Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 49
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte pagina uit een ambtelijk of juridisch dossier (gemerkt met paginanummer -8-).

Origineel

Getypte pagina uit een ambtelijk of juridisch dossier (gemerkt met paginanummer -8-). -8-

c. de wijze van merking, ten blijke, dat de dieren
onderzocht zijn door een ambtenaar van den Keu-
ringsdienst van Waren.

Verder zou in dezen gedachtengang vanzelfspre-
kend de verbodsbepaling van verkoopen van ongemerkte
dieren ook niet als een "eisch" als bovenbedoeld zijn
aan te merken, doch als een nadere regeling van het
op de Warenwet steunende toezicht.

Ten slotte zal een heffingsverordening in den
zin der artt. 269 jº artt. 275 en 287 van de Gemeen-
tewet voor het gebruik der centrale slachtplaats in
het leven moeten worden geroepen. Hierin moet niet
een vergoeding voor het "keuren" worden opgenomen,
omdat - althans zulks wordt verondersteld - dit in
strijd zou zijn met de Warenwet (art. 13, 2e lid). * Inhoud: De tekst behandelt de juridische inkadering van vleeskeuring en de bijbehorende leges. Het eerste deel gaat over het fysieke kenmerk (merking) dat bewijst dat een dier is goedgekeurd. Het tweede deel bespreekt de aard van de verbodsbepalingen: deze moeten niet als extra "eis" worden gezien, maar als uitwerking van het toezicht onder de Warenwet.
* Juridische splitsing: Er wordt een belangrijk onderscheid gemaakt voor de financiering. Er moet een heffing komen voor het gebruik van de slachtplaats (op basis van de Gemeentewet), maar expliciet niet voor het keuren zelf, omdat dit volgens de auteurs in strijd zou zijn met de toenmalige Warenwet (artikel 13, lid 2).
* Stijl en spelling: Het document hanteert de oude spelling (bijv. "den", "dezen", "verkoopen") en een formele, ambtelijke zinsbouw die kenmerkend is voor Nederlandse overheidsstukken uit de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode tussen 1919 (toen de eerste Warenwet in werking trad) en de jaren '50. In deze periode professionaliseerde de voedselveiligheid in Nederland sterk. Gemeenten richtten centrale slachtplaatsen op om de hygiëne en controle te verbeteren.

De discussie op deze pagina illustreert de complexiteit van de verhouding tussen lokale verordeningen (Gemeentewet) en nationale wetgeving (Warenwet). Gemeenten mochten wel kosten in rekening brengen voor het faciliteren van een slachtlocatie, maar de verplichte overheidstaak van de keuring zelf mocht niet zomaar als een extra kostenpost op de burger of slager worden afgewenteld als de nationale wet dat verbood. Dit type documentatie is cruciaal voor de geschiedenis van de publieke gezondheidszorg en de bestuurlijke inrichting van Nederland.

Samenvatting

  • Inhoud: De tekst behandelt de juridische inkadering van vleeskeuring en de bijbehorende leges. Het eerste deel gaat over het fysieke kenmerk (merking) dat bewijst dat een dier is goedgekeurd. Het tweede deel bespreekt de aard van de verbodsbepalingen: deze moeten niet als extra "eis" worden gezien, maar als uitwerking van het toezicht onder de Warenwet.
  • Juridische splitsing: Er wordt een belangrijk onderscheid gemaakt voor de financiering. Er moet een heffing komen voor het gebruik van de slachtplaats (op basis van de Gemeentewet), maar expliciet niet voor het keuren zelf, omdat dit volgens de auteurs in strijd zou zijn met de toenmalige Warenwet (artikel 13, lid 2).
  • Stijl en spelling: Het document hanteert de oude spelling (bijv. "den", "dezen", "verkoopen") en een formele, ambtelijke zinsbouw die kenmerkend is voor Nederlandse overheidsstukken uit de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode tussen 1919 (toen de eerste Warenwet in werking trad) en de jaren '50. In deze periode professionaliseerde de voedselveiligheid in Nederland sterk. Gemeenten richtten centrale slachtplaatsen op om de hygiëne en controle te verbeteren.

De discussie op deze pagina illustreert de complexiteit van de verhouding tussen lokale verordeningen (Gemeentewet) en nationale wetgeving (Warenwet). Gemeenten mochten wel kosten in rekening brengen voor het faciliteren van een slachtlocatie, maar de verplichte overheidstaak van de keuring zelf mocht niet zomaar als een extra kostenpost op de burger of slager worden afgewenteld als de nationale wet dat verbood. Dit type documentatie is cruciaal voor de geschiedenis van de publieke gezondheidszorg en de bestuurlijke inrichting van Nederland.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →