Dienstbrief (officiële correspondentie)
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie) 28 augustus 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam) Het Hoofd van de Luchtbeschermingsdienst, Keizersgracht 611, Amsterdam-Centrum [Rechtsboven handgeschreven:]
Gezien [Handtekening/Paraaf]
29-8-39
[Linksboven getypt:]
VP/HG.
96/1/2 M.
1
[Midden boven handgeschreven:]
Extra
[Rechts:]
28 Augustus 1939.
het Hoofd van de
Luchtbeschermingsdienst,
Keizersgracht 611,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 Juli jl. (No.235 Gr.C.) bericht ik U, dat voor mijn dienst de aanschaffing van stalen cellen, zooals in Uw brief bedoeld, niet noodig zal zijn.
Wat Uw tweede vraag betreft diene, dat ik Vrijdag 25 Augustus jl. den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen heb voorgesteld, mij te machtigen tot een uitgave van ten hoogste f 1500,-, teneinde schuilgelegenheden op de Centrale Markt in te richten. Een afschrift van mijn desbetreffenden brief wordt hierbij gevoegd.
De Directeur Deze brief is een zakelijke mededeling van de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (gezien de context de Centrale Markt) aan de Luchtbeschermingsdienst (LBD). De kern van de brief is tweeledig:
1. Afwijzing van stalen cellen: De directeur acht de aanschaf van individuele stalen schuilcellen voor zijn personeel/dienst niet noodzakelijk.
2. Verzoek om budget voor schuilplaatsen: Er is een voorstel gedaan aan de Wethouder voor Levensmiddelen om 1500 gulden uit te trekken voor het inrichten van collectieve schuilgelegenheden op het terrein van de Centrale Markt.
De toon is formeel en efficiënt, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De handgeschreven aantekening "Extra" en de datum van ontvangst (29-8-39) wijzen op een vlotte administratieve afhandeling. De datum van het document, 28 augustus 1939, is historisch zeer saillant. Dit is exact de dag waarop in Nederland de algemene mobilisatie werd afgekondigd, slechts drie dagen voor de Duitse inval in Polen die het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde.
De brief illustreert de koortsachtige voorbereidingen die in Amsterdam werden getroffen om de stad en haar vitale infrastructuur te beschermen tegen mogelijke luchtaanvallen. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. De genoemde "stalen cellen" waren kleine, geprefabriceerde eenpersoonsschuilplaatsen die destijds door diverse bedrijven werden aangeboden. De keuze om in plaats daarvan te investeren in grotere schuilgelegenheden op de markt zelf duidt op een planmatige aanpak voor de bescherming van grote groepen arbeiders en marktkooplieden. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het strategische belang van de locatie.