Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 147
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt ambtelijk verslag of adviesnota (pagina 3).

Origineel

Getypt ambtelijk verslag of adviesnota (pagina 3). -3-

(schuren, loodsen, kelders en onderstukken van verwaarloosde
perceelen).
Het lykt my daarom noodzakelyk, op andere schaal dan tot
nog toe ==maatregelen tegen dit euvel== te treffen. Art.348 van de
Bouwverordening bevat een verbodsbepaling tegen het op hinder-
lyke wyze houden van levende dieren, terwyl art.349 van de
Bouwverordening verbiedt o.a., werkzaamheden te verrichten,
waarby geraas wordt verspreid.
Hoewel men in enkele gevallen met het hanteeren van deze
bepalingen eenig resultaat zal kunnen bereiken, lost men er de
zaak in haar geheel niet mee op. Is eenmaal een kippenslachtery
in een gebrekkig pand gevestigd, dan is het voor den kippen-
slachter gewoonlyk ondoenlyk om met bescheiden middelen die hem
ten dienst staan, voldoende verbeteringen aan te brengen. Wel
kan de zindelykheidstoestand, waarin de slachtery zich bevindt,
worden verbeterd, en daardoor aan klachten over stank worden te-
gemoet gekomen, maar de meer ingrypende verbeteringen tot be-
stryding van ratten en lawaai moeten gewoonlyk achterwege blyven.
Een [doorgehaald: xxxxx] preventief toezicht moet hier n.m.m. de oplossing
brengen.
Daarby doet zich de vraag voor, of de pluimveeslachteryen
onder de bepalingen van de Hinderwet vallen, m.a.w., of art.2,
sub X van de Hinderwet op pluimveeslachteryen van toepassing is.
In 1902 deed de Rechtbank van Heerenveen een uitspraak, dat
slachteryen van gevogelte niet onder de Hinderwet vallen. Hier-
tegenover staat, dat by Kon.Besluit van 15 Maart 1921, een wei-
geringsbesluit van Burgemeester en Wethouders van Deventer werd
vernietigd, en alsnog voorwaardelyk vergunning werd verleend
voor de oprichtingvan een slachtery van pluimvee en wild. Zoowel
het Gemeentebestuur van Deventer als de Kroon waren dus de * Kernproblematiek: De tekst beschrijft de onmacht van de toenmalige Bouwverordening om fundamentele problemen zoals rattenoverlast en geluidshinder bij kleinschalige kippenslachterijen aan te pakken. Hoewel hygiëne ("zindelykheid") vaak wel verbeterd kan worden, schieten de fysieke panden vaak tekort voor structurele oplossingen.
* Juridische argumentatie: De auteur signaleert een rechtsonzekerheid. Enerzijds is er jurisprudentie uit 1902 (Heerenveen) die stelt dat deze bedrijven niet onder de Hinderwet vallen, anderzijds is er een recenter Koninklijk Besluit (1921, Deventer) dat suggereert dat de Hinderwet wel degelijk van toepassing is (of zou moeten zijn).
* Taalgebruik: Het document hanteert de vooroorlogse spelling (bijv. "perceelen", "geraas", "slachtery"). De afkorting "n.m.m." staat voor "naar mijn mening".
* Interventies: De rode onderstreping ("maatregelen tegen dit euvel") benadrukt de urgentie van de zaak. De doorhaling voor het woord "preventief" suggereert een correctie tijdens het typen om de tekst zakelijker of preciezer te maken. Dit document past in de vroege 20e-eeuwse ontwikkeling van de Nederlandse ruimtelijke ordening en volksgezondheid. Met de opkomst van de industrialisatie en de groei van steden ontstond er steeds meer frictie tussen bedrijvigheid en woongenot. De Hinderwet (oorspronkelijk uit 1875) was het primaire instrument om 'gevaar, schade of hinder' te reguleren, maar de precieze reikwijdte voor specifieke branches zoals de pluimveesector was in de jaren '20 blijkbaar nog onderwerp van juridisch debat. Het document lijkt een intern advies aan een gemeentebestuur of ministerie over hoe om te gaan met de wildgroei aan slachterijen in ondeugdelijke panden.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De tekst beschrijft de onmacht van de toenmalige Bouwverordening om fundamentele problemen zoals rattenoverlast en geluidshinder bij kleinschalige kippenslachterijen aan te pakken. Hoewel hygiëne ("zindelykheid") vaak wel verbeterd kan worden, schieten de fysieke panden vaak tekort voor structurele oplossingen.
  • Juridische argumentatie: De auteur signaleert een rechtsonzekerheid. Enerzijds is er jurisprudentie uit 1902 (Heerenveen) die stelt dat deze bedrijven niet onder de Hinderwet vallen, anderzijds is er een recenter Koninklijk Besluit (1921, Deventer) dat suggereert dat de Hinderwet wel degelijk van toepassing is (of zou moeten zijn).
  • Taalgebruik: Het document hanteert de vooroorlogse spelling (bijv. "perceelen", "geraas", "slachtery"). De afkorting "n.m.m." staat voor "naar mijn mening".
  • Interventies: De rode onderstreping ("maatregelen tegen dit euvel") benadrukt de urgentie van de zaak. De doorhaling voor het woord "preventief" suggereert een correctie tijdens het typen om de tekst zakelijker of preciezer te maken.

Historische Context

Dit document past in de vroege 20e-eeuwse ontwikkeling van de Nederlandse ruimtelijke ordening en volksgezondheid. Met de opkomst van de industrialisatie en de groei van steden ontstond er steeds meer frictie tussen bedrijvigheid en woongenot. De Hinderwet (oorspronkelijk uit 1875) was het primaire instrument om 'gevaar, schade of hinder' te reguleren, maar de precieze reikwijdte voor specifieke branches zoals de pluimveesector was in de jaren '20 blijkbaar nog onderwerp van juridisch debat. Het document lijkt een intern advies aan een gemeentebestuur of ministerie over hoe om te gaan met de wildgroei aan slachterijen in ondeugdelijke panden.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →