Archiefdocument
Origineel
11 september 1936 11 Sept '36
Lijaan, Omzet A'dam 25 à 30.000 kippen.
Ruige-verkoop met 24 man.
de vereen. v poeliers de
omvatten 20.000 kippen
straatventers 10.000
(10 tot 100 per man)
gemiddeld dus 30.
venters gaan ½ à 2 dagen A'dam, 1 dag Haag,
1 dag Utrecht etc.
Donderdags & Vrijdags veel drukte in
hun poeliers handel. Afzet over venters.
Klein % venters staat in Amsterdam.
Samson: Hinderwet opent mogelijkheid centrale slachtpl.
indien om gezondheidskundige redenen noodig.
orde, veiligheid
Is het mogelijk of per man met centrale keur
voor te schrijven?
Ambth. kunnen eischen om te keuren. Echter geen
verplichting om te laten zien zich naar centrale
plaats te begeven.
Lijaan: Men zou kunnen vragen of regeling wel is
geregelde besluit.
Afvraag of het mogelijk is tot een centrale
regeling te komen die zoowel centrale plaats
als afvoer bevat? * **Economische data:** Het document kwantificeert de Amsterdamse kippenmarkt in 1936. Er is sprake van een wekelijkse omzet van 25.000 tot 30.000 kippen. De markt is verdeeld tussen de georganiseerde "vereeniging van poeliers" (ca. 20.000 kippen) en ambulante straatventers (ca. 10.000 kippen).
- Logistiek en Dynamiek: De handel kent een sterke piek op donderdag en vrijdag, wat direct te relateren is aan de voorbereidingen voor de Joodse Sjabbat en het christelijke weekend. De venters blijken zeer mobiel; zij bedienen niet alleen Amsterdam, maar ook Den Haag en Utrecht.
- Juridische Problematiek: Het kernpunt van het overleg is de regulering van het slachten. Samson wijst op de Hinderwet als instrument voor een centrale slachtplaats op basis van hygiëne en veiligheid. Er is echter een juridisch knelpunt: ambtenaren mogen keuren, maar kunnen handelaren (nog) niet dwingen om fysiek naar een specifieke centrale locatie te komen voor die keuring.
- Bestuurlijke Vraagstelling: De slotvraag van Lijaan vat de ambitie samen: is er een allesomvattende centrale regeling mogelijk die zowel de locatie (centrale plaats) als de logistieke stroom (afvoer) dwingend reguleert? Dit document dateert uit de late jaren '30, een periode waarin de overheid de grip op de voedselveiligheid en volksgezondheid in de steden probeerde te vergroten door centralisatie. De Amsterdamse kippenhandel was destijds voor een groot deel verweven met de rituele (koosjere) slacht, wat de specifieke piekdagen verklaart. De discussie weerspiegelt de spanning tussen de traditionele vrije straathandel (de venters) en de moderniseringsdrift van het stadsbestuur dat streefde naar hygiënische, gecentraliseerde controle in officiële slachthuizen.