Verordening/Bekendmaking met gedragsregels.
Origineel
Verordening/Bekendmaking met gedragsregels. 15 november 1939 (gebaseerd op handgeschreven aantekening onderaan). De wet waarnaar verwezen wordt stamt uit 1936. LUCHTBESCHERMING-CENTRALE MARKT.
Verplichtingen pakhuishuurders.
De Burgemeester van Amsterdam, gelet op de artikelen 3 en 12 van de Wet van den 23en April 1936, S.302, tot bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen, schrijft voor de huurders van pakhuizen op het terrein van de Centrale Markt te Amsterdam, de volgende bijzondere gedragsregels voor, die bij deze bij openbare bekendmaking ter kennis van belanghebbenden wordt gebracht:
1e. De huurders van pakhuisafdeelingen A, B, C, E of hal zijn verplicht de door hen gehuurde pakhuisafdeelingen als openbare schuilgelegenheid voor het publiek, dat zich op de Centrale Markt bevindt, in te richten en, zoo noodig te doen gebruiken.
2e. Iedere huurder is tijdens een luchtaanval voor de handhaving van de orde in de door hem gehuurde pakhuisafdeeling met schuilgelegenheid aansprakelijk.
3e. De bovenverdiepingen der pakhuizen A, B, C, E en hal mogen slechts voor de helft, en zulks volgens nadere aanwijzing wijkhoofd Luchtbescherming worden bezet.
4e. De trappen naar de bovenverdiepingen zoomede de toegang van buiten af (portaaltje) moeten geheel van goederen, materialen, enz. worden vrijgehouden.
5e. De tusschendeuren in de bovenverdiepingen mogen slechts worden gesloten door middel van touw, koord of metaaldraad, van hoogstens zoodanige sterkte, dat ze onder niet te zwaren druk reeds breken.
6e. De tusschendeuren moeten steeds aan beide kanten vrij gehouden worden, zoodat de schuilenden zich ongehinderd van de eene naar de andere afdeeling kunnen begeven.
7e. In de pakhuizen A, B en C moeten voor de hijschdeuren der bovenverdiepingen aan de zijden van den overbouw boven de uitstalplaatsen, borstweringen worden aangebracht ter hoogte van 1.20 meter, waarvoor gebruik gemaakt moet worden van zandzakken ter dikte van ± 50 cm. en overigens volgens aanwijzing vanwege het wijkhoofd Luchtbescherming.
8e. Al het bovenstaande dient steeds in den toestand "gereed voor gebruik" te worden gehouden. De pakhuishuurders zijn verplicht zich hiervan voortdurend op de hoogte te houden en in geval van eenig defect het wijkhoofd Luchtbescherming te waarschuwen en onverwijld al datgene te doen, dat tot herstel noodig is.
9e. Zoodra het alarmsein (sirene) is gegeven zorgt de huurder, dat aan beide zijden van zijn pakhuisafdeeling alle toegangen en tusschendeuren open zijn en blijven, zoodat de toevluchtzoekenden binnen kunnen komen en via het trapportaal de bovenverdieping kunnen bereiken. Hij zorgt verder dat ramen, hijschdeuren en hijschluiken worden gesloten en gesloten gehouden tijdens een eventueelen luchtaanval.
10e. Voor het overige hebben de pakhuishuurders zich, wat de luchtbescherming betreft, te gedragen naar de aanwijzingen van het wijkhoofd der Luchtbescherming.
[Handgeschreven aantekening onderaan:]
voor drukproef naar
stadsdrukkerij 15/11 39 Dit document is een officiële bekendmaking van de Burgemeester van Amsterdam aan de huurders van pakhuizen op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Het bevat tien strikte voorschriften met betrekking tot de passieve luchtbescherming.
De kernpunten zijn:
* Openbare functie: Private pakhuisruimtes worden gevorderd om als openbare schuilkelder te dienen voor iedereen die op de markt aanwezig is.
* Verantwoordelijkheid: De huurder is persoonlijk verantwoordelijk voor de orde en de staat van de schuilplaats.
* Toegankelijkheid en veiligheid: Trappen en deuren moeten vrij zijn van obstructies. Tussendeuren mogen alleen licht vergrendeld worden (met touw of dun draad) zodat ze in nood geforceerd kunnen worden.
* Fortificatie: Specifieke instructies voor het plaatsen van zandzakken (borstweringen) bij de hijsdeuren ter bescherming tegen scherven en druk.
* Protocol bij alarm: Directe acties bij het horen van de sirene, zoals het openen van toegangen voor publiek en het sluiten van ramen en luiken.
Het document getuigt van een verregaande inmenging van de overheid in de bedrijfsvoering van particulieren ten behoeve van de collectieve veiligheid. Het document is gedateerd op 15 november 1939, slechts enkele maanden nadat de Tweede Wereldoorlog in Europa uitbrak met de inval in Polen (september 1939) en terwijl Nederland nog neutraal was maar zich intensief voorbereidde op een mogelijke aanval (de periode van de Mobilsatie).
De "Wet tot bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen" uit 1936 vormde de juridische basis voor de oprichting van de Luchtbeschermingsdienst (LBD). In grote steden zoals Amsterdam was de vrees voor bombardementen op strategische plekken groot. De Centrale Markt was zo'n plek: een vitaal knooppunt voor de voedselvoorziening met veel personeel en bezoekers, maar weinig speciale schuilbunkers.
De instructies tonen aan hoe men probeerde met beperkte middelen (zandzakken, touwen) en het gebruik van bestaande stevige pakhuisstructuren een verdedigingslinie tegen luchtaanvallen op te zetten. De verwijzing naar het "wijkhoofd Luchtbescherming" duidt op de hiërarchische, buurtgerichte organisatie van de LBD in die tijd.