Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 80
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Na 1920 (gezien de verwijzing naar een ministeriële aanwijzing uit dat jaar).

Origineel

Na 1920 (gezien de verwijzing naar een ministeriële aanwijzing uit dat jaar). -2-

een regeling voor het geheele land kunnen worden
getroffen.

c. Met het oog op een centrale keuring in de krachtens
art. 4, lid 1, onder 3°, der Hinderwet voor het
slachten te bestemmen inrichting (zie boven), c.q.
met verplichting, om hier alles, ook van elders (on-
geslacht ?) aan te voeren, een verbod om op andere
plaatsen ongeslacht en ongekeurd ten verkoop of ter
aflevering voorhanden ^te hebben, zou kunnen worden ge-
dacht aan verdere regeling aan de hand van art. 168
der Gemeentewet, luidende :

"Aan hem/behoort het maken van dé verordeningen, die
"in het belang der openbare orde, zedelykheid en ge-
"zondheid worden vereischt en van andere, betreffende
"de huishouding der gemeente."

Echter is het zeer de vraag, of de Gemeenteraad hier-
toe in verband met de bepalingen der Warenwet (ver-
gel. b.v. art. 6 en art. 15, lid 1, onder b) en de op art.
6 van deze wet gebaseerde "Verordening op de keuring
van waren", wel de bevoegdheid heeft.
(Ten aanzien van deze verordening heeft de Minister
van Arbeid in 1920 diverse aanwyzingen gegeven).

Tevens verdienen in dit verband nog aandacht de artt.
185, 193 en 194 der Gemeentewet, luidende :

"Artikel 185. De besluiten van den raad en van burge-
"meester en wethouders kunnen, zoover zy met de wetten
"of het algemeen belang stryden, door Ons worden ge-
"schorst of vernietigd."

"Artikel 193. De plaatselyke verordeningen treden
"niet in hetgeen van algemeen Ryks-of provinciaal be-
"lang is.
"By twyfel, of eene verordening dit deed, verbindt zy,
"totdat artikel 185 is toegepast."

"Artikel 194. De bepalingen van plaatselyke verorde-
"ningen, in wier onderwerp door eene wet, een algemeenen
"maatregel van bestuur, eene provinciale verordening
"of eene verordening van eene commissie of een orgaan
"bedoeld in artikel 130, wordt voorzien, houden van
"rechtswege op te gelden."

De onder c bedoelde regeling zou zeer verstrekkend zyn,
zelfs nog verder gaan dan die van de Vleeschkeurings-
wet en de daarin imperatief voorgeschreven "Verorde-
ning op den Keuringsdienst van slachtdieren, vleesch en
vleeschwaren", getroffen ten aanzien van slachtdieren,
vleesch en vleeschwaren.

Zou

[Handgeschreven in de kantlijn:]
F (Gemeenteraad) * Onderwerp: De tekst onderzoekt de juridische haalbaarheid van een gemeentelijke verordening voor centrale vleeskeuring. Er wordt gekeken of een gemeente een verbod kan instellen op het voorhanden hebben van ongekeurd vlees dat van buiten de gemeente komt.
* Juridische argumentatie: De auteur weegt de algemene verordenende bevoegdheid van de gemeente (art. 168 Gemeentewet, de 'autonomie') af tegen hogere wetgeving zoals de Warenwet en de Vleeschkeuringswet.
* Kernprobleem: Het document stelt de vraag of de gemeente haar bevoegdheid niet overschrijdt (doorkruising van rijksbeleid). Er wordt expliciet verwezen naar de artikelen 185, 193 en 194 van de Gemeentewet, die de grenzen van lokale regelgeving bepalen: lokale regels vervallen zodra een hogere wet (Rijk of Provincie) in hetzelfde onderwerp voorziet.
* Conclusie van de pagina: De voorgestelde lokale regeling wordt als "zeer verstrekkend" beoordeeld, omdat zij strenger of uitgebreider zou zijn dan de landelijke Vleeschkeuringswet. Dit document stamt uit een periode (vermoedelijk de jaren '20 van de 20e eeuw) waarin de Nederlandse voedselveiligheid en volksgezondheid verregaand werden gecentraliseerd. De Vleeschkeuringswet van 1919 (ingevoerd in de jaren '20) was een mijlpaal die een einde maakte aan de wildgroei van lokale keuringsregels. De discussie in dit document illustreert de frictie tussen de traditionele gemeentelijke autonomie (het recht om zelf de 'huishouding' te regelen) en de opkomst van uniforme landelijke inspectiediensten. De verwijzing naar de "Minister van Arbeid" (die destijds ook over volksgezondheid ging) en de "Kroon" ("door Ons") past in de bestuurlijke verhoudingen van die tijd.

Samenvatting

  • Onderwerp: De tekst onderzoekt de juridische haalbaarheid van een gemeentelijke verordening voor centrale vleeskeuring. Er wordt gekeken of een gemeente een verbod kan instellen op het voorhanden hebben van ongekeurd vlees dat van buiten de gemeente komt.
  • Juridische argumentatie: De auteur weegt de algemene verordenende bevoegdheid van de gemeente (art. 168 Gemeentewet, de 'autonomie') af tegen hogere wetgeving zoals de Warenwet en de Vleeschkeuringswet.
  • Kernprobleem: Het document stelt de vraag of de gemeente haar bevoegdheid niet overschrijdt (doorkruising van rijksbeleid). Er wordt expliciet verwezen naar de artikelen 185, 193 en 194 van de Gemeentewet, die de grenzen van lokale regelgeving bepalen: lokale regels vervallen zodra een hogere wet (Rijk of Provincie) in hetzelfde onderwerp voorziet.
  • Conclusie van de pagina: De voorgestelde lokale regeling wordt als "zeer verstrekkend" beoordeeld, omdat zij strenger of uitgebreider zou zijn dan de landelijke Vleeschkeuringswet.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode (vermoedelijk de jaren '20 van de 20e eeuw) waarin de Nederlandse voedselveiligheid en volksgezondheid verregaand werden gecentraliseerd. De Vleeschkeuringswet van 1919 (ingevoerd in de jaren '20) was een mijlpaal die een einde maakte aan de wildgroei van lokale keuringsregels. De discussie in dit document illustreert de frictie tussen de traditionele gemeentelijke autonomie (het recht om zelf de 'huishouding' te regelen) en de opkomst van uniforme landelijke inspectiediensten. De verwijzing naar de "Minister van Arbeid" (die destijds ook over volksgezondheid ging) en de "Kroon" ("door Ons") past in de bestuurlijke verhoudingen van die tijd.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →