Krantenknipsel (bericht van een correspondent).
Origineel
Krantenknipsel (bericht van een correspondent). DE NOODTOESTAND IN HET POELIERSBEDRIJF.
Zes venters op één winkelier.
COMMISSIE ZAL DEN MINISTER VOORLICHTEN.
(Van onzen correspondent).
UTRECHT, 25 Juli. — „Ordening in het poeliersbedrijf” — was het eenige punt van bespreking, waartoe hedenmiddag de algemeene vereeniging van poeliers en wildhandelaren te Amsterdam en de vereeniging van poeliers en wildhandelaren in Nederland, gevestigd in Den Haag, in hotel „des Pays Bas” alhier in algemeene vergadering bijeenkwamen.
De heer D. Vlasblom, voorzitter van de Amsterdamsche vereeniging, die de bijeenkomst leidde, wees op den slechten toestand in het poeliersbedrijf, dat aan den rand van den afgrond staat. De omzetbelasting valt buiten ons bedrijf, doch tot heden zonder succes! De voorzitter betoogde, dat in Amsterdam 75 % van het wild, dat geleverd wordt, door niet bona-fide handelaren wordt geleverd. Hij toonde de vergadering een lijst met namen van 268 venters en constateerde, dat dit beteekent: zes venters op één poelier. Spr. wees in dit verband op de oneerlijke concurrentie, want thans betaalt elke poelier, die een behoorlijk geadministreerd bedrijf heeft, het volle pond! Hij gaf ten slotte een schema, waartoe men geraken wil.
Uitvoerig hebben de poeliers en wildhandelaren van gedachten gewisseld, waarbij veler grieven en ontstemming over den wantoestand in het bedrijf tot uiting kwamen. Men wilde eerst van de venters verlost zijn en dan samenwerking met de grossiers zoeken.
De heer J. Bayer, voorzitter van de Ver. van poeliers en wildhandelaren in Nederland te Den Haag, zette uiteen dat het poeliersbedrijf niet onder de omzetbelasting valt. Men heeft hierover met den minister van economische zaken gesproken, doch deze beroept zich op de Tariefscommissie. Ook in Den Haag is felle concurrentie: er zijn daar reeds 140 personen, die het poeliersbedrijf uitoefenen buiten de poeliersbranche om.
Ten slotte benoemde de vergadering een commissie van advies, die den minister van Economische Zaken omtrent den toestand in het poeliersbedrijf zal adviseeren. In deze commissie werden benoemd de heeren D. Vlasblom te Amsterdam, J. Bayer te Den Haag, Eggink te Arnhem, W. Rosenberg te Utrecht en Treure te Rotterdam. * Kernproblematiek: De gevestigde poeliers (verkopers van gevogelte en wild) ondervinden hevige concurrentie van 'venters' (straatverkopers/ambulante handelaren) die buiten de officiële branche om werken. In Amsterdam is de verhouding zelfs zes venters op één poelier.
* Fiscale strijd: Er is onduidelijkheid en onvrede over de omzetbelasting. De poeliers voelen zich benadeeld omdat zij zich aan regels en administratie moeten houden ("het volle pond betalen"), terwijl de ongeorganiseerde handel de markt overspoelt.
* Organisatiegraad: De lokale Amsterdamse vereniging en de nationale bond (gevestigd in Den Haag) trekken samen op om politieke druk uit te oefenen via een nieuw ingestelde adviescommissie.
* Terminologie: De term "Ordening" verwijst naar de wens van veel beroepsgroepen in de jaren '30 om de markt te reguleren en wildgroei aan banden te leggen. Dit artikel weerspiegelt de economische malaise van de jaren '30 in Nederland (de Grote Depressie). Door de hoge werkloosheid zochten veel mensen hun heil in de straathandel (venten), wat leidde tot conflicten met de gevestigde middenstand die te maken had met vaste lasten en belastingen. De "Omzetbelasting" werd in Nederland in 1934 ingevoerd, wat de datering van dit artikel waarschijnlijk tussen 1934 en 1940 plaatst. De roep om overheidsingrijpen en 'ordening' was in deze periode een veelgehoord geluid in bijna alle ambachtelijke sectoren.