Getypt verslag/notulen (waarschijnlijk van een commissievergadering).
Origineel
Getypt verslag/notulen (waarschijnlijk van een commissievergadering). 2
Ad I. Ir. Tjaden meent dat niet gezegd mag worden, dat de vraag
of pluimveeslachteryen, slachteryen zyn in den zin van de Hinder-
wet, waarschynlyk ontkennend moet worden beantwoord, en memoreert
de uitspraak van de rechterlyke macht omtrent een vergunning
krachtens de Hinderwet voor een pluimveeslachtery te Deventer,
waaruit valt af te leiden, dat de rechterlyke macht deze pluim-
veeslachtery als vallende onder de Hinderwet, beschouwde.
In het nieuwe Wetsontwerp worden pluimveeslachteryen welis-
waar uitdrukkelyk genoemd, maar slechts in een niet limitatieve
opsomming van inrichtingen die onder de Hinderwet vallen.
Er is dus plaats voor de opvatting dat de opsomming uit de
oude wet, welke opsomming evenmin limitatief was, in het ontwerp
ter verduidelyking wat is uitgebreid.
Verder wordt besproken, dat het deel van de regeling, dat
betrekking heeft op de centrale slachtplaats, gebaseerd zal moe-
ten zyn op de Hinderwet. Slechts als zou blyken, dat dit bezwaar
ontmoet, zou een regeling op Art. 168 der Gemeentewet kunnen
worden overwogen.
In het aan Burgemeester en Wethouders uit te brengen rap-
port zal dit tot uitdrukking worden gebracht.
Ad II. Besloten wordt in het rapport aan Burgemeester en Wet-
houders niet te spreken van de meerderheid of de minderheid van
de Commissie by het doen van voorstellen, maar de moeilykheid
by de te ontwerpen regeling duidelyk in het licht te stellen
en de verschillende mogelykheden te belichten.
Met betrekking tot de vraag, of by Verordening gevorderd
kan worden dat de kippen voorzien zyn van een keuringsmerk,
vestigt Dr. v. Raalte de aandacht op de bepaling, dat bepaalde
soorten limonade voorzien moeten zyn van een etiket. Hy acht
het vorderen van een keuringsmerk op pluimvee dus ook mogelyk.
Mr. v. Praag wyst er op, dat het opplakken van het etiket
verband houdt met een repressief keuringstoezicht. Het keurings-
merk op pluimvee zou daarentegen gebaseerd zyn op een preventief
keuringstoezicht dat in de Warenwet niet is bedoeld.
De vraag wordt gesteld, op grond van welke Wet men zou kun-
nen vaststellen dat het loodje alleen nà keuring kan worden ge-
geven.
In dit verband komt de Wettelyke regeling inzake de melk-
keuring ter sprake, waarby echter blykt, dat uit die regeling
geen directe steun voor het door de meerderheid der Sub-commis-
sie beoogde systeem te putten is. * Juridische discussie: De kern van het document betreft de interpretatie van de Hinderwet. Er bestaat discussie of een pluimveeslachterij wettelijk gezien hetzelfde is als een reguliere slachterij. Ir. Tjaden verwijst naar jurisprudentie (een zaak in Deventer) om aan te tonen dat de rechter de Hinderwet wel degelijk van toepassing acht.
* Bestuurlijke strategie: In sectie Ad II wordt een interessante tactiek besproken: de commissie besluit om in hun rapport aan het College van B&W niet te spreken over een meerderheids- of minderheidsstandpunt. In plaats daarvan willen ze de complexiteit van de materie en alle opties eerlijk presenteren.
* Voedselveiligheid en Keuring: Er is een technisch-juridisch debat over "keuringsmerken" (vaak in de vorm van een loden zegel of 'loodje'). Er wordt gezocht naar een juridische basis voor preventief toezicht. De vergelijking met limonade-etiketten (repressief toezicht) en melkkeuring wordt aangehaald om de haalbaarheid van een verplichte keuring voor kippen te toetsen. Dit document lijkt een verslag te zijn van een (sub-)commissie die adviseert over lokale verordeningen met betrekking tot de volksgezondheid en openbare orde in een Nederlandse gemeente. De genoemde wetten (Hinderwet, Gemeentewet, Warenwet) vormen het klassieke instrumentarium van de overheid om toezicht te houden op de voedselproductie en hinderlijke bedrijvigheid. De aanwezigen (Ir. Tjaden, Dr. v. Raalte, Mr. v. Praag) vertegenwoordigen verschillende disciplines: techniek/ingenieurswezen, geneeskunde/voedselveiligheid en juridische zaken. Het document geeft een inkijkje in de tijd dat de regelgeving rondom pluimveeslachting nog volop in ontwikkeling was.