Getypt memo/ontwerp-richtlijn.
Origineel
Getypt memo/ontwerp-richtlijn. Richtlynen in zake regeling van de slachting,
de keuring en den verkoop van geslacht WILD en GEVOGELTE.
Er zyn 3 onderwerpen:
a. plaats van slachtingen
b. keuring
c. eischen aan slachtplaatsen en aan poelierswinkels, inclusief aan ver-
pakking.
ad a. / c. SLACHTINGEN; dit onderwerp valt niet onder de Warenwet. Rege-
ling kan geschieden door een verordening ex artikel 168 der Gemeentewet in
verband met de openbare orde.
Inhaerent met het bloote aanwyzen van de plaats van slachting is
het vaststellen van eischen, waaraan de slachtplaats(en) in hygiënisch op-
zicht moet(en) voldoen. Practisch is aan deze eischen alleen behoefte, in-
dien de slachting in particuliere slachtplaatsen gehandhaafd blyft. Wordt
de slachting in een gemeentelyke inrichting geconcentreerd, dan zal de ge-
meente eigener beweging voor doelmatige outillage der inrichting zorgdra-
gen.
Het Algemeene Warenbesluit voorziet voor een deel ook in de in-
richting enz. van de slachtplaatsen. Voor zoover aanvulling daarvan nodig
is, zal de plaatselyke verordening dan ook het terrein der "openbare ge-
zondheid" betreden als aanvulling op de Warenwet of wellicht naast de
Warenwet. Het lykt wel waarschynlyk, dat het stellen van gemeentelyke
eischen, in verband met artikel 193 der Gemeentewet, een hachelyke onder-
neming is.
Aangenomen wordt, dat het Algemeene Warenbesluit voldoende bepa-
lingen bevat uit een hygiënisch oogpunt, wat aangaat poelierswinkels en
behandeling der geslachte dieren (verpakking, enz).
Indien gedecentraliseerde slachting gehandhaafd moet blyven, zal
de verordening ex artikel 168 en artikel 169 de bepaling moeten bevatten,
dat het verboden is wild en gevogelte (nader definieeren) te slachten el-
ders dan in localiteiten, welke voldoen aan de door Burgemeester en Dit document is een ambtelijke verkenning naar de juridische grondslag voor het reguleren van de handel in wild en gevogelte op gemeentelijk niveau. De kernpunten zijn:
- Juridische afbakening: De auteur stelt vast dat het reguleren van de locatie van slachtingen niet onder de landelijke Warenwet valt, maar geregeld moet worden via de Gemeentewet (artikel 168), onder de noemer van 'openbare orde'.
- Hygiëne-eisen: Er wordt onderscheid gemaakt tussen particuliere en gemeentelijke slachtplaatsen. Bij particuliere locaties zijn expliciete lokale regels nodig, terwijl de gemeente bij eigen inrichtingen zelf voor de juiste uitrusting ('outillage') zorgt.
- Conflictvermijding: Men waarschuwt voor juridische complicaties ('een hachelyke onderneming') wanneer gemeentelijke eisen botsen met landelijke besluiten (zoals het Algemeen Warenbesluit), die al grotendeels voorzien in regels voor winkels en verpakkingen.
- Beperking van locaties: Het advies is om via een plaatselijke verordening te verbieden dat er op andere dan goedgekeurde locaties geslacht wordt. Het document illustreert de historische ontwikkeling van de Nederlandse voedselveiligheid en de verdeling van bevoegdheden tussen het Rijk en gemeenten. In de eerste helft van de 20e eeuw (na de invoering van de Warenwet in 1919) zochten gemeenten naar manieren om lokale excessen in de slacht van wild en gevogelte aan te pakken, zonder in conflict te komen met nationale wetgeving. Het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' en de spelling 'eischen' wijst op een formele schrijfstijl die in ambtelijke stukken tot na de Tweede Wereldoorlog gangbaar bleef. De tekst breekt abrupt af onderaan de pagina bij de vermelding van "Burgemeester en" (waarschijnlijk gevolgd door "Wethouders").