Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 76
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Notulen (verslag van een vergadering).

23 september 1937.

Origineel

Notulen (verslag van een vergadering). 23 september 1937. N O T U L E N van de COMMISSIE voor het bestudeeren van maat-regelen ter beteugeling van den hinder van PLUIMVEESLACHTERYEN.

DERDE vergadering ten kantore van het Gemeentelyk Bouw- en Woningtoezicht, op Donderdag 23 September 1937, des namiddags 2 uur.

Aanwezig:
voor het Abattoir: J.G.A. Reeser, Directeur.
voor het Marktwezen: Dr. A. v/d Laan, Directeur, en Mr. A. v. Praag, Secretaris.
voor den Keuringsdienst van Waren: C. Segaar, Chef-meester.
voor de Politie: T.P. Gaaikema, Inspecteur.
voor het Gem. Bouw- en Woningtoez.: Ir. M.E.H. Tjaden, Directeur, en Ir. F.E. Samson, Hoofdingenieur.

Voorts is ter vergadering aanwezig de oud-Directeur van den Keuringsdienst van Waren: Dr. A. v. Raalte.

By de opening van de vergadering blykt, dat door een misverstand de waarnemend-Directeur van den Keuringsdienst van Waren: Ir. J. Straub niet is uitgenoodigd. Dit geschiedt alsnog telefonisch. Ir. Straub verschynt eenigen tyd later ter vergadering.

De Notulen van de vorige vergadering (25 November 1936) worden goedgekeurd.

Aan de orde komt het rapport van de (2e) Sub-commissie.
Dr. v/d Laan herinnert er aan, dat de opdracht aan de Sub-commissie luidde: een regeling te ontwerpen inzake de slachtplaatsen en bewaarplaatsen en de keuring van wild en gevogelte, welke regeling door de Gemeente aan Den Haag zou kunnen worden voorgelegd.

Blykens het thans ingediende rapport geeft de Sub-commissie echter in overweging het Gemeentebestuur te adviseeren zich tot de Kroon te wenden met de vraag, of deze bereidt zal zyn om toestemming als bedoeld in Art. 15, lid 3 der Warenwet, te verlee-nen.

De oorzaak van het afwyken van de opdracht is gelegen in den twyfel, of de regeling rechtsgeldigheid zou kunnen verkrygen.

Ir. Tjaden meent, dat wanneer blykt, dat een regeling als de Commissie thans beoogt, in Den Haag bezwaar zou ontmoeten, de Commissie een beperkter voorstel zal moeten doen op andere basis, n.l. alleen op de Hinderwet.

Overgegaan wordt tot de lezing van het rapport. Dit document verslaat de derde vergadering van een ambtelijke commissie die zich buigt over de overlast (hinder) veroorzaakt door pluimveeslachterijen binnen de gemeente. De centrale juridische worsteling in dit verslag is de grondslag van de nieuwe regelgeving.

De sub-commissie wijkt af van haar oorspronkelijke opdracht omdat zij twijfelt aan de juridische houdbaarheid van een brede regeling voor slacht- en bewaarplaatsen. Er wordt gezocht naar een basis in de Warenwet (artikel 15, lid 3), waarvoor toestemming van de Kroon (de nationale regering) nodig is. Mocht dit op nationaal niveau ("Den Haag") worden afgewezen, dan stelt Ir. Tjaden voor om terug te vallen op een beperkter kader: de Hinderwet.

Het document illustreert de complexiteit van lokale regelgeving in de jaren '30, waarbij gemeenten moesten balanceren tussen volksgezondheid (Keuringsdienst), openbare orde (Politie) en ruimtelijke ordening (Bouw- en Woningtoezicht), binnen de kaders van de nationale wetgeving. In de jaren '30 van de 20e eeuw groeide de behoefte aan striktere hygiënevoorschriften en ruimtelijke ordening in Nederlandse steden. Pluimveeslachterijen bevonden zich vaak nog midden in woonwijken, wat leidde tot stank, ongedierte en geluidsoverlast.

De Warenwet van 1919 was destijds het primaire instrument om de kwaliteit en veiligheid van voedsel te bewaken. Echter, voor specifieke lokale verordeningen die verder gingen dan de standaardwet, was vaak expliciete toestemming van de rijksoverheid nodig. De Hinderwet was een alternatieve route, maar deze richtte zich puur op de overlast voor de omgeving en minder op de kwaliteit van het product zelf.

De genoemde personen, zoals Ir. Tjaden (directeur Bouw- en Woningtoezicht in Amsterdam) en Dr. Van Raalte, waren prominente figuren in de toenmalige Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie, wat suggereert dat dit document afkomstig is uit de archieven van de Gemeente Amsterdam.

Samenvatting

Dit document verslaat de derde vergadering van een ambtelijke commissie die zich buigt over de overlast (hinder) veroorzaakt door pluimveeslachterijen binnen de gemeente. De centrale juridische worsteling in dit verslag is de grondslag van de nieuwe regelgeving.

De sub-commissie wijkt af van haar oorspronkelijke opdracht omdat zij twijfelt aan de juridische houdbaarheid van een brede regeling voor slacht- en bewaarplaatsen. Er wordt gezocht naar een basis in de Warenwet (artikel 15, lid 3), waarvoor toestemming van de Kroon (de nationale regering) nodig is. Mocht dit op nationaal niveau ("Den Haag") worden afgewezen, dan stelt Ir. Tjaden voor om terug te vallen op een beperkter kader: de Hinderwet.

Het document illustreert de complexiteit van lokale regelgeving in de jaren '30, waarbij gemeenten moesten balanceren tussen volksgezondheid (Keuringsdienst), openbare orde (Politie) en ruimtelijke ordening (Bouw- en Woningtoezicht), binnen de kaders van de nationale wetgeving.

Historische Context

In de jaren '30 van de 20e eeuw groeide de behoefte aan striktere hygiënevoorschriften en ruimtelijke ordening in Nederlandse steden. Pluimveeslachterijen bevonden zich vaak nog midden in woonwijken, wat leidde tot stank, ongedierte en geluidsoverlast.

De Warenwet van 1919 was destijds het primaire instrument om de kwaliteit en veiligheid van voedsel te bewaken. Echter, voor specifieke lokale verordeningen die verder gingen dan de standaardwet, was vaak expliciete toestemming van de rijksoverheid nodig. De Hinderwet was een alternatieve route, maar deze richtte zich puur op de overlast voor de omgeving en minder op de kwaliteit van het product zelf.

De genoemde personen, zoals Ir. Tjaden (directeur Bouw- en Woningtoezicht in Amsterdam) en Dr. Van Raalte, waren prominente figuren in de toenmalige Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie, wat suggereert dat dit document afkomstig is uit de archieven van de Gemeente Amsterdam.

Locaties

Kantoor van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →