Ambtelijke brief / Correspondentie
Origineel
Ambtelijke brief / Correspondentie 16 oktober 1939 Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt (ondertekend door Fr. Müller) [Handgeschreven: Fr. Müller]
VP/HG.
96/12/3 M.
n 2
16 October 1939.
Opslag van hout voor lucht-
beschermingsdienst op Centrale
Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
_______
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 13 dezer om advies ontvangen stukken no.347 L.M.1939 heb ik de eer in herinnering te brengen, dat dezerzijds aanvankelijk voor den opslag van hout in een pakhuisafdeeling der Centrale Markt geen huur aan den luchtbeschermingsdienst in rekening is gebracht, doch dat dit later juist op een wenk van de afdeeling Financiën heeft plaatsgevonden (vide mijn rapport d.d. 6 September jl. No.96/4/2 M.).
In mijn rapport d.d. 2 October jl. (No.66/21/5 M.) deelde ik U mede, dat de luchtbeschermingsdienst thans twee pakhuisafdeelingen op de Centrale Markt in gebruik heeft en ik verzocht machtiging hiervoor ƒ 10,- per afdeeling per week in rekening te brengen.
Zou het standpunt van Uw Ambtgenoot voor de Financiën worden aanvaard, dat in gevallen als deze slechts huur in rekening moet worden gebracht indien door de Gemeente uitgaven moeten worden gedaan of ontvangsten worden gederfd, dan rijst de vraag, of behalve de terreinstrook, waarop mijn rapport d.d. 18 September jl. (No.96/12/1 M.) betrekking heeft, ook de pakhuisafdeelingen kosteloos beschikbaar moeten worden gesteld. Mij lijkt dit – nu blijkt, dat deze beschikbaarstelling waarschijnlijk geruimen tijd zal duren – ongewenscht: het is trouwens steeds mogelijk, dat hetzij voor de te-
[Document breekt hier af] Deze brief betreft een intern-gemeentelijke kwestie over de financiële afhandeling van opslagruimte. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) maakt gebruik van pakhuisruimte en een terreinstrook op de Centrale Markt voor de opslag van hout.
De kern van het geschil is of er huur moet worden betaald door de LBD aan de beheerder van de markt. De afdeling Financiën heeft geadviseerd om huur te rekenen, maar hanteert tegelijkertijd het principe dat interne doorberekening alleen nodig is als de gemeente daadwerkelijk kosten maakt of inkomsten misloopt. De opsteller van de brief (Müller) pleit voor het in rekening brengen van ƒ 10,- per week per afdeling, omdat de bezetting van de pakhuizen waarschijnlijk van lange duur zal zijn en hij het kosteloos beschikbaar stellen van deze commerciële ruimtes ongewenst vindt. Het document dateert van oktober 1939, anderhalve maand na de Duitse inval in Polen en de Nederlandse mobilisatie. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, werd de Luchtbeschermingsdienst (LBD) overal in het land in hoogste staat van paraatheid gebracht.
De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (geopend in 1934), die destijds een cruciale rol speelden in de voedselvoorziening van de stad. Het feit dat er zelfs in een tijd van dreigende oorlogsvoering uitvoerig wordt gecorrespondeerd over interne huurverrekeningen van een tientje per week, is typerend voor de Nederlandse bureaucratie en de nauwgezette gemeentelijke administratie in die periode. De LBD had grote hoeveelheden hout nodig voor onder andere het stutten van schuilplaatsen en het maken van verduisteringsvoorzieningen.