Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 48
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte pagina uit een ambtelijk rapport of adviesbrief (pagina 7).

Origineel

Getypte pagina uit een ambtelijk rapport of adviesbrief (pagina 7). -7-

Uit den aard der zaak is hierbij van het stand-
punt uitgegaan, dat de in de verordening opgenomen
bepalingen het karakter van "eischen", als bedoeld
in art. 15, 3e lid, der Warenwet dragen.

De Verordening op den Keuringsdienst van Waren
moet aangevuld worden in dien zin, dat de keuring van
wild en gevogelte geschiedt door speciale ambtenaren.
Desgewenscht en zoo mogelijk zal het daarheen te lei-
den zijn, dat deze afdeeling van den Keuringsdienst
ambtelijk los staat van den overigen dienst.

Indien de bovenomschreven verordening geacht zou
moeten worden niet in het kader van art. 15, 3e lid,
der Warenwet te vallen, dan zou misschien een andere
weg kunnen worden bewandeld.

Voor het uitoefenen van onderzoek op deugdelijk-
heid - ook al is dit van algemeenen preventieven
aard - behoeft geen afzonderlijke rechtsgrond in den
vorm eener verordening te worden geschapen. Immers
dit alles omvattende preventieve toezicht, d.w.z. een
volledige keuring van al het wild en gevogelte, is
een handeling, welke volkomen steunt op de Warenwet
en de bestaande keuringsverordening.

Het bovenstaande vóórop stellende zou in de Ver-
ordening op het gebruik van de slachtplaats moeten
worden geregeld:

a. de wijze van slachten;

b. den staat, waarin geslachte en geslacht ingevoerde
dieren zich moeten bevinden;

c. De tekst op deze pagina behandelt de juridische grondslag voor de controle op wild en gevogelte. Er worden twee wegen voorgesteld:
1. Artikel 15 van de Warenwet: De bepalingen worden gezien als wettelijke "eisen". Hierbij wordt gepleit voor de inzet van gespecialiseerde ambtenaren binnen de Keuringsdienst van Waren, die eventueel als een autonome afdeling kunnen opereren.
2. Algemeen preventief toezicht: Indien Artikel 15 niet van toepassing is, stelt de schrijver dat de bestaande Warenwet en keuringsverordeningen reeds voldoende basis bieden voor een "alles omvattend preventieve toezicht".

De pagina eindigt met een aanzet tot concrete regelgeving voor slachtplaatsen, specifiek gericht op de slachtwijze en de conditie van (geïmporteerde) karkassen. Dit document stamt uit een periode waarin de voedselveiligheid in Nederland steeds verder werd geformaliseerd. De Warenwet van 1919 vormde de basis voor het toezicht op de volksgezondheid met betrekking tot eet- en drinkwaren. De discussie over of wild en gevogelte via specifieke verordeningen dan wel via de algemene kaders van de Keuringsdienst van Waren gecontroleerd moest worden, was essentieel voor de effectiviteit van de hygiënecontroles in een tijd waarin de handel in wild en de centralisatie van slachtplaatsen toenamen. De archaïsche spelling bevestigt dat dit een historisch beleidsstuk is uit het interbellum of de vroege naoorlogse jaren.

Samenvatting

De tekst op deze pagina behandelt de juridische grondslag voor de controle op wild en gevogelte. Er worden twee wegen voorgesteld:
1. Artikel 15 van de Warenwet: De bepalingen worden gezien als wettelijke "eisen". Hierbij wordt gepleit voor de inzet van gespecialiseerde ambtenaren binnen de Keuringsdienst van Waren, die eventueel als een autonome afdeling kunnen opereren.
2. Algemeen preventief toezicht: Indien Artikel 15 niet van toepassing is, stelt de schrijver dat de bestaande Warenwet en keuringsverordeningen reeds voldoende basis bieden voor een "alles omvattend preventieve toezicht".

De pagina eindigt met een aanzet tot concrete regelgeving voor slachtplaatsen, specifiek gericht op de slachtwijze en de conditie van (geïmporteerde) karkassen.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode waarin de voedselveiligheid in Nederland steeds verder werd geformaliseerd. De Warenwet van 1919 vormde de basis voor het toezicht op de volksgezondheid met betrekking tot eet- en drinkwaren. De discussie over of wild en gevogelte via specifieke verordeningen dan wel via de algemene kaders van de Keuringsdienst van Waren gecontroleerd moest worden, was essentieel voor de effectiviteit van de hygiënecontroles in een tijd waarin de handel in wild en de centralisatie van slachtplaatsen toenamen. De archaïsche spelling bevestigt dat dit een historisch beleidsstuk is uit het interbellum of de vroege naoorlogse jaren.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →