← Terug
Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 86
Dossier 17
Jaar 1939

Getypte doorslag van een concept-brief/nota met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

23 oktober 1937 (handgeschreven in rood potlood/inkt). Het document refereert aan een vergadering van 25 november 1936. Van: Waarschijnlijk een ambtelijke subcommissie gelieerd aan het Amsterdamse Marktwezen.

Samenvatting

* **Inhoud:** Het document betreft een advies van een subcommissie over nieuwe regelgeving voor pluimveeslachterijen in een stedelijke omgeving (gezien de referentie naar "het Marktwezen" en Mr. A. van Praag zeer waarschijnlijk Amsterdam). * **Kernpunten:** * De subcommissie adviseert om 'wild' (jachtwild) buiten de regeling te laten wegens het geringe volume en de beperkte overlast. * Konijnen moeten juist wél onder de regeling vallen vanwege de consumptieomvang en de noodzaak tot keuring. * Er wordt een juridisch kader geschetst gebaseerd op de Hinderwet (overlast), de Warenwet (voedselveiligheid) en de Gemeentewet (plaatselijke verordeningen). * **Taalgebruik:** Het document is opgesteld in de toen gangbare spelling (bijv. "slachteryen", "konynen", "den hinder"). De toon is formeel-ambtelijk.

Historische Context

Dit document stamt uit het interbellum, een periode waarin de verstedelijking en de groeiende bevolking in steden als Amsterdam leidden tot strengere regelgeving op het gebied van volksgezondheid en openbare orde. Slachterijen midden in woonwijken veroorzaakten vaak stank, lawaai en hygiëneproblemen. De vermelding van Mr. A. (Adolf) van Praag is historisch significant; hij was een belangrijk figuur binnen het Amsterdamse Marktwezen. Het document laat zien hoe men destijds probeerde de balans te vinden tussen economische activiteit (handel in gevogelte) en de leefbaarheid van de stad via de toenmalige wetgeving.

Genoemde Personen

A. van Praag H. Snijders M.G.H. Snijders

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Transcriptie

[Links boven, gestempeld:] **CONCEPT** [Daaronder handgeschreven in rood:] **23/10/37** [Daaronder handgeschreven in rood:] **92/1/4** [Daaronder onleesbare handgeschreven paraaf, mogelijk "Hef"] [Bovenaan gecentreerd/rechts, handgeschreven:] **Den Heer Dr. M. G. H. Snijders c. i.** [Daaronder handgeschreven:] **Voorzitter van** [Getypte tekst, onderstreept:] **Aan de Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachteryen.** De ter vergadering van 25 November 1936 ingestelde sub-commissie, aan wier werkzaamheden is deelgenomen door den secretaris van het Marktwezen Mr.A.van Praag, heeft zich beraden, welke regeling voor het slachten en keuren van en den handel in wild en gevogelte hier ter stede, bij den huidigen stand der Wetgeving, kan worden ontworpen. Naar het oordeel van de sub-commissie is het gewenscht om de voorgestelde bepalingen te beperken tot pluimvee en konynen. Het wild--verbruik hier ter stede heeft niet zoodanigen omvang, dat bijzondere maatregelen daarvoor worden vereischt; ook het slachten pleegt niet den hinder te veroorzaken, die van pluimvee-slachteryen wordt ondervonden. De wenschelykheid om wèl konynen by de regeling te betrekken berust vooral op het grootere verbruik, dat een intensievere keuring wettigt. Voor de onderhavige regeling komen drie wetten als uitgangspunt in aanmerking: I) art.4 sub 3e der Hinderwet; II) art.15 lid 3 der Warenwet 1919 (S.581); III) art.168 der Gemeentewet.