Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 228
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte pagina uit een officieel advies of rapport (doorslag).

Origineel

Getypte pagina uit een officieel advies of rapport (doorslag). -4-

ex de Hinderwet, naar het oordeel van alle geraadpleegde instanties niet aanbevelenswaardig zal zijn, wanneer niet tevens de vorenbedoelde keuringsvoorschriften ex de Waren-wet kunnen worden gesteld. Daarzonder zou namelijk hier ter stede nagenoeg niet van een centrale slachtplaats gebruik worden gemaakt, doch zouden de belanghebbenden van slachterijen in de aangrenzende Gemeenten hun waren betrekken en deze dan geslacht te Amsterdam invoeren. Moet echter ook hetgeen geslacht wordt ingevoerd op de Amsterdamsche slachtplaats worden gekeurd, dan vervalt de mogelijkheid om deze slachtplaats voorbij te gaan en zal zij zeer waarschijnlijk aan haar bestemming beantwoorden.

De Directeur van de Veemarkt
en het Abattoir,

De Directeur van het Marktwezen,

De Directeur van den Keuringsdienst
van Waren,

De Hoofdcommissaris van Politie,

De Directeur van het Bouw- en
Woningtoezicht,

De Oud-Directeur van den
Keuringsdienst van Waren, Deze pagina vormt het slot van een betoog over de noodzaak om de exploitatie van een centrale slachtplaats (het abattoir) juridisch te verankeren in zowel de Hinderwet als de Warenwet.

De kern van het argument is economisch en handhavend van aard: als er geen verplichte keuring in Amsterdam komt voor vlees dat van buiten de stad (uit aangrenzende gemeenten) wordt ingevoerd, zullen slagers het centrale abattoir omzeilen. Door keuring op de "Amsterdamsche slachtplaats" voor al het ingevoerde vlees verplicht te stellen, wordt de levensvatbaarheid van de centrale voorziening gegarandeerd.

Het document is ondertekend (in druk) door een breed spectrum aan gemeentelijke autoriteiten, wat duidt op de integrale aanpak van dit vraagstuk (volksgezondheid, openbare orde, marktwezen en ruimtelijke ordening). In de late 19e en vroege 20e eeuw centraliseerden grote steden als Amsterdam hun slachtactiviteiten om de hygiëne te verbeteren en toezicht te vergemakkelijken. Het Amsterdamse Gemeentelijke Abattoir aan de Cruquiusweg (geopend in 1887) speelde hierin een centrale rol.

De tekst illustreert de frictie tussen lokale regelgeving en de vrije handel met omliggende gemeenten. Zonder sluitende regelgeving (de koppeling tussen hinder- en warenwetgeving) vreesde de gemeente voor 'oneerlijke' concurrentie door slachthuizen buiten de stadsgrenzen waar de regels wellicht soepeler of de kosten lager waren. De genoemde "Keuringsdienst van Waren" en de "Hinderwet" waren de belangrijkste instrumenten voor de overheid om de volksgezondheid in de groeiende stad te waarborgen.

Samenvatting

Deze pagina vormt het slot van een betoog over de noodzaak om de exploitatie van een centrale slachtplaats (het abattoir) juridisch te verankeren in zowel de Hinderwet als de Warenwet.

De kern van het argument is economisch en handhavend van aard: als er geen verplichte keuring in Amsterdam komt voor vlees dat van buiten de stad (uit aangrenzende gemeenten) wordt ingevoerd, zullen slagers het centrale abattoir omzeilen. Door keuring op de "Amsterdamsche slachtplaats" voor al het ingevoerde vlees verplicht te stellen, wordt de levensvatbaarheid van de centrale voorziening gegarandeerd.

Het document is ondertekend (in druk) door een breed spectrum aan gemeentelijke autoriteiten, wat duidt op de integrale aanpak van dit vraagstuk (volksgezondheid, openbare orde, marktwezen en ruimtelijke ordening).

Historische Context

In de late 19e en vroege 20e eeuw centraliseerden grote steden als Amsterdam hun slachtactiviteiten om de hygiëne te verbeteren en toezicht te vergemakkelijken. Het Amsterdamse Gemeentelijke Abattoir aan de Cruquiusweg (geopend in 1887) speelde hierin een centrale rol.

De tekst illustreert de frictie tussen lokale regelgeving en de vrije handel met omliggende gemeenten. Zonder sluitende regelgeving (de koppeling tussen hinder- en warenwetgeving) vreesde de gemeente voor 'oneerlijke' concurrentie door slachthuizen buiten de stadsgrenzen waar de regels wellicht soepeler of de kosten lager waren. De genoemde "Keuringsdienst van Waren" en de "Hinderwet" waren de belangrijkste instrumenten voor de overheid om de volksgezondheid in de groeiende stad te waarborgen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →