Archiefdocument
Origineel
14 juni 1939. No. 659 M.S.
Ondersteuning van venters, enz.
Amsterdam, 14 Juni 1939.
Aan
Heeren Burgemeester en Wethouders.
Reeds geruimen tijd heeft de behandeling der zaken betreffende den straathandel, wat de van gemeentewege te verleenen hulp aangaat, mijn aandacht.
Het betreft hier een groote groep kleine zelfstandigen – venters, marktkooplieden en standplaatshouders – met hun zeer gevarieerden handel, waarvan de omzet, en dus de verdiensten sterk afhangen van het seizoen van het jaar, van weersomstandigheden, aanvoer op de markt, (b.v. van visch), feestdagen en tal van andere omstandigheden.
Al deze factoren dienen onder het oog te worden gezien en zijn van invloed bij het nemen van een beslissing ter zake van het al of niet voldoen aan verzoeken om geldelijke hulp van gemeentewege, hetzij volledige ondersteuning, handelsgeld of bijsteun.
Het verleenen van deze hulp berust uiteraard bij het Bestuur der Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun en meer in het bijzonder bij de Commissie uit dat bestuur voor de behandeling van bijzondere gevallen, daartoe voorgelicht door den Dienst van Maatschappelijken Steun.
Jaarlijks worden belangrijke bedragen besteed aan bovenbedoelde hulp. Zijn er des zomers ongeveer 500 venters, enz. in volledigen steun (ongeveer ƒ 6000 per week), des winters is dit Deze brief is een ambtelijke nota gericht aan het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. De schrijver (vermoedelijk een wethouder of een hooggeplaatst ambtenaar van de sociale dienst) vraagt aandacht voor de financiële ondersteuning van "kleine zelfstandigen" in de straathandel.
De kernpunten zijn:
* Doelgroep: Venters, marktkooplieden en standplaatshouders.
* Problematiek: De inkomsten van deze groep zijn extreem onzeker en afhankelijk van externe factoren zoals het weer, de seizoenen en het marktaanbod (met name vis).
* Hulpvormen: Er wordt gesproken over "volledige ondersteuning", "handelsgeld" of "bijsteun".
* Uitvoering: De verantwoordelijkheid ligt bij de 'Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun'.
* Cijfers: In de zomer van 1939 ontvingen circa 500 venters wekelijks in totaal 6.000 gulden aan steun. De tekst breekt af aan het einde van de pagina bij de vermelding van de wintercijfers. Het document dateert van juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland bevond zich nog in de nasleep van de Grote Depressie. De werkloosheid was hoog en veel kleine ondernemers, zoals straatverkopers, leefden op de rand van de armoede.
De "Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Steun" (BIMS) was de voorloper van de huidige sociale dienst. In die tijd was sociale bijstand geen recht, maar een vorm van 'onderstand' die gepaard ging met strenge controles en morele oordelen. Deze brief toont echter een zekere mate van ambtelijke erkenning voor de specifieke economische kwetsbaarheid van de ambulante handel. Het bedrag van 6.000 gulden per week voor 500 personen (gemiddeld 12 gulden per week per persoon) was een aanzienlijke som voor die tijd, maar net genoeg voor een karig bestaan.