. Marktwezen verbiedt den adressant niet om kramen
aan kooplieden te verhuren, doch wel bepaalt de dienst, waar
adressant de door hem te verhuren kramen mag plaatsen. Dit
volgt uit de omstandigheid, dat Burgemeester en Wethouders op
elke markt aan meer dan één kramenverhuurder vergunning gaven
tot het plaatsen van kramen; als de verhuurders onderling ge-
schillen krijgen over de plaats, waar hun kramen moeten staan,
worden deze geschillen door mijn dienst in het belang van de
openbare orde beslist. Adressant, die bovendien aanvankelijk
met zijn vakgenooten had afgesproken, niet elkander klanten Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van het document betreft de regulering en handhaving op de Amsterdamse markten, in het bijzonder de Ten Katemarkt (Ten Katestraat).

Er worden twee hoofdpunten besproken:
1. Eigen materiaal van kooplieden: Er bestaat een controlemechanisme (een subcommissie) om te voorkomen dat marktkooplieden eigen kramen aanschaffen enkel om marktgelden te ontduiken. Indien toegestaan, moet de opslag hiervan vaak nog steeds via de erkende kramenverhuurders verlopen.
2. Conflict met een 'adressant': Een specifieke kramenverhuurder weigert zich te schikken naar de collectieve afspraken. Bovendien is hij per direct ontheven uit zijn betaalde taak (ƒ 150,- per jaar) voor het beheer van de elektrische verlichtingssnoeren op de Ten Katemarkt wegens ernstige verwaarlozing van zijn plichten.

De tekst benadrukt de autoriteit van de Dienst Marktwezen om geschillen tussen verhuurders op te lossen in het belang van de "openbare orde". De tekst stamt uit een periode (vermoedelijk het interbellum) waarin de Amsterdamse markten verregaand werden geprofessionaliseerd en gereguleerd door de gemeente. De Ten Katemarkt, gevestigd in de Kinkerbuurt, was een van de drukke dagmarkten waar logistieke zaken zoals verlichting en kraamopstelling essentieel waren voor een goed verloop.

De figuur van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd verantwoordelijk voor zowel de marktwezen-portefeuille als de bredere distributie van goederen in de stad. Het document illustreert de spanning tussen de private kramenverhuurders (die vaak onderlinge afspraken maakten over klanten) en de gemeentelijke drang naar centrale regie en transparantie.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van het document betreft de regulering en handhaving op de Amsterdamse markten, in het bijzonder de Ten Katemarkt (Ten Katestraat).

Er worden twee hoofdpunten besproken:
1. Eigen materiaal van kooplieden: Er bestaat een controlemechanisme (een subcommissie) om te voorkomen dat marktkooplieden eigen kramen aanschaffen enkel om marktgelden te ontduiken. Indien toegestaan, moet de opslag hiervan vaak nog steeds via de erkende kramenverhuurders verlopen.
2. Conflict met een 'adressant': Een specifieke kramenverhuurder weigert zich te schikken naar de collectieve afspraken. Bovendien is hij per direct ontheven uit zijn betaalde taak (ƒ 150,- per jaar) voor het beheer van de elektrische verlichtingssnoeren op de Ten Katemarkt wegens ernstige verwaarlozing van zijn plichten.

De tekst benadrukt de autoriteit van de Dienst Marktwezen om geschillen tussen verhuurders op te lossen in het belang van de "openbare orde".

Historische Context

De tekst stamt uit een periode (vermoedelijk het interbellum) waarin de Amsterdamse markten verregaand werden geprofessionaliseerd en gereguleerd door de gemeente. De Ten Katemarkt, gevestigd in de Kinkerbuurt, was een van de drukke dagmarkten waar logistieke zaken zoals verlichting en kraamopstelling essentieel waren voor een goed verloop.

De figuur van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd verantwoordelijk voor zowel de marktwezen-portefeuille als de bredere distributie van goederen in de stad. Het document illustreert de spanning tussen de private kramenverhuurders (die vaak onderlinge afspraken maakten over klanten) en de gemeentelijke drang naar centrale regie en transparantie.

Gerelateerde Documenten 6