Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 179
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of conceptverordening (pagina 3).

Origineel

Getypte ambtelijke nota of conceptverordening (pagina 3). -3-

toelaten (te hanteeren door het Hoofd van Dienst).

b. KEURING.

Het "verkoopen" (zeer algemeene strekking, zie artikel 1, 2e
lid, der Verordening op de keuring van waren) van zieke of wegens andere
redenen als ondeugdelyk te beschouwen geslachte dieren is strafbaar volgens
laatstgenoemde verordening.

Krachtens artikel 15, 3e lid, der Warenwet kan de Kroon aan den
Gemeenteraad toestaan eischen te stellen, waaraan een bepaalde waar moet
voldoen. Aan den Raad van Amsterdam is by Koninklyk Besluit van 30 Septem-
ber 1926 toegestaan onder goedkeuring van den Minister eischen te stellen,
waaraan de melk moet voldoen.

Getracht kan worden op den bovenaangegeven voet een verordening
in het leven te roepen, houdende eischen, waaraan geslacht wild en gevo-
gelte moeten voldoen. Levende dieren vallen hier dus buiten. Dit levert
voor de slachtplaats geen bezwaar op. Op markten is ten aanzien van leven-
de zieke dieren toch niet op te treden, omdat het bewys, dat de dieren
voor menschelyk voedsel bestemd zyn, niet te leveren is.

De te ontwerpen verordening zal uit twee deelen kunnen bestaan.
Het eerste deel moet omvatten de bepalingen, dat alle in de ge-
meente geslachte dieren (met uitzondering der "huisslachtingen", zie boven)
zoomede de in geslachten toestand van elders ingevoerde dieren aan een on-
derzoek op deugdelykheid (in ruimen zin op te vatten) zyn onderworpen.
Tevens zullen voorschriften dienen te worden gegeven in welken toestand ge-
slachte dieren zich vóór het onderzoek moeten bevinden, zoomede regelen
omtrent de merking van deugdelyk bevonden dieren en de behandeling van
dieren, welke als ondeugdelyk zyn te beschouwen. Voorts moet aangegeven
worden, dat het onderzoek aan de centrale slachtplaats geschiedt. Dieren,
welke zich niet in den voorgeschreven toestand vóór de keuring bevinden,
zullen als ondeugdelyk aangemerkt moeten kunnen worden.

Dit deel der verordening zal om redenen van practischen aard een
zeer ruime delegatie aan Burgemeester en Wethouders moeten bevatten. Op-
zettelyk zyn hier niet genoemd de eigenlyke keuringsregelen en de maatsta[f] * Juridische grondslag: Het document leunt zwaar op de Warenwet (artikel 15) en bestaande lokale verordeningen. Het doel is om de juridische ruimte te benutten die de "Kroon" (de Koningin/regering) biedt aan gemeenten om eigen kwaliteitseisen te stellen.
* Focus op Voedselveiligheid: De kern van het voorstel is het verplicht stellen van keuringen voor "geslacht wild en gevogelte". Opvallend is de pragmatische uitsluiting van levende dieren op markten; de schrijver merkt op dat het juridisch lastig is aan te tonen dat deze specifiek voor consumptie bedoeld zijn zolang ze leven.
* Centralisatie: Er wordt gepleit voor keuring op een "centrale slachtplaats". Dit duidt op een verschuiving naar meer gecontroleerde, grootschalige stedelijke hygiëne-inspecties.
* Bestuurlijke structuur: Er wordt geadviseerd om veel uitvoeringsmacht te delegeren aan het college van Burgemeester en Wethouders (B&W), zodat de verordening flexibel kan blijven zonder dat voor elk detail de Gemeenteraad nodig is. Dit document stamt uit het Interbellum, een periode waarin de Nederlandse overheid (zowel landelijk als lokaal) de grip op de volksgezondheid en voedselkwaliteit drastisch probeerde te versterken. Na de invoering van de Warenwet in 1919 volgde een periode van verfijning.

De verwijzing naar het Koninklijk Besluit van 1926 betreffende melk toont aan dat men het succes van de melkregulering in Amsterdam wilde kopiëren naar de vleessector (wild en gevogelte). Amsterdam liep in die tijd vaak voorop met strenge hygiënische eisen via de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GG&GD) en de Keuringsdienst van Waren. De tekst illustreert de bureaucratische processen die nodig waren om de chaotische marktverkoop van die tijd te transformeren naar een modern, gecontroleerd systeem van voedselvoorziening.

Samenvatting

  • Juridische grondslag: Het document leunt zwaar op de Warenwet (artikel 15) en bestaande lokale verordeningen. Het doel is om de juridische ruimte te benutten die de "Kroon" (de Koningin/regering) biedt aan gemeenten om eigen kwaliteitseisen te stellen.
  • Focus op Voedselveiligheid: De kern van het voorstel is het verplicht stellen van keuringen voor "geslacht wild en gevogelte". Opvallend is de pragmatische uitsluiting van levende dieren op markten; de schrijver merkt op dat het juridisch lastig is aan te tonen dat deze specifiek voor consumptie bedoeld zijn zolang ze leven.
  • Centralisatie: Er wordt gepleit voor keuring op een "centrale slachtplaats". Dit duidt op een verschuiving naar meer gecontroleerde, grootschalige stedelijke hygiëne-inspecties.
  • Bestuurlijke structuur: Er wordt geadviseerd om veel uitvoeringsmacht te delegeren aan het college van Burgemeester en Wethouders (B&W), zodat de verordening flexibel kan blijven zonder dat voor elk detail de Gemeenteraad nodig is.

Historische Context

Dit document stamt uit het Interbellum, een periode waarin de Nederlandse overheid (zowel landelijk als lokaal) de grip op de volksgezondheid en voedselkwaliteit drastisch probeerde te versterken. Na de invoering van de Warenwet in 1919 volgde een periode van verfijning.

De verwijzing naar het Koninklijk Besluit van 1926 betreffende melk toont aan dat men het succes van de melkregulering in Amsterdam wilde kopiëren naar de vleessector (wild en gevogelte). Amsterdam liep in die tijd vaak voorop met strenge hygiënische eisen via de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GG&GD) en de Keuringsdienst van Waren. De tekst illustreert de bureaucratische processen die nodig waren om de chaotische marktverkoop van die tijd te transformeren naar een modern, gecontroleerd systeem van voedselvoorziening.

Locaties

Amsterdam (verwijst naar de Raad van Amsterdam en de centrale slachtplaats).

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →