Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 184
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte pagina uit een juridisch of ambtelijk advies/memorandum.

Origineel

Getypte pagina uit een juridisch of ambtelijk advies/memorandum. -2-

3º, der Hinderwet voor het slachten te bestemmen inrichting (zie boven),
c.q. met verplichting, om hier alles, ook van elders (ongeslacht ?) aan
te voeren, en verbod om op andere plaatsen ongeslacht en ongekeurd ten
verkoop of ter aflevering voorhanden te hebben, zou kunnen worden gedacht
aan verdere regeling aan de hand van artikel 168 der Gemeentewet, luidende:

"Aan hem (Gemeenteraad) behoort het maken van de verordeningen, die in
"het belang der openbare orde, zedelykheid en gezondheid worden ver-
"eischt en van andere, betreffende de huishouding der gemeente".

Echter is het zeer de vraag, of de Gemeenteraad hiertoe in verband met de
bepalingen der Warenwet (vergel.b.v. artikel 6 en artikel 15, lid 1, onder
b) en de op artikel 6 van deze wet gebaseerde "Verordening op de keuring
van waren", wel de bevoegdheid heeft.
(Ten aanzien van deze verordening heeft de Minister van Arbeid in 1920
diverse aanwyzingen gegeven).

Tevens verdienen in dit verband nog aandacht de artikelen 185, 193 en 194
der Gemeentewet, luidende:

"Artikel 185. De besluiten van den raad en van burgemeester en wethou-
"ders kunnen, zoover zy met de wetten of het algemeen belang stryden,
"door Ons worden geschorst of vernietigd."

"Artikel 193. De plaatselyke verordeningen treden niet in hetgeen van
"algemeen Ryks- of provinciaal belang is.
"By twyfel, of eene verordening dit deed, verbindt zy, totdat artikel
"185 is toegepast".

"Artikel 194. De bepalingen van plaatselyke verordeningen, in wier on-
"derwerp door eene wet, een algemeenen maatregel van bestuur, eene pro-
"vinciale verordening of eener verordening van eene commissie of een
"orgaan bedoeld in artikel 130, wordt voorzien, houden van rechtswege
"op te gelden."

De onder c bedoelde regeling zou zeer verstrekkend zyn, zelfs nog verder
gaan dan die van de Vleeschkeuringswet en de daarin imperatief voorge-
schreven "Verordening op den Keuringsdienst van slachtdieren, vleesch en In dit document wordt onderzocht of een gemeente de juridische ruimte heeft om eigen regels op te stellen voor het aanvoeren en keuren van vlees (met name 'ongeslacht' vlees van elders). De tekst wijst op een spanningsveld tussen de algemene bestuursbevoegdheid van de gemeente (artikel 168 Gemeentewet) en hogere wetgeving zoals de Warenwet en de Vleeschkeuringswet.

De kern van het juridische argument is de zogenoemde 'doorkruising': wanneer een hogere wet (Rijkswet) een onderwerp al uitputtend regelt, vervalt de bevoegdheid van de gemeente om hierover eigen verordeningen te maken. De geciteerde artikelen 185, 193 en 194 van de Gemeentewet onderbouwen dit principe van de hiërarchie van rechtsnormen en het toezicht door de Kroon ("door Ons worden geschorst of vernietigd"). De tekst stamt uit een periode waarin de Nederlandse vleeskeuring werd gecentraliseerd en geprofessionaliseerd. Voor de invoering van de landelijke Vleeschkeuringswet (1919/1922) hadden veel gemeenten hun eigen regels en slachthuizen. Deze wetgeving perkte de autonomie van gemeenten in ten gunste van landelijke standaarden voor volksgezondheid en eerlijke handel.

De spelling met 'y' in plaats van 'ij' (zoals in 'zedelykheid', 'stryden' en 'aanwyzingen') was destijds gangbaar in officiële en juridische stukken, vaak onder invloed van de toenmalige schrijfmachinetraditie en de spelling-De Vries en Te Winkel, nog voor de spellinghervorming van Marchant (1934) en de latere wet van 1947. De verwijzing naar de Minister van Arbeid is specifiek; dit ministerie was in die jaren verantwoordelijk voor zaken aangaande de volksgezondheid.

Samenvatting

In dit document wordt onderzocht of een gemeente de juridische ruimte heeft om eigen regels op te stellen voor het aanvoeren en keuren van vlees (met name 'ongeslacht' vlees van elders). De tekst wijst op een spanningsveld tussen de algemene bestuursbevoegdheid van de gemeente (artikel 168 Gemeentewet) en hogere wetgeving zoals de Warenwet en de Vleeschkeuringswet.

De kern van het juridische argument is de zogenoemde 'doorkruising': wanneer een hogere wet (Rijkswet) een onderwerp al uitputtend regelt, vervalt de bevoegdheid van de gemeente om hierover eigen verordeningen te maken. De geciteerde artikelen 185, 193 en 194 van de Gemeentewet onderbouwen dit principe van de hiërarchie van rechtsnormen en het toezicht door de Kroon ("door Ons worden geschorst of vernietigd").

Historische Context

De tekst stamt uit een periode waarin de Nederlandse vleeskeuring werd gecentraliseerd en geprofessionaliseerd. Voor de invoering van de landelijke Vleeschkeuringswet (1919/1922) hadden veel gemeenten hun eigen regels en slachthuizen. Deze wetgeving perkte de autonomie van gemeenten in ten gunste van landelijke standaarden voor volksgezondheid en eerlijke handel.

De spelling met 'y' in plaats van 'ij' (zoals in 'zedelykheid', 'stryden' en 'aanwyzingen') was destijds gangbaar in officiële en juridische stukken, vaak onder invloed van de toenmalige schrijfmachinetraditie en de spelling-De Vries en Te Winkel, nog voor de spellinghervorming van Marchant (1934) en de latere wet van 1947. De verwijzing naar de Minister van Arbeid is specifiek; dit ministerie was in die jaren verantwoordelijk voor zaken aangaande de volksgezondheid.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →