Archiefdocument
Origineel
14 september 1939. 2).
Ik ben van meening, dat dit werk niet
als "grondwerk" kan worden beschouwd, terwijl
ook [doorgehaald: de] zeer eenvoudige [bovengeschreven: distributie] der zaken
over de C M m.i. geen aanleiding kan zijn om
[doorgehaald: de] belooning van Loonklasse III toe te kennen.
[doorgehaald: Inder-] [bovengeschreven: Tegen de] Belooning van [doorgehaald: Loonklasse II] zou
mijnerzijds geen overwegend bezwaar bestaan,
ware het niet, dat deze belooning [bovengeschreven: van f 0,53 per uur] dan
belangrijk hooger wordt, dan die, welke de
arbeidscontractanten [bovengeschreven: (die hetzelfde werk doen)] ontvangen.
Ik geef U beleefd in overweging
ter zake van deze aangelegenheid het advies te
vragen van Uw Ambtgenoot voor de Arbeidszaken.
14-9-39 avp.
[Paraaf]
25. * Inhoud: De kern van het document is een discussie over de rechtvaardigheid van looninschalingen. De auteur verzet zich tegen de toekenning van "Loonklasse III" omdat het werk te eenvoudig is (geen zwaar "grondwerk"). Er wordt getwijfeld over "Loonklasse II", niet omdat het werk die klasse niet waard is, maar omdat het resulterende loon (ƒ 0,53 per uur) hoger zou uitvallen dan dat van bestaande contractarbeiders die exact hetzelfde werk doen. Dit duidt op een behoefte aan uniformiteit in het loongebouw.
* Terminologie:
* C M: Vermoedelijk het 'Centraal Magazijn'.
* m.i.: Mijns inziens.
* Loonklasse: Een destijds gebruikelijke manier om salarisniveaus voor arbeiders vast te leggen.
* f 0,53: 53 guldencent. Ter vergelijking: dit was in 1939 een gangbaar, zij het bescheiden, uurloon voor ongeschoolde arbeid. De datum, 14 september 1939, is historisch saillant. Nederland was op dat moment net twee weken volledig gemobiliseerd vanwege de uitgebroken oorlog in Europa. De "C M" (Centraal Magazijn) van de landmacht of defensie had in deze periode te maken met een enorme toestroom van goederen en personeel.
De brief illustreert de bureaucratische afhandeling van arbeidsvraagstukken in een tijd van crisis: men probeerde enerzijds de kosten te beheersen en anderzijds scheve gezichten (loonverschillen voor hetzelfde werk) te voorkomen. Het advies om de "Ambtgenoot voor de Arbeidszaken" te raadplegen wijst op een formele hiërarchie en de wens om tot een breed gedragen besluit te komen over de beloningsstructuur tijdens de mobilisatieperiode.