Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 50
Dossier 106
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

Klachten over
PLUIMVEE- en KONYNENSLACHTERYEN.


Ten opzichte van over pluimvee- en konynenslachteryen by het Gemeentelyk Bouw- en Woningtoezicht ingekomen klachten kan het volgende worden opgemerkt.
Het aantal klachten over deze bedryven bedroeg in het jaar:
1930 - 8 (waaronder van vorig jaar)
1931 - 12
1932 - 8
1933 - 10
1934 - 7
1935 - 13


totaal - 58

De aard van den hinder, waarover door omwonenden werd geklaagd, kan als volgt worden onderscheiden:

a. stank. (kippenlucht, mestlucht en slachtafval).
b. lawaai. (kraaien, kakelen, kwaken en geschreeuw).
c. Vliegen- en rattenhinder. (als indirect gevolg van de aanwezigheid van deze bedryven).
d. verwekken van afschuw. (ruwe behandeling van het pluimvee, en het voor omwonenden en voorby-gangers zichtbaar afslachten der dieren).

a. Hinder van stank bleek het gevolg te zyn van:
ondoelmatige, onzindelyke, slecht ingerichte en onvoldoende geventileerde bewaarplaatsen van de dieren in kelders, loodsen, tuinhuisjes en hokken;
b. te veel pluimvee in te kleine ruimten;
het niet tydig verwyderen van mest en slachtafval.

b. Lawaai, veroorzaakt door de aanwezigheid van deze dieren vooral in open ruimten, wordt verergerd door de minder rustige omgeving, waarin de dieren verkeeren, het transport en het vastgrypen der beesten.
Nachtrustverstoring, door hanengekraai, of doordat een troep eenden (vooral de oudere) in hun tydelyke verblyfplaats op een of andere wyze schrikken, en daarby geweldig kwaken of Dit document is een ambtelijk verslag dat de overlast inventariseert die wordt veroorzaakt door kleinschalige pluimvee- en konijnenslachterijen in een stedelijke omgeving in de periode 1930-1935. In totaal werden 58 klachten geregistreerd door het Bouw- en Woningtoezicht.

De analyse verdeelt de hinder in vier categorieën: hygiënische overlast (stank en ongedierte), geluidsoverlast, en een morele/visuele component ("verwekken van afschuw"). Opvallend is de gedetailleerde beschrijving van de oorzaken: slechte huisvesting in ongeschikte ruimtes zoals kelders en tuinhuisjes, overbevolking van de dieren, en gebrekkige afvalverwerking. De klachten over "afschuw" duiden op een groeiend ongemak bij de burgerij met het publiekelijk zichtbaar doden van dieren en de hardhandige behandeling ervan. In de jaren '30 bevonden veel Nederlandse steden zich in een overgangsfase. Hoewel de Woningwet van 1901 al decennia van kracht was, waren de hygiënische omstandigheden in volksbuurten vaak nog precair. Kleine bedrijvigheid, zoals thuisslachterijen, vond dikwijls plaats in dichtbevolkte woonwijken.

Tijdens de crisisjaren was het houden en slachten van kleinvee voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten of voedsel, maar dit botste steeds vaker met de moderniserende opvattingen over volksgezondheid, stadsplanning en dierenwelzijn. Het document illustreert de rol van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht als handhaver van de openbare orde en leefbaarheid, waarbij zij de balans moesten vinden tussen economische bedrijvigheid en het woongenot van de "omwonenden en voorbijgangers".

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag dat de overlast inventariseert die wordt veroorzaakt door kleinschalige pluimvee- en konijnenslachterijen in een stedelijke omgeving in de periode 1930-1935. In totaal werden 58 klachten geregistreerd door het Bouw- en Woningtoezicht.

De analyse verdeelt de hinder in vier categorieën: hygiënische overlast (stank en ongedierte), geluidsoverlast, en een morele/visuele component ("verwekken van afschuw"). Opvallend is de gedetailleerde beschrijving van de oorzaken: slechte huisvesting in ongeschikte ruimtes zoals kelders en tuinhuisjes, overbevolking van de dieren, en gebrekkige afvalverwerking. De klachten over "afschuw" duiden op een groeiend ongemak bij de burgerij met het publiekelijk zichtbaar doden van dieren en de hardhandige behandeling ervan.

Historische Context

In de jaren '30 bevonden veel Nederlandse steden zich in een overgangsfase. Hoewel de Woningwet van 1901 al decennia van kracht was, waren de hygiënische omstandigheden in volksbuurten vaak nog precair. Kleine bedrijvigheid, zoals thuisslachterijen, vond dikwijls plaats in dichtbevolkte woonwijken.

Tijdens de crisisjaren was het houden en slachten van kleinvee voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten of voedsel, maar dit botste steeds vaker met de moderniserende opvattingen over volksgezondheid, stadsplanning en dierenwelzijn. Het document illustreert de rol van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht als handhaver van de openbare orde en leefbaarheid, waarbij zij de balans moesten vinden tussen economische bedrijvigheid en het woongenot van de "omwonenden en voorbijgangers".

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Kippen Dieren: Konijn Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Kip Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →