Getypte ambtelijke notitie of concept-voorstel.
Origineel
Getypte ambtelijke notitie of concept-voorstel. MAATREGELEN TER BETEUGELING
VAN DEN HINDER VAN PLUIMVEE-SLACHTERYEN e.d.
Hierby zou wellicht, in groote trekken, kunnen wor-
den gedacht aan regeling op den volgenden grond-
slag :
a. Aan de hand van art. 4, lid 1, onder 3°, der
Hinderwet, luidende :
Art. 4. By plaatselyke verordening kan de Gemeenteraad
"3°. in het belang der openbare orde, veiligheid
"of gezondheid verbieden eene slachery, vildery,
"pensery, drogery, rookery of zoutery van dierlyke
"stoffen, of eene inrigting, bestemd tot bewaring
"of verwerking van bloed of van dierlyken afval
"op te rigten, te hebben of te gebruiken, indien in
"de gemeente eene inrigting aanwezig is, waarin
"belanghebbenden onder eveneens by verordening
"vastgestelde voorwaarden, het bedryf kunnen uit-
"oefenen, waartoe eene inrigting wordt vereischt,
"als by de verordening verboden.
"Plaatselyke verordeningen, in dit artikel be-
"doeld, gelden voor een bepaalden daarin genoem-
"den tyd, die 20 jaren niet mag te boven gaan.
"Zy kunnen, vóór dat die tyd is afgeloopen, telkens
"worden hernieuwd. "
b. Aan de hand van art. 15, lid 3, der Warenwet
(zooals eveneens by Koninklyk Besluit van 30 Sep-
tember 1926, aan Gemeenteraad van Amsterdam ten
aanzien van ~~welke~~ melk en/of melkproducten is
toegestaan).
Art. 15, lid 3, luidt :
"Tevens behouden Wy Ons voor, aan gemeenteraden
"toe te staan, eischen te stellen, waaraan eene be-
"paalde waar moet voldoen. "
De vraag ryst echter, of er wel eenige aanleiding
bestaat, om speciaal te Amsterdam andere eischen
ten aanzien van pluimvee e.d. te stellen dan el-
ders in Nederland. Zoo neen, dan zouden i,
waarschynlyk niet door den Gemeenteraad v
schriften kunnen worden uitgevaardigd, do
indien hiertoe termen aanwezig zyn, krach
(14 èn ) 15 der Warenwet, by Koninklyk Bes...
ee Het document is een ambtelijke verkenning naar de juridische mogelijkheden om de overlast van pluimveeslachterijen in Amsterdam te reguleren. Er worden twee wettelijke paden onderzocht:
1. De Hinderwet (Art. 4): Deze weg biedt de mogelijkheid om slachterijen in de stad te verbieden, mits de gemeente zorgt voor een centrale inrichting (bijv. een openbaar abattoir) waar de slachters hun bedrijf onder gecontroleerde voorwaarden kunnen uitoefenen.
2. De Warenwet (Art. 15): Deze weg richt zich op de kwaliteit van het product ("de waar"). Er wordt verwezen naar een precedent uit 1926 waarbij Amsterdam speciale bevoegdheden kreeg voor melkproducten.
De auteur van het stuk plaatst aan het slot een kritische kanttekening: is het wel wenselijk of noodzakelijk dat Amsterdam afwijkende eisen stelt ten opzichte van de rest van Nederland? Het document breekt af midden in een zin die suggereert dat landelijke regelingen via de Warenwet wellicht de voorkeur genieten boven lokale verordeningen. In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw groeide Amsterdam snel en nam de druk op de volksgezondheid toe. Kleinschalige, vaak onhygiënische slachterijen in woonwijken veroorzaakten veel stank en afvalproblemen. Dit document illustreert de verschuiving van ongecontroleerde bedrijvigheid naar strengere gemeentelijke regulering en de juridische zoektocht naar de juiste instrumenten hiervoor. De spanning tussen lokale autonomie (gemeentelijke verordeningen) en centrale wetgeving (Rijkswet/Warenwet) is hierin duidelijk zichtbaar. De spelling "slachery", "vildery" en "inrigting" is kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947).