Handgeschreven verslag/notulen van een bespreking.
Origineel
Handgeschreven verslag/notulen van een bespreking. 22 juni 1936. Poeliersbedrijf - Wildhandel
Bespreking op 22 Juni 1936 ten kantore
Marktwezen met de heeren
J. Glasblom, A v. d. Reeden, Ruig, Zwaaf
en Veerman vormende het bestuur van de
Amsterdamsche Vereeniging van poeliers en wildhandelaren.
Toestand van het bedrijf. In 1914 waren er in
Amsterdam hoogstens 25 poeliers. Dit aantal
is thans toegenomen tot .... Bovendien is het
aantal venters, waaronder begrepen degenen
die bijv op het Lepelplein standplaats nemen, -
degenen die "vaste clientèle aan huis bedienen, -
thans ongeveer 300. Vroeger werden in
Nederland naar schatting per jaar wel
26.000.000 stuks pluimvee geslacht. Door
verminderde export, teeltbeperking en doordat
export thans vrijwel niet meer bestaat
is bedrijf belangrijk terug geloopen. Het
eten van wild of gevogelte wordt weer
meer en meer als luxe beschouwd.
Distributie. Poeliers krijgen hun koopwaar
hetzij levend, hetzij geslacht. Reeden ~~koopt~~
ontvangt alle pluimvee geslacht
van buiten. Ruig heeft eigen slachtplaats
in Oostzaan. De drie andere heeren
slachten alles thuis.
Levend pluimvee wordt veelal ~~op de markten~~
aangekocht op de markten Purmerend en
~~op de dinsdagsche~~ Barneveld, welke resp.
~~des donderdags gehouden worden~~ des
dinsdags en des donderdags gehouden
worden. Pogingen om pluimveemarkten
te organiseeren o.m. in Amersfoort,
Enkhuizen en Alkmaar zijn mislukt. Volgen Dit document biedt een gedetailleerd inkijkje in de economische staat van de Amsterdamse poelierssector in de jaren '30. De belangrijkste punten uit het verslag zijn:
- Marktverschuiving: Sinds 1914 is het aantal vaste poelierszaken gegroeid, maar de grootste toename zit in het aantal 'venters' (straatverkopers en bezorgers), dat in 1936 op ongeveer 300 wordt geschat. Dit duidt op een verschuiving van vaste winkelverkoop naar ambulante handel.
- Economische Crisis: De sector lijdt zwaar onder de tijdsomstandigheden. De auteur noemt een drastische daling in de slachtaantallen (voorheen 26 miljoen stuks per jaar) door het wegvallen van de export en opgelegde teeltbeperkingen. Gevogelte wordt door de crisis weer een 'luxeproduct'.
- Logistiek en Hygiëne: De distributie is nog niet gecentraliseerd. Er wordt zowel levend als geslacht vee ingekocht. Opvallend is dat de meeste bestuursleden nog 'thuis' slachten, terwijl de firma Ruig (vandaag de dag nog steeds een bekende naam in de wildsector) al beschikte over een eigen slachtplaats in Oostzaan.
- Marktdagen: De inkoop vindt plaats op de grote pluimveemarkten van Purmerend (dinsdag) en Barneveld (donderdag). Pogingen om in andere steden markten op te zetten zijn volgens het document mislukt. Het document is geschreven in juni 1936, midden in de Grote Depressie. De Nederlandse overheid greep in die tijd fors in de landbouwsector in via de Crisis-Landbouwwet van 1933. De genoemde 'teeltbeperking' was een bewuste strategie om de prijzen kunstmatig hoog te houden door het aanbod in te dammen.
De vermelding van de heren Ruig, Zwaaf en Glasblom is historisch interessant; dit waren prominente families in de Amsterdamse vishandel en poelierswereld. De bespreking met 'Marktwezen' (de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor de markten) suggereert dat de gemeente probeerde de groei van het aantal illegale of ongereglementeerde venters op plekken zoals het Lepelplein onder controle te krijgen.