Ambtsbrief/correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief/correspondentie. 4 oktober 1939. De Directeur (van de Centrale Markt). [Rechtsboven, handgeschreven:]
1ex. Hr. Lisema
1ex. Hr. Müller
[Midden boven, getypt:]
M/HG.
[Linksboven, getypt:]
96/11/3 M.
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 4/10-'39
[Rechts, getypt:]
4 October 1939.
[Rechts, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud, getypt:]
Naar aanleiding van den brief van den Burgemeester d.d. 29 September jl. No.1200/841 Kabinet, heb ik de eer U mede te deelen, dat de uitgaven ter bescherming van personeel en gebouwen tegen luchtaanvallen welke in 1939 zijn gedaan en nog zullen dienen te geschieden in totaal naar schatting ƒ 2500,- zullen bedragen. Deze uitgaven zullen ten laste worden gebracht van de bedrijfsrekening van het bedrijf van de Centrale Markt voor den dienst 1939.
[Rechtsonder, getypt:]
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur van de Centrale Markt rapporteert de geschatte kosten voor luchtbeschermingsmaatregelen over het jaar 1939.
* Financiële details: De kosten worden geschat op 2500 gulden (ƒ 2500,-). Dit bedrag wordt gedekt uit de eigen bedrijfsrekening van de Centrale Markt.
* Aanleiding: Een officieel verzoek van het kabinet van de Burgemeester van 29 september 1939.
* Luchtbescherming: Het betreft uitgaven voor zowel de fysieke beveiliging van de gebouwen als de bescherming van het aanwezige personeel tegen luchtaanvallen. Dit document stamt uit oktober 1939, een maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa (de invasie van Polen). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, heerste er een staat van mobilisatie. De Nederlandse overheid en grote gemeenten (zoals Amsterdam, waar de Centrale Markt gevestigd was) troffen koortsachtig voorbereidingen op een mogelijke luchtoorlog.
De 'Centrale Markt' was van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' hield toezicht op de distributie en voorraden. Het feit dat er 2500 gulden (een aanzienlijk bedrag in die tijd) wordt vrijgemaakt voor bescherming, illustreert hoe serieus de dreiging van een bombardement werd genomen, zelfs voor civiele infrastructuren kort na het begin van de vijandelijkheden in Europa. De handgeschreven namen bovenin (Lisema/Müller) verwijzen waarschijnlijk naar ambtenaren of afdelingshoofden die een kopie van dit schrijven ontvingen.