Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 318
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte rapportage of ambtelijke brief (pagina 4).

Origineel

Getypte rapportage of ambtelijke brief (pagina 4). - 4 -

wonen, indien zij zulks mochten verlangen. Ook acht ik het mogelijk,
dat de Commissie voor de bijzondere gevallen het voor de behandeling
van bepaalde zaken gewenscht zal achten, dat een of meer leden der
Contactcommissie tot een Commissie vergadering worden uitgenoodigd
of toegelaten om haar daarin rechtstreeks van advies te dienen.
Uiteraard heb ik den Directeur voor Maatschappelijken Steun
van mijn voornemen, om Uw College de instelling van de bovenbedoel-
de contactcommissie voor te stellen, en van de redenen, welke mij
daartoe hadden geleid, in kennis gesteld. Deze heeft echter, blij-
kens een van hem ontvangen schrijven, gemeend, bezwaren tegen de
instelling van een zoodanige commissie te moeten maken.
Hij acht het een novum, een commissie in te stellen ter voor-
lichting van den Directeur, bestaande deels uit ambtenaren van den
Dienst zelf. Wanneer de Directeur voorlichting behoeft, vraagt hij
ze, kan hij ze eischen van zijn ondergeschikten. Tevoren ambtenaren
als commissielid aan te wijzen, acht hij onjuist.
Verder heeft hij er bezwaar tegen, dat ambtenaren van Markt-
wezen mede geroepen zullen worden om adviezen te geven, daar zij
z.i. ten aanzien van steunzaken allerminst deskundig zullen zijn.
Bovendien sluit de toevoeging van ambtenaren van Marktwezen
aan de commissie naar zijn meening in zich, dat de Dienst van
Maatschappelijken Steun zelf niet voldoende zou zijn geoutilleerd,
dat de ambtenaren van Maatschappelijken Steun niet voldoende op de
hoogte zijn om hun taak te verrichten.
Ten slotte oppert de Directeur bezwaren tegen de opneming
van vertegenwoordigers van organisaties in de contactcommissie.
In het Bestuur der Burgerlijke Instelling voor Maatschappelijken Dit document weerspiegelt een ambtelijk conflict over de zeggenschap en structuur van sociale hulpverlening. De schrijver stelt de vorming van een brede 'contactcommissie' voor om advies te geven bij complexe steunzaken.

De Directeur voor Maatschappelijken Steun verzet zich hier echter fel tegen op basis van drie punten:
1. Hiërarchie: Hij vindt het onjuist dat zijn eigen ondergeschikten in een commissie zitting nemen om hem te adviseren; hij vindt dat hij die informatie direct van hen kan eisen zonder tussenkomst van een officiële commissie.
2. Expertise: Hij betwist de deskundigheid van ambtenaren van de afdeling 'Marktwezen' bij sociale dossiers.
3. Professionele trots: Hij ziet de inmenging van andere afdelingen als een diskwalificatie van zijn eigen dienst (het zou suggereren dat zijn dienst niet goed 'geoutilleerd' of deskundig genoeg is). De tekst biedt een inkijkje in de bestuurscultuur van de gemeentelijke sociale zorg in de periode voor de invoering van de Algemene Bijstandswet (1965). Destijds was 'Maatschappelijke Steun' vaak nog een zaak van de 'Burgerlijke Instelling' (voortgekomen uit de Armenwet).

Het document toont de spanning tussen de wens voor meer integrale samenwerking (vertegenwoordigers van verschillende diensten en organisaties in één commissie) en de traditionele, autoritaire bestuursstijl van diensthoofden die hun eigen terrein wensten af te schermen. De vermelding van 'Marktwezen' suggereert dat de steun mogelijk betrekking had op kleine zelfstandigen of marktkooplieden, wat de behoefte aan interdisciplinair advies verklaart.

Samenvatting

Dit document weerspiegelt een ambtelijk conflict over de zeggenschap en structuur van sociale hulpverlening. De schrijver stelt de vorming van een brede 'contactcommissie' voor om advies te geven bij complexe steunzaken.

De Directeur voor Maatschappelijken Steun verzet zich hier echter fel tegen op basis van drie punten:
1. Hiërarchie: Hij vindt het onjuist dat zijn eigen ondergeschikten in een commissie zitting nemen om hem te adviseren; hij vindt dat hij die informatie direct van hen kan eisen zonder tussenkomst van een officiële commissie.
2. Expertise: Hij betwist de deskundigheid van ambtenaren van de afdeling 'Marktwezen' bij sociale dossiers.
3. Professionele trots: Hij ziet de inmenging van andere afdelingen als een diskwalificatie van zijn eigen dienst (het zou suggereren dat zijn dienst niet goed 'geoutilleerd' of deskundig genoeg is).

Historische Context

De tekst biedt een inkijkje in de bestuurscultuur van de gemeentelijke sociale zorg in de periode voor de invoering van de Algemene Bijstandswet (1965). Destijds was 'Maatschappelijke Steun' vaak nog een zaak van de 'Burgerlijke Instelling' (voortgekomen uit de Armenwet).

Het document toont de spanning tussen de wens voor meer integrale samenwerking (vertegenwoordigers van verschillende diensten en organisaties in één commissie) en de traditionele, autoritaire bestuursstijl van diensthoofden die hun eigen terrein wensten af te schermen. De vermelding van 'Marktwezen' suggereert dat de steun mogelijk betrekking had op kleine zelfstandigen of marktkooplieden, wat de behoefte aan interdisciplinair advies verklaart.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →