Handgeschreven memo of rapportage.
Origineel
Handgeschreven memo of rapportage. Pluimveehandel
Deze handel is georganiseerd (landelijk) in de Nederl. Bond
van Poeliers- & Wildhandelaren. Gierstraat 39. Haarlem. Waarvan
voorzitter is D. Masblom. Pr. v. Swinderenstraat 56. Amsterdam
die tevens voorzitter is voor Amsterdam.
~~De verschillende vraagstukken die met dezen handel verband~~
~~houden houden i d reorganisatie na~~
De reorganisatie van dezen handel & de verschillende vraagstukken
die hiermede verband houden als b.v. keuring, centrale slachterij
aanvoer van geslacht & levend gevogelte werden h. i. in de
leden raad in de jaren 1934-1936 tot & met 1939 besproken
doch kwamen nimmer tot een resultaat.
Totdat ongeveer Augustus 1940 een vrijwel totale afsluiting
van pluimvee plaats vond en daarna nog eens in Januari 1942
zoodat men thans niet meer van een pluimveehandel kan
spreken. ~~deze sinds 1941.~~ Deze materie is thans in handen
na de ~~Pluimvee~~centrale te de Bilt, die af & toe een
toewijzing geeft van ~~geslacht~~ koppen door den heer de Haan uit Koelhuis
maar ook dat is vrijwel uitgeput. -
De voorzitter van de Ned Bond v. Poeliers- & Wildhandelaren acht
juist het feit dat er geen koppen & geen wild is voorloopig wel
gewenscht deze materie in te handelen, ^(is een F) tot Het zal n.l. nog
wel zeer lang duren ^(en weerhandel is en F) alvorens dit vraagstuk urgent is &
intusschen zal een groot aantal niet bona fide poeliers wel
afvallen & zoo de handel uit zelf saneeren. -
Advies aan Heer Bulk Zich te wenden tot Masblom. -
F ook na den oorlog zal het nog een geruimen tijd duren.
alvorens het pluimveebestand weer enigermate op het vorige
~~Dit~~ peil is gekomen. De tekst biedt een inkijkje in de sectorale crisis binnen de pluimvee- en wildhandel tijdens de Tweede Wereldoorlog. De auteur merkt op dat vooroorlogse pogingen tot reorganisatie (1934-1939) mislukten, maar dat de oorlogssituatie en de daaruit voortvloeiende schaarste nu een gedwongen "sanering" veroorzaken.
Opvallend is de pragmatische, bijna cynische houding van de voorzitter (Masblom): hij ziet het gebrek aan handel als een kans om onbetrouwbare of "niet bona fide" handelaren uit de markt te laten filteren. De macht over de distributie is verschoven van de vrije handel naar een centrale instantie in De Bilt. De auteur is pessimistisch over het herstel; hij voorziet dat het zelfs na de oorlog lang zal duren voordat de veestapel weer op het oude niveau is. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de voedselvoorziening streng gereguleerd via distributiestelsels en "Centrales". Pluimvee was schaars omdat graan primair voor menselijke consumptie (brood) werd bestemd, waardoor er weinig veevoer overbleef. Dit leidde tot een enorme inkrimping van de pluimveestapel. De "Centrale" in De Bilt waarnaar verwezen wordt, is waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO) of een aanverwant orgaan dat toezag op de toewijzing van de schaarse voorraden aan erkende poeliers.