Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 5 maart 1942. Directeur van de Keuringsdienst van Waren te Amsterdam. De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. No. 92/1/1 M. 1942. A f s c h r i f t .
No. 233. L.M.1942.
KEURINGSDIENST VAN WAREN.
Keizersgracht 732-734. Amsterdam, 5 Maart 1942.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A m s t e r d a m .
Onder terugzending van de mij d.d. 26 Februari j.l.
onder No. 233 L.M. 1942 24/2 om advies gezonden stukken
betreffende " pluimveehandel " bericht ik U dat mijn
Dienst krachtens de Warenwet toezicht houdt op den hygiëni-
schen toestand van kippenslachterijen en op de deugdelijk-
heid van geslacht pluimvee. Met de organisatie van den
handel heeft mijn Dienst geen bemoeienis en ik heb er
ook persoonlijk geen oordeel over of het in het algemeen
belang noodig is dat deze geheele handel over grossiers
geleid wordt, zooals de grossiers v.d.Wiel en v.d. Hengel
zouden wenschen.
De Directeur van den Keuringsdienst
van Waren,
w. get. onleesbaar. In deze brief reageert de Directeur van de Keuringsdienst van Waren op een verzoek om advies van de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is een afbakening van bevoegdheden.
De directeur stelt helder dat de taak van zijn dienst strikt beperkt is tot het toezicht op de volksgezondheid en kwaliteit conform de Warenwet (hygiëne in slachterijen en deugdelijkheid van het vlees). Hij weigert zich uit te spreken over de economische of logistieke inrichting van de pluimveehandel. Specifiek noemt hij een wens van de grossiers v.d. Wiel en v.d. Hengel om de gehele handel via grossiers te laten verlopen. De directeur benadrukt dat hij hierover "geen bemoeienis" heeft en ook "persoonlijk geen oordeel" velt, waarmee hij de politieke en economische besluitvorming teruglegt bij de wethouder. Het document dateert van maart 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening in de steden een kritiek punt. De distributie was strak gereguleerd en er was sprake van toenemende schaarste.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had de zware taak om de voedselstroom in de stad te managen. Dat private partijen, zoals de genoemde grossiers v.d. Wiel en v.d. Hengel, trachtten invloed uit te oefenen op de organisatie van de markt (mogelijk om een monopoliepositie te verstevigen of de efficiëntie te verhogen onder het mom van het 'algemeen belang'), is kenmerkend voor de economische spanningen van die tijd. De ambtelijke reactie van de Keuringsdienst getuigt van een strikte naleving van de eigen wettelijke kaders, waarbij men zich niet wil laten mengen in de politiek gevoelige herstructurering van de voedselmarkt.