Archiefdocument
Origineel
Onbekend, maar op basis van spelling en typemachine-stijl waarschijnlijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw. -2-
Wethouders voor alachteryen van wild en gevogelte vastgestelde eischen en
voorschriften.
Uitzondering zal moeten worden gemaakt voor de "huisslachtingen",
dat wil zeggen voor wild of gevogelte, dat bestemd is om te dienen voor
het huiselyk gebruik van de bewoners van het perceel of perceelsgedeelte,
waar de dieren geslacht worden, mits de bewoners niet werkzaam zyn in den
handel in wild of gevogelte.
Hierby moet in acht genomen worden het bepaalde in artikel 1,
3e lid, der bestaande verordening op de keuring van waren.
Centralisatie der slachtingen kan eveneens plaats vinden by
plaatselyke verordening met als motief "de openbare orde". Vanzelfsprekend
zou daarvoor een gemeentelyk gebouw dienen te worden bestemd.
Verboden zal moeten worden het slachten buiten de gedachte in-
richting. Voor huisslachtingen zal de reeds bovenaangeduide uitzondering
moeten worden gemaakt. Gelegenheid om ernstig zieke dieren buiten de cen-
trale slachtplaats te dooden (noodslachtingen) dient te blyven bestaan;
afslachting zal echter in de centrale slachtplaats moeten geschieden.
Mocht blyken, dat de Rechter van oordeel is, dat een slachtery
van wild en gevogelte onder de vigeerende Hinderwet valt (dit is twyfel-
achtig in verband met het door de Regeering ingediende Wetsontwerp tot wy-
ziging der Hinderwet, waarin bedoelde slachteryen, dienende tot uitoefe-
ning van het poeliersbedryf, uitdrukkelyk worden genoemd), dan zou alsnog
een verordening ex artikel 4, onder 3° der Hinderwet in het leven kunnen
worden geroepen.
De verordening ex artikel 168 Gemeentewet moet uit den aard der
zaak het karakter eener strafverordening dragen.
De wyze, waarop van de centrale slachtplaats kan worden gebruik
gemaakt moet eveneens by verordening worden geregeld. Onder "gebruik" valt
eveneens de gelegenheid om elders (buiten de Gemeente) geslachte dieren
ter keuring aan te bieden. Deze verordening behoeft niet in het kleed eener
strafverordening te worden gestoken, zy kan worden geschoeid op de leest
van de verordening regelende het gebruik van het abattoir, met andere
woorden naleving kan worden afgedwongen door opleggen van boete of niet- De tekst zet de juridische kaders uiteen voor het beheer van slachterijen voor wild en gevogelte op gemeentelijk niveau. Kernpunten zijn:
* Uitzonderingspositie voor huisslachtingen: Particulieren mogen voor eigen gebruik slachten, mits zij geen commerciële belangen in de sector hebben.
* Centralisatieplicht: Gemeenten kunnen slachtactiviteiten centraliseren in een gemeentelijk gebouw uit oogpunt van "openbare orde".
* Noodslachtingen: Er blijft ruimte voor het doden van zieke dieren buiten de centrale faciliteit, maar de verdere verwerking moet daar wel plaatsvinden.
* Wetsinterpretatie: Er wordt gediscussieerd of deze activiteiten onder de toenmalige Hinderwet vallen, mede in het licht van nieuwe wetgeving die specifiek poeliersbedrijven noemt.
* Handhaving: Er wordt onderscheid gemaakt tussen strafverordeningen (gebaseerd op de Gemeentewet) en beheersverordeningen (vergelijkbaar met abattoir-reglementen) waarbij naleving via boetes of uitsluiting van gebruik kan worden afgedwongen. Dit document illustreert de professionalisering en regulering van de voedselketen in Nederland in het begin van de 20e eeuw. Waar het slachten van wild en gevogelte voorheen wellicht minder strikt geregeld was dan dat van vee (in abattoirs), zochten gemeenten hier naar juridische instrumenten om meer grip te krijgen op hygiëne en controle. De archaïsche spelling (zoals de 'y' in plaats van 'ij') en de verwijzing naar een aanhangig wetsontwerp plaatsen het document in een specifieke historische fase van de Nederlandse wetgeving rondom volksgezondheid en hinder.