Getypte ambtelijke brief met handgeschreven annotaties.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven annotaties. 20 mei 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke instantie in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Linksboven]
92/1/2 M.
[Rechtsboven - handgeschreven]
W. Sieburgh
[Rechtsboven - getypt]
vD/B.
[Midden boven - handgeschreven in paars]
Verzonden 22/5
[Rechts]
20 Mei 1942.
[Links]
Pluimveehandel.
[Adresblok rechts]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 10 Maart j.l. om advies ontvangen stukken No. 233 L.M.1942, heb ik de eer U te berichten, dat mij bij een ter zake van den handel in pluimvee ingesteld onderzoek het volgende is gebleken.
De handel in pluimvee is georganiseerd in den Nederlandschen Bond van Poeliers en Wildhandelaren, Gierstraat 39 te Haarlem; Voorzitter van dezen Bond is den heer D.Vlasblom, 2e van Swindenstraat 56, alhier.
De reorganisatie van den Pluimveehandel en de verschillende vraagstukken, die ermede verband houden, als bijvoorbeeld de keuring, centrale slachting, de aanvoer van geslacht en levend gevogelte e.d. werden door verschillende instanties reeds in de jaren 1936 tot en met 1939 zeer uitvoerig bestudeerd, zonder dat men nochtans tot eenig resultaat kwam.
In Augustus 1940 vond een vrijwel totale afslachting van den pluimveestapel plaats, terwijl in Januari van dit jaar de laatste resten werden geslacht; men kan thans dan ook niet meer van het bestaan van een pluimveebestand spreken.
De onderhavige materie is momenteel geheel in handen van de Pluimveecentrale te De Bilt, welke Centrale nu en dan toewijzingen geeft van geslachte kippen, welke in koelhuizen waren opgeslagen; volgens mededeeling van de Centrale is ook deze voorraad vrijwel uitgeput.
De bovengenoemde Voorzitter van den Nederlandschen Bond acht het, gelet op de omstandigheden, voorloopig niet gewenscht om op het onderhavige terrein organiseerend op te treden, temeer omdat het ook na den oorlog nog geruimen tijd zal duren, voordat de pluimveestapel in ons land weer eeniger mate op het vroegere peil zal zijn gekomen. Men verwacht, dat een groot aantal niet bonafide poeliers in dien tijd uit den handel zal verdwijnen, zoodat die handel zichzelf op deze wijze tot op zekere hoogte zal saneeren.
Ik moge U beleefd in overweging geven den adressant van een en ander mededeeling te doen.
[Onderaan rechts]
De Directeur, De brief vormt een ambtelijk verslag over de desastreuze staat van de Nederlandse pluimveehandel in het derde oorlogsjaar. De kernpunten zijn:
* Liquidatie van de sector: Door de Duitse bezetting en het gebrek aan veevoer (dat gereserveerd werd voor menselijke consumptie) is de pluimveestapel in twee fasen (1940 en begin 1942) nagenoeg volledig geruimd. Er is feitelijk geen handel meer mogelijk omdat er geen voorraad is.
* Centrale distributie: De schaarse resten die nog beschikbaar zijn (bevroren voorraden), worden strikt beheerd door de 'Pluimveecentrale' te De Bilt.
* Sanering: Er wordt met een zekere gelatenheid geconstateerd dat de crisis de markt zal "saneeren". Men verwacht dat de schaarste ervoor zal zorgen dat onbetrouwbare ("niet bonafide") handelaren het veld moeten ruimen.
* Toekomstbeeld: De sector verwacht zelfs na de oorlog nog een zeer lange herstelperiode voordat het vooroorlogse niveau weer bereikt zal worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland onderworpen aan een streng distributiesysteem. Pluimvee werd als "luxe" beschouwd omdat kippen granen eten die direct voor mensenbrood gebruikt konden worden. Daarom werd de sector door de bezetter en de Nederlandse overheid bewust geminimaliseerd. Deze brief illustreert hoe ambtelijke instanties in die tijd worstelden met het reguleren van een sector die nagenoeg was opgehouden te bestaan, terwijl de zwarte handel ("niet bonafide poeliers") juist door deze schaarste floreerde. De brief is gericht aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen, destijds een van de zwaarste posten in het gemeentebestuur. W. Sieburgh Marktwezen