Getypt ambtelijk advies of rapportage (pagina 3).
Origineel
Getypt ambtelijk advies of rapportage (pagina 3). -3-
dieren als strijdig met het belang der Volksgezondheid is te beschouwen.
Aangenomen mag worden, dat de Regeering door voorlichting vanwege haar deskundige adviseurs en in verband met de daaromtrent bestaande veterinaire litteratuur, ook haar aandacht op deze aangelegenheid gevestigd heeft.
Het moet derhalve om hygiënische redenen gewenscht worden geacht om ten deze verdere eischen te stellen. Hiertoe opent artikel 15 lid 3 der Warenwet de mogelijkheid, door de Kroon de bevoegdheid te verleenen, om aan Gemeenteraden toe te staan, eischen te stellen, waaraan een bepaalde waar moet voldoen. Een eisch, die in het onderhavige geval, gelet op het doel – preventieve keuring – naar onze meening zou kunnen worden gesteld, is, dat de waar voorzien moet zijn van een merk, waaruit kan blijken, dat zij gekeurd is. Niet zeker is, dat deze eisch voldoende omvat, om een nadere regeling, als in artikel 15 lid 3 der Warenwet bedoeld, te rechtvaardigen. Het is namelijk de vraag, of de eisch, dat de waar van een bepaald merk moet zijn voorzien, wel als een eisch is te beschouwen, waaraan de waar moet voldoen en dit laatste is voor toepassing van meergenoemde Wetsbepaling noodzakelijk.
Niettemin ware deze aangelegenheid aan de Kroon voor te leggen; mocht deze de meening zijn toegedaan, dat het merk op zichzelf niet een bijzondere eisch, als hier bedoeld, uitmaakt, dan zouden wellicht daarnaast nog andere, nader te omschrijven eischen zijn te formuleeren. De eisch van het merk zou in elk geval noodzakelijk zijn om te bevorderen, dat de keuring van pluimvee en konijnen wordt gecentraliseerd en om te voorkomen, dat ongekeurde waren worden vervoerd en verhandeld. Ter toelichting ware nog mede te deelen, dat de Gemeente beoogt de slachting van pluimvee en konijnen, overeenkomstig de haar ingevolge artikel 4 sub 3e der Hinderwet gegeven bevoegdheid, te centraliseeren. Deze centralisatie kan tevens aan die der keuring worden dienstbaar gemaakt.
Bij dezen geheelen opzet is uitgegaan van de veronderstelling, dat het beoogde doel: invoering eener preventieve keuring te Amsterdam op pluimvee en konijnen, niet in strijd is met de Warenwet.
Ad III. Indien het vorenstaande door het Gemeentebestuur en door de Kroon aanvaardbaar wordt geacht, zal het noodig zijn, in aansluiting daarop, nadere voorschriften te stellen, betreffende den invoer, het vervoer teneinde van het vereischte keuringsmerk te worden voorzien en het voorhanden hebben van ongeslacht en/of geslacht pluimvee en konijnen in een verordening ex art. 168 der Gemeentewet. Hiertoe kan te zijner tijd de Algemeene Politie Verordening worden aangevuld.
Ondergeteekenden geven in overweging, alvorens de bovenstaande voorstellen nader uit te werken, dat het Gemeentebestuur zich tot de Kroon wendt, teneinde te vernemen of deze in principe bereid zal zijn om haar toestemming als hierboven bedoeld tot een regeling ex artikel 15 lid 3 der Warenwet 1919 (S. 581) aan den Gemeenteraad te verleenen. Wanneer deze vraag door de Kroon bevestigend wordt beantwoord, ware alsnog na te gaan, welke de financiëele en economische gevolgen van een geheel van regelen, als hier voorgesteld, zouden zijn. Hieromtrent kan reeds thans worden medegedeeld, dat een centralisatie der slachterijen * Juridische argumentatie: De kern van het document is een juridische verkenning van hoe een keuringsplicht voor pluimvee en konijnen kan worden vormgegeven. Men worstelt met de vraag of de verplichting van een "keuringsmerk" juridisch gezien wel een "eis aan de waar" is in de zin van de Warenwet.
* Centralisatie: Er wordt gepleit voor de centralisatie van de slacht (op basis van de Hinderwet), omdat dit de controle en keuring logistiek eenvoudiger en effectiever maakt.
* Bestuurlijke weg: De auteurs ("ondergeteekenden") adviseren het Gemeentebestuur om eerst de Kroon (de centrale overheid) te polsen of zij akkoord gaan met deze interpretatie van de Warenwet, voordat er gedetailleerde financiële en economische plannen worden gemaakt.
* Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (bijv. "eener", "financiëele", "ondergeteekenden") en een formele, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw. Dit document past in de bredere historische trend van de professionalisering en institutionalisering van de volksgezondheid en voedselveiligheid in Nederland na de Eerste Wereldoorlog. De Warenwet van 1919 was een mijlpaal in deze ontwikkeling. In grote steden zoals Amsterdam ontstond in deze periode een groeiende behoefte aan toezicht op de handel in vlees, mede door de opkomst van grootschalige markten en de noodzaak om ziekten (zoals tuberculose of voedselvergiftiging) in te dammen. Het document illustreert de spanning tussen lokale regelzucht (de wens van Amsterdam om een eigen keuring in te voeren) en landelijke wetgeving.