Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 225
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel schrijven/verslag van de gemeente Amsterdam aan de wethouder.

1938. Van: Waarschijnlijk een ambtelijke commissie of de Directie van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht. Aan: Den Heer WETHOUDER voor de VOLKSHUISVESTING.

Origineel

Officieel schrijven/verslag van de gemeente Amsterdam aan de wethouder. 1938. Waarschijnlijk een ambtelijke commissie of de Directie van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht. Den Heer WETHOUDER voor de VOLKSHUISVESTING. Amsterdam, 1938.

Bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 6 December 1935 (No. 1048 V.H. 1935), aangevuld bij Besluit d.d. 14 Februari 1936 (No. 1048A V.H. 1935) is goedgekeurd, dat de Directeur van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht overleg zou plegen met zijn Ambtgenoten van den Keuringsdienst van Waren, van de Veemarkt en Abattoir en van het Marktwezen, alsmede met den Hoofdcommissaris van Politie, teneinde na te gaan, welke maatregelen gewenscht zijn ter beperking van den hinder, die in toenemende mate wordt ondervonden van kippenslachterijen. Als resultaat van dit overleg hebben wij de eer U het navolgende te berichten.
Naar het oordeel van alle betrokken diensten is het gewenscht om in de eventueel te treffen maatregelen te betrekken: kippen en ander pluimvee, alsmede konijnen. De practijk is namelijk, dat ander pluimvee en konijnen meestal in dezelfde slachterijen worden geslacht als kippen, weshalve het minder juist lijkt, om regelingen betreffende de slachterijen van kippen, niet op die van ander pluimvee en konijnen toepasselijk te doen zijn. Alle diensten waren het erover eens, dat de meest afdoende resultaten zouden worden verkregen door centralisatie der slachterijen met een verbod om deze elders te hebben.
Teneinde na te gaan, welke de gevolgen van eventueele maatregelen als vorenbedoeld voor de houders der slachterijen zouden zijn, is een informatieve bespreking gevoerd met de Amsterdamsche Vereeniging van poeliers en wildhandelaren. Bij deze bespreking is in beginsel voorop gesteld, om de ten aanzien van het slachterij-bedrijf te treffen maatregelen mede dienstbaar te maken aan de keuring van pluimvee en konijnen en aan de centralisatie van den groothandel in deze artikelen, waartoe de Centrale Markt bij uitstek geschikt zou zijn, weshalve overwogen zou kunnen worden om ook een centrale slachtplaats met bewaarplaatsen op de markt te vestigen.
Het Bestuur van voornoemde Vereeniging heeft verschillende bezwaren tegen de voorgestelde centralisatie geuit, doch ten slotte verklaard tot op zekere hoogte hieraan te willen medewerken, indien de centralisatie zou kunnen worden dienstbaar gemaakt aan een verbetering van de organisatie van den kleinhandel in geslacht pluimvee, door den straathandel te beperken, die ongelijke concurrentie-verhoudingen schept. Met name zou deze beperking moeten inhouden een verplichting tot aanvoer van alle levend en geslacht pluimvee (en konijnen) op de centrale marktplaats te Amsterdam en een verplichting tot keuring aldaar. Als verdere maatregel stelde de Vereeniging nog voor een vergunningsstelsel, waarbij alleen degenen, die te Amsterdam

Den Heer WETHOUDER voor de
VOLKSHUISVESTING. Het document beschrijft een ambtelijk overleg uit de jaren '30 over de overlast die veroorzaakt wordt door verspreide kippenslachterijen in Amsterdam. De kern van het voorstel is centralisatie: het concentreren van alle slachtactiviteiten (kippen, pluimvee en konijnen) op één centrale locatie, bij voorkeur de Centrale Markt.

Opvallend is de onderhandelingstactiek van de Amsterdamsche Vereeniging van poeliers en wildhandelaren. Zij zijn in principe bereid mee te werken aan de (voor hen beperkende) centralisatie, mits de gemeente als tegenprestatie de straathandel aanpakt. De poeliers zien de ongereguleerde straathandel als "ongelijke concurrentie". Door keuring en aanvoer te verplichten via de centrale markt, hopen de gevestigde handelaren de informele markt uit te schakelen of te controleren. Tijdens het interbellum groeide Amsterdam snel, waardoor bedrijfsactiviteiten die hinder veroorzaakten (zoals lawaai, stank en hygiëneproblemen van kleine slachterijen) steeds vaker botsten met de woonfunctie van de stad. Dit document past in een bredere trend van professionalisering en schaalvergroting in de voedselvoorziening en volksgezondheid.

De genoemde "Centrale Markt" is de in 1934 geopende groothandelsmarkt in de wijk Bos en Lommer (het huidige Food Center Amsterdam). De discussie in 1938 toont aan dat men kort na de opening van dit terrein zocht naar manieren om alle voedselgerelateerde verwerking daar te concentreren onder toezicht van de keuringsdiensten.

Samenvatting

Het document beschrijft een ambtelijk overleg uit de jaren '30 over de overlast die veroorzaakt wordt door verspreide kippenslachterijen in Amsterdam. De kern van het voorstel is centralisatie: het concentreren van alle slachtactiviteiten (kippen, pluimvee en konijnen) op één centrale locatie, bij voorkeur de Centrale Markt.

Opvallend is de onderhandelingstactiek van de Amsterdamsche Vereeniging van poeliers en wildhandelaren. Zij zijn in principe bereid mee te werken aan de (voor hen beperkende) centralisatie, mits de gemeente als tegenprestatie de straathandel aanpakt. De poeliers zien de ongereguleerde straathandel als "ongelijke concurrentie". Door keuring en aanvoer te verplichten via de centrale markt, hopen de gevestigde handelaren de informele markt uit te schakelen of te controleren.

Historische Context

Tijdens het interbellum groeide Amsterdam snel, waardoor bedrijfsactiviteiten die hinder veroorzaakten (zoals lawaai, stank en hygiëneproblemen van kleine slachterijen) steeds vaker botsten met de woonfunctie van de stad. Dit document past in een bredere trend van professionalisering en schaalvergroting in de voedselvoorziening en volksgezondheid.

De genoemde "Centrale Markt" is de in 1934 geopende groothandelsmarkt in de wijk Bos en Lommer (het huidige Food Center Amsterdam). De discussie in 1938 toont aan dat men kort na de opening van dit terrein zocht naar manieren om alle voedselgerelateerde verwerking daar te concentreren onder toezicht van de keuringsdiensten.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →